U bent hier

Zeventiende-eeuwse glasramen terug in Leuven

 

In de zeventiende en achttiende eeuw was de kloostergang van de norbertijner Abdij van Park (Heverlee) getooid met prachtige gebrandschilderde glasramen. Na een speurtocht van tien jaar zijn eenentwintig van de eenenveertig glasramen weer terecht. Ze zullen gereïntegreerd worden in de abdij, maar eerst maken enkele een tussenstop in Leuven voor een tijdelijke tentoonstelling.

 

Toen Johannes Masius in 1635 abt van de Parkabdij werd, zag de toekomst er niet rooskleurig uit. Leuven werd belegerd door een Frans-Staatse troepenmacht en kort na de ontzetting brak een pestepidemie uit. Dit bleken geen onoverkomelijke obstakels voor de culturele en economische bloei van de abdij. Masius liet heel wat verbouwings- en verfraaiingswerken uitvoeren. Voor het vernieuwde kloosterpand bestelde hij een reeks van eenenveertig glasramen met scènes uit het leven van patroonheilige en stichter van de orde Norbert van Xanten.

 

Jan Maes of Johannes Masius was abt van de Parkabdij van 1635 tot zijn dood in 1647.

© Collectie Abdij van Park

 

De opdracht werd tussen 1635 en 1644 uitgevoerd door Jan de Caumont, een van de meest gerenommeerde glaskunstenaars van zijn tijd. De Caumont was van Picardische afkomst. In 1607 werd hij poorter van Leuven, vermoedelijk na zijn huwelijk met Anna Boels. Hij werkte in het glasatelier van een oom van zijn echtgenote, Simon Boels. Rond 1626 nam hij het atelier over. Daarna werd hij benoemd tot officiële glasschilder van de stad.

 

De Caumont maakte voor de opdracht voor Abdij van Park gebruik van alle toen bekende technieken. Dat zorgde voor een uniek resultaat. Hij paste zowel verschillende brandschildertechnieken als verschillende soorten gekleurd glas toe. Voor de schaduwen werkte hij met grisailles. Om sommige kleureffecten te bereiken gebruikte de Caumont ingenieuze trucjes. Zo voegde hij op sommige plekken een laagje blauw email aan de binnenkant toe en aan de buitenzijde zilvergeel, waardoor bij het invallen van het licht een prachtig groen ontstond.

 

Aan het einde van de achttiende eeuw kwam de abdij opnieuw in zwaar weer terecht, ditmaal met meer ingrijpende gevolgen. In 1797 werd de abdij geconfisqueerd door de Franse bewindvoerders. Gelukkig konden de kanunniken hun collectie in veiligheid brengen. Het gebouw werd gespaard doordat het werd opgekocht door een sympathisant. Het zou nog tot 1836 duren voor de abdij heropgericht werd.

 

De trans-Atlantische trip

 

Om dit mogelijk te maken zagen de norbertijnen zich in 1828 genoodzaakt om stukken uit hun collectie te verkopen. De eenenveertig glasramen van de Caumont werden gekocht door de Brusselse reder Jean-Baptiste Dansaert. Na zijn dood werden ze verspreid over private en publieke collecties in de Verenigde Staten en Europa. Slechts met mondjesmaat keerden de kostbare stukken terug: in 1937, 1971 en 1993 wisten de Vrienden van de Abdij van Park al enkele glasramen te recupereren.

 

Een grote doorbraak kwam er toen vrijwilliger Leo Janssen in 2005 een aantal glasramen  lokaliseerde in de Verenigde Staten. In 2013 toonde Yale University Art Gallery zich bereid om acht glasramen uit hun depot te verkopen aan de Vlaamse Gemeenschap voor achtendertigduizend euro, een ‘schappelijke prijs’ volgens toenmalig minister van Cultuur Joke Schauvliege (CD&V).

 

Een nieuwe meevaller kwam er in 2015, toen de noodlijdende Corcoran Art Gallery in Washington D.C. werd opgeheven. Het grootste deel van de collectie verhuisde naar de National Gallery of Art, maar het museum schonk zes glasramen – die niet eerder toegankelijk waren voor het publiek – aan de stad Leuven. In ruil stond de stad in voor transport- en andere kosten ter waarde van zo’n eenennegentigduizend euro.

 

Drie ramen – in totaal zes segmenten – maakten deel uit van het interieur van de Corcoran School of the Arts and Design. In ruil voor hun terugkeer zal de stad Leuven betalen voor de demontage en het plaatsen van nieuw glas in de openingen. © GWToday

 

Een dubbele restauratie

 

In totaal zijn eenentwintig van de eenenveertig glasramen terecht. Vier andere bevinden zich in het Speed Art Museum in Louisville, Kentucky, twee in het Jubelparkmuseum in Brussel en twee in Belgisch particulier bezit. Van de rest ontbreekt elk spoor.

 

Het is de bedoeling dat de ramen die terecht zijn hun originele plaats zullen innemen in het klooster, dat momenteel een grootscheepse restauratie ondergaat. Eerst worden de ramen zelf onder handen genomen. De glasramen werden in de loop der tijd uiteengehaald en de onderdelen samengevoegd tot nieuwe gehelen. De bewaarconditie van de afzonderlijke delen varieert sterk. De stad Leuven staat in voor de restauratie. Die vindt plaats in Museum M en wordt uitgevoerd door restauratrice Aletta Rambaut.

 

De restauratie van andere glasramen uit 2003 toont aan wat er verwacht kan worden. Eerst moesten eerdere, minder goed uitgevoerde restauraties uit de negentiende en twintigste eeuw ongedaan gemaakt worden. De loodlijsten werden verwijderd en het origineel materiaal werd geconsolideerd en gerestaureerd. Lacunes in het glas vulden de restaurators  op om een mooi en geïntegreerd geheel te bekomen. Om duidelijk te maken dat het een reconstructie betreft, werden nieuwe stukken gemarkeerd op een manier die op afstand niet zichtbaar is. De ramen worden opgehangen in een geklimatiseerde ruimte in het klooster, voor een ander raam, zodat ze niet onderhevig zijn aan invloeden als regen, wind en koude.

 

Geïnteresseerden kunnen in september terecht in het stadhuis van Leuven om enkele van de glasramen te bewonderen die uit de VS zijn teruggekeerd, samen met originele ontwerptekeningen en gerelateerde archiefdocumenten.