U bent hier

OKV1974

Aristide Maillol - De rivier

Maillol is de eerste twintigste-eeuwse beeldhouwer die zich verzette tegen het onvaste in het impressionisme en aan de plastiek in een drie dimensionale geslotenheid weer een monumentale rust gaf. Maillois weelderige vrouwenlichamen zijn vol en plastisch in de klassieke zin van het woord en van een vanzelfsprekende eenvoud.

Openluchtmuseum voor beeldhouwkunst Middelheim Antwerpen

Het Openluchtmuseum voor beeldhouwkunst Middelheim is in 1950 ontstaan als gevolg van een succesvolle eerste tentoonstelling van beelden in de open lucht. Was Middelheim daar niet erg vroeg mee? 

Een prauwversiering - Nieuw-Brittannië

Veel volkenkundige musea bezitten reeds lang geleden verzamelde artistiek zeer fraaie en wetenschappelijk zeer boeiende voorwerpen. Duidelijke gegevens erover ontbreken echter; deze zijn óf ter plaatse nooit genoteerd, óf later verloren gegaan. Het museum staat dan voor een moeilijke keus: ze in het magazijn opbergen of ze wèl, maar dan alleen als 'kunstwerk' opstellen. 

Asmatschilden - zuidwest Nieuw-Guinea

De Asmat-Papua leven in het zuidwesten van Irian Jaya, een ontoegankelijke moddervlakte bedekt met altijd groen tropisch regenwoud. Ontelbare rivieren en riviertjes stromen, grijs van de modder, langzaam door het gebied. Op de moerassige oevers groeien de mangroven, bomen met grote, brede plankvormige wortels.

Kalkkalebassen met Sentanimeergebied

Het Sentanimeer ligt door heuvels en bergen omgeven, niet ver van de noordkust van het Indonesische Irian Jaya, het vroegere Nederlandse West Nieuw-Guinea. Het smalle meer is nog geen dertig kilometer lang en stond vroeger aan de oostkant in open verbinding met de Humboldt-baai. 

Korwar, voorouderfiguren, noordwest Nieuw-Guinea

De Geelvinkbaai ligt aan de noordwest kust van het Indonesische Irian Jaya, het vroegere tot Nederlands Oost-lndië behorende westelijke deel van Nieuw-Guinea. Het is de streek van herkomst van deze zittende of staande houten mensenfiguren. Ze zijn tussen de 20 en 30 cm hoog en hebben in verhouding opvallend grote hoofden. 

Hampatong van de Dayak, Borneo, Indonesie

De grootste en meest gecompliceerde zijn palen die aan de ingang van dorpen worden geplaatst ter afschrikking van alle kwade invloeden, natuurlijke en bovennatuurlijke. De middelgrote, meer langgerekte en eenvoudige, vallen vooral op door hun armhoudingen, lijkend op die van begravenen. De derde groep, de kleintjes lijken vaak op de dodenpalen. 

Een Batak-dodenmasker, Sumatra

De Batak wonen rond het Toba-meer in het noorden van Sumatra, één van de eilanden van de Indonesische archipel. Ondanks de afzondering, waardoor de Batak hun oud-Indonesische cultuur lang konden handhaven, hebben ze al heel lang invloeden van buitenaf ondergaan. Eerst vanuit India, later van de Islam en het Christendom.

Masker van walvisbeen van de Inuit, Alaska

Voor de Inuit die nog rondom de laatste eeuwwisseling in kleine groepen in het noorden van Alaska woonden, was het niet eenvoudig om in leven te blijven. De natuur was zeer hard en de jacht was de enige methode om aan voedsel en aan alle andere materialen voor kleding, gebruiksvoorwerpen, wapens en dergelijke te komen.

Yanda-beeldjes, Zaïre

De voorouders van de nu bijna 350.000 Azande in Zaïre trokken eeuwen geleden uit de savannen van de Sudan naar het zuiden. Hun hiërarchisch georganiseerde rijkjes namen vanaf de negentiende eeuw vaste vorm aan in het met wat bomen begroeide heuvelgebied bij de rivier de Uele, een gebied in het noordoosten van het vroegere Belgisch-Congo. 

Pagina's

Abonneren op RSS - OKV1974