U bent hier

Tuur en Flup Marinus

Openbaar Kunstbezit Vlaanderen Tuur en Flup Marinus

 

Tuur (°1981) en Flup (°1985) Marinus zijn niet enkel broers, het zijn ook broeders in de kunst. Ze hebben hun atelier in een ruimte die deel uitmaakt van een groter complex in Antwerpen waar wp Zimmer huist, dat is een werkplaats waar performers en makers met een open visie en vernieuwend werk een kans krijgen. Het is geen toeval dat de broers precies hier hun atelier hebben.

 

Tuur: “Bij mij is de belangstelling voor kunst eigenlijk nogal laat gekomen, het is naar het einde van de humaniora dat mijn interesse zich is beginnen ontwikkelen en dat liep enigszins parallel met mijn ontdekking van het theater.” Na zijn middelbare studies aan het OLVE-college in Edegem besliste hij om schilderkunst te studeren aan Sint-Lucas Antwerpen. “Ik had een ietwat romantische visie op het kunstenaarschap. Ik had er onder meer Joris Ghekiere (1955-2016), Hans Segers (°1952), Wladimir Moszowski (°1949) en Gery De Smet (°1961) als docenten.” Naast Ghekiere en Segers is vooral Mark Luyten (°1955) hem als docent van theoretische vakken sterk bijgebleven. “Ook nu nog tracht ik met hem jaarlijks eens af te spreken, hij blijft een mentorfiguur.” Hij studeert af als meester in de schilderkunst, maar tijdens zijn studies bleef hij naar theater gaan en kwam toevallig in een dansvoorstelling terecht. “Mijn eerste kennismaking was met werk van Wim Vandekeybus (°1963), maar het was vooral door het werk van Trisha Brown (1936-2017) te zien dat ik het gevoel kreeg dat dit helemaal mijn ding is. Ik begon tijdens mijn studies schilderkunst, op redelijk oude leeftijd, ik was toen ongeveer twintig jaar, danslessen te volgen.” Het waren lessen hedendaagse dans zowel in Gent als in Antwerpen en gegeven door dansers met ervaring. Uiteindelijk deed hij auditie bij PARTS in Brussel en werd aanvaard voor een voltijdse opleiding van vier jaar. Het is een opleiding die heel wat inzet en concentratie van de studenten vraagt en die internationaal gewaardeerd wordt.

 

Flup: “Ik denk dat we onze kunstenaarsambities een beetje van onze moeder meegekregen hebben, zij heeft ook aan Sint-Lucas gestudeerd. Ik ben heel jong beginnen tekenen en verslond strips bij de vleet. Ik wou eigenlijk al tijdens mijn middelbare studies naar Sint-Lucas, maar dat mocht niet van thuis.” Uiteindelijk maakt hij zijn humaniora af in het Sint-Ritacollege in Kontich in de richting Talen-Wiskunde. Nadien is hij even verzadigd van de theorie en trekt naar het RITCS in Brussel waar hij de opleiding voor cameraman volgt, die hij niet helemaal afmaakt. Ondertussen is hij wel weer aan het tekenen en op aanraden van zijn toenmalige vriendin verandert hij van school en volgt in Sint-Lucas Brussel de opleiding beeldverhaal. Hij studeert er af als master in 2010. Heeft hij ooit aan animatiefilm gedacht? “Jawel, ik heb animatiefilmpjes gemaakt, maar ik vind het als procedé iets te omslachtig en te intensief, alhoewel beeldverhaal ook best intens kan zijn. Mijn voorkeur ging uit naar strip, ik wou verhalen vertellen, maar op het einde van mijn opleiding ben ik meer in de cartoon geïnteresseerd geraakt. Het is een beetje datzelfde verhaal vertellen, maar dan in een kernachtig beeld. En dat doe ik nu nog steeds.”

