U bent hier

Uniek portret Gentse voorman Frans van de Kethulle in het STAM

 

Het Stadsmuseum Gent (STAM) is een stuk geschiedenis rijker. Sinds kort kunnen bezoekers er het portret bezichtigen van de Gentse calvinistische leider Frans van de Kethulle, heer van Ryhove (1531-1585).

 

Het werk, 110 op 80 cm groot en gemaakt in olieverf op paneel, bevindt zich al eeuwenlang in familiebezit. Recentelijk contacteerde de Association de la Famille de la Kethulle de Ryhove de stad Gent om dit waardevol erfgoedstuk aan het publiek te kunnen tonen. Het wordt nu als langdurige bruikleen afgestaan aan het STAM, waar het zal hangen in de Keizer Karelzaal, ironisch genoeg naast het portret van Filips II van Spanje (een eigentijdse kopie naar het werk van Anthonis Mor dat zich in het Escoriaal te Madrid bevindt).

 

 

Frans van de Kethulle, heer van Ryhove

 

Ryhove behoorde tot een ambtenarengeslacht dat in de loop van de vijftiende eeuw was opgeklommen tot de adel. Hij trad pas laat op het voorplan, toen hij in 1576 de opdracht kreeg van de Staten van Vlaanderen om te onderhandelen met de Duitse huursoldaten in Spaanse dienst die Dendermonde en Ninove bezet hielden. Hij bracht zijn opdracht tot een goed einde en kreeg uit dank de functie van hoogbaljuw van Dendermonde.

 

Daarna groeide Ryhove pijlsnel uit tot één van de machtigste mannen van Gent. Samen met zijn broer Willem speelde hij een belangrijke rol in de overgang van de stad tot het kamp van Willem van Oranje en de instauratie van de Calvinistische Republiek. Tegen de zin van de aanhangers van Oranje benoemden de Staten-Generaal in september 1577 Filips III van Croÿ, hertog van Aarschot, tot gouverneur van Vlaanderen. Samen met Jan van Hembyze, en met medeweten van Oranje, begon Ryhove daarop aan de voorbereidingen van een coup. Grote delen van de Gentse bevolking waren ontevreden met het beleid van Aarschot, die weigerde om in te gaan op Hembyzes eisen om de oude stadspriviliges te herstellen. Op 28 oktober trad Ryhove aan het hoofd van een troepenmacht Gent binnen en arresteerde de hertog van Aarschot en andere (katholieke) opposanten van Oranje, die daar waren voor een vergadering van de Staten van Vlaanderen. Naar het voorbeeld van Brussel begon op 1 november het bewind van het zogenaamde Comité van de XVIII mannen, allen protestant.

 

Het Hof van Ryhove in de Onderstraat, waar de hertog van Aarschot en andere tegenstanders van Oranje aanvankelijk werden gevangen gehouden. Tijdens zijn bezoeken aan Gent verbleef de prins hier.

 

In het najaar van 1577 veroverden Frans en Willem eerst Brugge en vervolgens grote delen van het graafschap Vlaanderen, die zo onder calvinistisch bewind kwamen. In de praktijk trad Ryhove op als hoogbaljuw van Gent, een functie die hij later ook formeel zou bekleden. Reeds in 1578 ontstond er een tweespalt tussen de radicale calvinist Hembyze en Ryhove, die net als Oranje een meer gematigde koers en gewetensvrijheid voorstond. Dit mondde al snel uit in een breuk en gewapende schermutselingen. Bemiddeligspogingen van Oranje boden op de langere termijn geen soelaas: in januari 1579 werd de katholieke eredienst weer toegelaten, zeer tegen de zin van de radicale partij. Die pleegde in juli een machtsgreep. In augustus moest Oranje opnieuw interveniëren: het stadsbestuur werd gezuiverd en Hembyze verliet Gent voor het Duitse Frankenthal. Ryhove was nu de machtigste man in Gent.

 

Het keren van de krijgskansen en het militaire succes van de nieuwe landvoogd Alexander Farnese, hertog van Parma, veranderden de situatie. Zeker na de vlucht van Oranje uit Antwerpen, kon Ryhove nog maar op weinig steun van de bevolking rekenen. In augustus 1583 werd Hembyze verkozen tot hoogbaljuw en eerste schepen, en teruggeroepen uit ballingschap. Ryhoves politieke rol was uitgespeeld: hij slaagde er niet in om het stadsbestuur te overtuigen aan de kant van Oranje te blijven en wist ternauwernood aan arrestatie te ontsnappen.

 

Hembyze werd uiteindelijk, na de ontdeking van zijn geheime correspondentie met Parma, op 8 augustus 1584 door de Oranjegetrouwen terechtgesteld wegens hoogverraad. Ryhove ondernam nog een laatste poging om de Staten-Generaal in Delft om hulp te vragen, maar kon bij zijn aankomst enkel vaststellen dat de prins kort voordien vermoord was. Hij liep mee in de rouwstoet en droeg daarbij de banier van Oranje. Op 17 september werd Gent ingenomen door de Spanjaarden, waarna Ryhove naar Engeland trok en daar zijn Apologie schreef, een belangrijke bron voor zijn biografie. Hij stierf in relatieve armoede in Utrecht op 15 juni 1585.

 

Jan van Hembyze door Frans Pourbus I, 1567 (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

 

 

Verder onderzoek

 

Wout De Vuyst, bij het STAM verantwoordelijk voor onderzoek en documentatie, legt uit dat het schilderij nog heel wat geheimen prijs te geven heeft. Het is de laatste jaren of zelfs decennia niet door experts bekeken. Er dient nog heel wat onderzoek verricht te worden naar de ontstaansgeschiedenis van het werk en het auteurschap. Te Wenen bevindt zich een portret van Hembyze van de hand van Frans Pourbus de Oudere (1545-1581), die vandaag wat vergeten is, maar in zijn tijd een van de meest succesvolle portrettisten uit de Zuidelijke Nederlanden was. Vermoedelijk moet de schilder van het portret van Frans van de Kethulle in de kringen rond Pourbus gezocht worden.