U bent hier

Pikant! - Vijf eeuwen cultuurgeschiedenis uitgekleed

Woord vooraf

In ons collectief geheugen neemt kant ongetwijfeld een heel aparte plaats in. In de veertiende eeuw duikt de kantnijverheid op in zowel het noorden van Italië als in Vlaanderen, niet toevallig de toenmalige economische topregio’s in Europa. Uitwisselingen, niet alleen op het vlak van handel maar ook artistiek, waren legio.

Kant was niet binnen het bereik van ieders beurs. De enorme arbeidsintensiviteit om kant te vervaardigen, maakte het tot een heus luxeproduct. Alleen wie vermogend was, kon zich kant veroorloven. En daarmee werd graag uitgepakt. Mode is heel vaak een middel gebleken om welstand te uiten. Zo onderstreepte Lodewijk van Veltem in zijn verslag over de Brugse metten hoe jaloers de Franse edelvrouwen waren op de outfit van de Brugse burgerdames, die als prinsessen uitgedost waren.

De kanttraditie heeft tot op de dag van vandaag weinig aan belangstelling ingeboet. Dat betekent niet dat er geen verschuivingen waren. Het prestige dat kant uitstraalt en uitstraalde, is duidelijk af te lezen uit de portretten van de Vlaamse en Hollandse meesters uit de zeventiende eeuw. We hoeven ons maar de schilderijen van Peter Paul Rubens of Antoon van Dijck voor de geest te halen. De kanten kragen in de kledij – ook voor mannen – vangen de blikken. Dat ook de vorsten graag wilden uitpakken met kant als element van hun majesteit, tonen de diverse staatsieportretten aan. Ik refereer even aan de staatsieportretten van de Aartshertogen. Later poseerde ook keizerin Maria Theresia graag in een ronduit indrukwekkende outfit, overdadig met kantwerk opgesierd.

Schoonheid en elegantie gaan hier hand in hand. En zo komen we op het terrein van Immanuel Kant. In zijn Kritik der reinen Vernunft, belichtte hij de subjectiviteit in de smaakoordelen bij de interpretatie van schoonheid. De gustibus et coloribus non est disputandum, zoals de Romeinen het kernachtig samenvatten. Het is dus niet zorgwekkend dat een aantal mensen helemaal niet onder de indruk is van de schoonheid van kantwerk. Maar ook zij zullen toch de enorme vaardigheid van het ambacht niet kunnen ontkennen. Die kennis en vaardigheden zijn door de eeuwen heen geëvolueerd en leidden tot regionaal ingekleurde kunstambachten. De Rijselse kant, de Lierse kant, De Brugse kant, De Brusselse kant, de Beverse kant, naaldkant, klosjeskant en zeker ook de zeer mooie kant uit de regio Aalst-Geraardsbergen…  Allemaal parels aan dezelfde kroon.

En dat kant gekoesterd werd en wordt mag ook duidelijk blijken uit de alomtegenwoordigheid ervan bij de belangrijkste levensfasen. Zo behoren met kant versierde doopkleedjes tot het gekoesterde erfgoed in tal van families. Veel prominenter was het kantwerk in de bruidsjurken geïntegreerd. Datzelfde geldt onverminderd voor het rijke religieuze textiel. Ook in feestkledij en de chique garderobe wordt kant heel vernuftig en geraffineerde verwerkt. Zelfs hedendaagse modeontwerpers gaan graag met kant aan de slag.

Evenmin mag de economische impact van kant onderschat worden. Zoals gezegd, maakt de arbeidsintensiviteit van kant een luxeproduct. Anderzijds betekende het kantambacht voor tal van Vlaamse gezinnen in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw een welgekomen extra inkomstenbron. De oprichting van zovele kantscholen droeg daartoe bij.

Vandaag wordt kantwerk vaak geassocieerd met toerisme, denken we maar aan de Brugse spellewerkers, of met recreatie, zoals de kantclubs. In een tijd dat kant ook mechanisch vervaardigd wordt, zijn het net die kantclubs die de kennis en de vaardigheden van het ambacht bewaren.

Zonder twijfel is kant, als de filigraan van de textielkunst, een nog te vaak naar waarde onderschatte exponent van de Vlaamse kunst en textieltraditie. Ik stel er prijs op de Katoen Natie, Indaver en The Phoebus Foundation o.l.v. prof. dr. Katharina Van Cauteren en haar staf, evenals de Group Jan De Nul, het Lingeriebedrijf Van De Velde en gastheer W. Michiels van het historisch Waterkasteel Moorsel samen met de plaatselijke Kerkfabriek van harte te feliciteren met dit uitzonderlijke initiatief dat net die bijzondere aspecten van dit soms wel heel piKANTe Vlaamse Unesco-erfgoed in de kijker plaatst.

 

Jozef Dauwe

Eregedeputeerde Van Oost-Vlaanderen

Voorzitter Openbaar Kunstbezit Vlaanderen

OKV-abonnees die in België wonen, moeten geen verzendkosten betalen!