 

Tuur: “Ik ben bij PARTS afgestudeerd in 2008 en ik kon onmiddellijk daarna aan de slag in een aantal danscreaties, onder meer van Vincent Dunoyer (°1962). Met een vijftal vrienden van binnen de opleiding hebben we een danscollectief opgericht, Busy Rocks, en creëerden we Dominos and Butterflies. Die voorstelling hebben we vele jaren in verschillende Europese landen gespeeld. En dan was er nog een klein project met Rosas. Na mijn afstuderen heb ik gedurende ongeveer anderhalf jaar zonder onderbreking als gecontracteerd danser kunnen werken. Zo kon ik het kunstenaarsstatuut behalen en dat is niet onbelangrijk voor enige bestaanszekerheid. Het heeft me toegelaten om me te focussen op projecten waar ik graag mee bezig wil zijn. Wat dans betreft was dat dan met ons collectief en in de weken daarbuiten kon ik me concentreren op mijn schilderprojecten.” Wat die schilderprojecten betreft halen de broers de pers met een wel heel eigenzinnig project. Ze schilderen nauwgezet en met eindeloos geduld een postzegelverzameling onder de titel Belgisch Congo Belge. De postzegels worden weergegeven als in een album op identiek formaat.

 

Tuur: “Door mijn schilderopleiding ben ik getraind om naar materiaal te kijken met de blik van ‘zit hier een interessant beeld in om te schilderen’. Op een dag kwam ik op zolder in het ouderlijk huis een postzegelalbum tegen waar wij als kinderen heel veel mee bezig zijn geweest. We hadden een hele verzameling postzegels van Belgisch Congo, dat was een beetje een familiestuk, de oom van mijn vader was missionaris in de kolonie en uiteraard werden de postzegels van alle brieven die toekwamen zorgvuldig losgeweekt en bij de verzameling gevoegd. De vondst van het album bezorgde mij een schok: het gaat om prachtige, esthetische beelden, maar ook om het besef dat achter die kleurenrijkdom een waanzinnig duister verhaal schuil gaat. Het is iets wat je als kind niet ziet, maar als jong volwassene wel.” Het is een kritische houding die toch wel mede gevormd is door de opleiding bij PARTS, waar hij onder meer filosoof Lieven De Cauter (°1959) als docent had, een man die hem nog steeds sterk inspireert. Tuur heeft eerst een potloodschets gemaakt van een blad uit het album en uiteindelijk is vanuit gesprekken en discussies beslist om samen met broer Flup dit project op te zetten. Het heeft in totaal ongeveer zeven jaar in beslag genomen, uiteraard met veel tussenperioden waarbij aan dansproducties gewerkt moest worden.

 

Flup: “Het was tijdens mijn laatste masterjaar dat het plan is gerijpt en dat we eraan zijn begonnen. We communiceren veel met mekaar. Ik was toen ook bezig met mijn masterproef en tekende cartoons waarbij het is beginnen opvallen dat het steeds gaat om mannen die duidelijk worstelen met iets, met hun plek in de wereld, mannen die hun positie binnen de moderne samenleving ietwat bedreigd zien. Ik zocht steeds een bepaald soort beelden en probeerde daar een tekst op te plakken die evenwaardig is aan het beeld. Ik blijf dat nog steeds doen.” Hij heeft hier en daar wel eens gesolliciteerd als cartoonist bij een krant of tijdschrift en kreeg dan te horen dat ze het wel goede tekeningen vonden, maar dat ze niet pasten in hun blad. Toegeven aan de heersende smaak of werken in opdracht wil hij niet. Hij toont zijn werk binnen het circuit van de beeldende kunst, in kleine en grote tentoonstellingen, en misschien komt er wel een eigen uitgave van zijn tekeningen. Zijn tekeningen getuigen van een bijzondere en absurde humor en het grote voorbeeld is de Nederlandse Gummbah (Gertjan van Leeuwen, °1967). “Het is onze oudste broer die me op een te jonge leeftijd Gummbah heeft leren kennen. Ik denk dat ik twaalf was toen het tekenen van cartoons is begonnen. Op vakantie met de familie zinnen opschrijven en doorgeven en daar dan een tekening bij maken. Daar heeft de absurde humor van Gummbah mij helemaal ingepakt.” Stilaan kregen de figuren dierenpakjes aangemeten en ook dat lijkt achteraf gezien niet zomaar te zijn gebeurd: de beide broers hebben een fascinatie voor het dierenrijk.

