Pieter-Jozef Verhaghen in M Leuven en Parkabdij

Na het succes van de Van der Weyden tentoonstelling brengt M Leuven een Brabants schilder uit de tweede helft van de achttiende eeuw, Pieter-Jozef Verhaghen, vergeten maar lang niet oninteressant en ooit een beroemdheid. Met deze tentoonstelling toont M echte belangstelling voor ons erfgoed, door een ‘vergeten’ kunstenaar ruimte te geven. Dat gebeurt helaas veel te weinig. Leuven is bovendien de geschikte plaats. De kunstenaar had er zijn atelier en in de nabije Parkabdij is een monumentale cyclus in situ bewaard gebleven.
Pieter-Jozef Verhaghen (Aarschot, 1728 – Leuven, 1811) moest zich in het begin van zijn loopbaan redden met opdrachten voor decoratief schilderwerk. Het ging dan om uithangborden, wapenschilden, diploma’s en vlaggen en ook ontwerpen voor grote feestelijkheden in de stad Leuven. De kloosterorden werden zijn beste opdrachtgevers. Nog voor 1760 schilderde hij twee grote werken voor de kapittelzaal van de Parkabdij (bewaard in situ en deel van de tentoonstelling). De onderwerpen werden uiteraard bepaald door de opdrachtgever. Het gaat hier om De bekering van Norbertus en De overbrenging van de relieken van de heilige Norbertus. Pieter-Jozef Verhaghen maakt niet alleen naam in Leuven en omgeving, hij wordt ook opgemerkt aan het Oostenrijkse hof in Brussel en Tervuren. Het Oostenrijkse bestuur beloonde de kunstenaar met een studiereis van twee jaar naar Frankrijk, Italië en Duitsland. Men gaf hem de raad goed te letten op de gracieuze opbouw van de compositie bij de Italiaanse meesters. Net voor het begin van de reis had Karel van Lotharingen hem al benoemd als gewone hofschilder. In 1771 ontmoette Verhaghen in Parijs de hofkunstenaars van Lodewijk XV, die hem grote lof toezwaaiden: “een tweede Rubens”.
