Werken is goed, bidden beter, doch lijden best
Een ziekentriduüm is een initiatief binnen de katholieke Kerk waarbij zieke mensen bij elkaar gebracht worden die zelf niet meer in staat zijn om regelmatig een misviering bij te wonen. Gedurende drie opeenvolgende dagen komen ze samen in en rond een kerk voor de eucharistieviering, om te biechten, de handoplegging te krijgen en te bezinnen in het gezelschap van lotgenoten.
Turnhout was na Antwerpen de tweede Vlaamse stad die een eucharistisch ziekentriduüm inrichtte. De eerste editie vond plaats op 2,3 en 4 augustus 1927 in het Begijnhof. Henriette Van Genechten gaf hiertoe de aanzet. Als gediplomeerde verpleegster en voorzitster van de Sint-Elisabethbond merkte ze bij vele zieke mensen het gemis dat ze niet regelmatig de kerkdiensten konden volgen.
Honderden zieken werden naar en van het Begijnhof gevoerd. Sommigen geraakten er op eigen krachten, anderen deden een beroep op stadsgenoten. Ontelbare verpleegsters, gasthuiszusters, pastoors van de verschillende parochies, gelegenheidsbrancardiers, scouts, handelaars en bewoners staken een handje toe om alle maaltijden, misvieringen (drie per dag), en medische hulp te verzekeren voor de zieken.
Het lijden van de zieken werd in de toenmalige religieuze context aanzien alseen offer aan God. Een geestelijke adviseur herinnerde de toehoorders tijdens de slotplechtigheid in 1961 aan een uitspraak van priester Poppe: “Werken is goed, bidden beter, doch lijden best”.
Welke rol kregen de begijnen bij het triduüm? Wat was het verhaal van de miraculeuze genezing? Hoe ging men om met zieke kindjes? De tentoonstelling vertelt het met voorwerpen, foto’s en documenten uit de eigen TRAM 41-collectie, aangevuld met bruiklenen uit privé-verzamelingen en van de parochies Sint-Pieter en Heilig-Hart.
De museummedewerkers doen overigens een oproep aan bezoekers om personen op de foto’s te herkennen zodat hun verhaal niet verloren gaat.