 

Het dierlijke in de mens is een inspiratiebron voor een reeks bijzondere performances die door Tuur met een groep medewerkers, onder wie Flup, zijn gerealiseerd. Vooreerst is er onmiskenbaar de figuur van Eadweard Muybridge (1830-1904), de man die beweging van mens en dier op foto vastlegde en zo aan de wieg staat van wat later het bewegende beeld zou worden. Hij is voor Tuur de aanzet geweest op zijn zoektocht naar de ontleding van de dierlijke beweging door een menselijke constructie. Dat is uitgemond in een theatrale bewegingsperformance van een bijzondere schoonheid onder de titel Still Animals. De foto’s van Muybridge komen tot leven en het is duidelijk dat hier zowel een choreograaf als een beeldend kunstenaar aan het werk is geweest. De performance is op velerlei plaatsen in binnen- en buitenland opgevoerd, onder meer in M – Museum Leuven en in het Museum voor Natuurwetenschappen in Brussel tussen de dinosaurussen.

 

Flup: “Voor Coup de Ville 2016 in Sint-Niklaas werden we allebei gevraagd om deel te nemen en dat bracht me bij een volgende stap. We hadden al langer de idee om de tekeningen in het groot uit te werken en dat bijvoorbeeld op een gevel te doen. Dat is er nog niet van gekomen, uiteindelijk hebben we er een aantal op een behoorlijk groot canvas geschilderd. Tuur treedt dan op als assistent. Het is eigenlijk altijd gezamenlijk werk, ik toets mijn tekeningen toch altijd eerst eens af bij Tuur. We hebben toen voor Coup de Ville een tentoonstelling gemaakt in een ondertussen verdwenen galerie in Sint-Niklaas en ik heb daarmee de Prijs Jan Van Rijswijck gewonnen en daardoor werd ik uitgenodigd voor een tentoonstelling in Galerie Krinzinger in Wenen. Voor die tentoonstelling heb ik meerdere van die grote werken gemaakt en tot nu toe is dat altijd goed onthaald. Het zijn allemaal mannen en hun hang naar monumentaliteit wordt nu nog uitvergroot. Er wordt wel meer naar strips verwezen in de hedendaagse kunst, maar toch minder met tekstballonnen. Dat is nog niet helemaal aanvaard denk ik. Er zaten altijd al hints naar de westerse kunstgeschiedenis in, nu wordt dat nog explicieter.” Zo is de Rokeby Venus van Velazquez aanleiding voor een eigen ‘mannelijke’ interpretatie. De beelden uit de kunstgeschiedenis van het Westen worden herbekeken door een genderkritische bril. Ze spelen met de gedachte om een hele reeks van deze schilderijen te maken en die dan in een catalogus weer te geven als een comicalbum. In die act zelf schuilt al de nodige humor.

 

Na het zien van hun postzegelproject gaf een goede vriend hen een reeks oude stereoscopische kaarten. Stereoscopen zijn zowat de voorlopers van de twintigste-eeuwse viewmaster. De broers waren getroffen door de krachtige esthetiek van de kaarten, maar evenzeer door de soms problematische koloniale retoriek die erin werd gehanteerd. Ze waren uitgenodigd naar Venetië voor een van de off-projecten van de biënnale in 2017. De broers zagen een zekere congruentie tussen het Venetiaanse masker en het toestel dat je voor je gezicht dient te houden om de stereofoto’s te bekijken. De bezoeker zou dus deel uitmaken van een performance. Door de vele uitdagingen op inhoudelijk en technisch vlak is het een langlopend schilderkunstig project geworden waaraan gestaag wordt verder gewerkt. Hier en daar zijn al stereoscopische schilderijen van hen te zien geweest. Ze werken nu naar de realisatie ervan in de volgende Coup de Ville in september van dit jaar. De schilderijen worden eerst op het juiste en originele (kleine) formaat geschilderd en daarna uitvergroot. Ze experimenteren verder om de schilderijen op drie formaten uit te werken. Ze zijn er van overtuigd dat de werken ook zuiver als schilderij kunnen werken. Wie de tentoonstelling Dali & Magritte in de KMSKB bezocht, kon vaststellen dat Dali hen in dit geloof is voorgegaan.

 

Daan Rau

Daan Rau (°1945, Brugge) is al van jongsaf met kunst begaan, studeerde filosofie en sociale wetenschappen, is kunstcriticus, curator en essayist. Organiseerde tientallen tentoonstellingen in de Benelux, Duitsland, Spanje en Italië. Cureerde gedurende tien jaar de kunsttentoonstellingen in de Gele Zaal (Noordstar & Boerhaave) in Gent, zetelde in tal van jury’s en commissies en is oprichter van Amarant vzw die een sleutelrol speelt in de kunsteducatie voor volwassenen.

Meer lezen?