U bent hier

Topstukkenfonds koopt tronie door Anthony van Dyck voor KMSKA

Openbaar Kunstbezit Vlaanderen - Anthony Van Dyck

 

De minister van cultuur, Sven Gatz, onthulde het recent aangekochte olieverfschilderij van de Vlaamse barokmeester Anthony van Dyck in het Rockoxhuis. Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA) is de gelukkige aan wiens collectie het uitzonderlijke werk toegevoegd wordt.

 

Recent kocht het topstukkenfonds van de Vlaamse Gemeenschap voor het KMSKA een zeldzame Studie van een oude man met baard in profiel naar links geschilderd door Anthony van Dyck (1599-1641). Het KMSKA meldt: ‘Deze studiekop heeft een uitzonderlijke artistieke waarde, want het is een unieke getuige van de uitzonderlijke maturiteit van de jonge kunstenaar. Van Dyck was nauwelijks twintig jaar oud toen hij deze studiekop schilderde in het atelier van zijn leermeester Peter Paul Rubens.’ Van Dyck had meerdere leermeesters, maar bij Rubens zou zijn uitzonderlijke talent openbloeien. Technisch was hij misschien zelfs Rubens meerdere, maar Rubens bleek een innovatievere verteller en componeerde zijn werken in een zeer persoonlijke stijl die veel gekopieerd werd, maar nooit overtroffen.

 

Van Dyck toont met vlugge toetsjes reeds zijn technisch kunnen. De minister vermeldt ‘Perfect geplaatste lichtpuntjes die de schedel, de jukbeenderen, de neusvleugels en het oor van de anatomie omschrijven. Als geen ander weet hij de getaande huid van de oude man weer te geven met geschakeerde mengtinten van bruin, grijs, oker en roze. Deze tronie is een staaltje van meesterschap op zakformaat.’

 

Openbaar Kunstbezit Vlaanderen - De doornenkroning Van Dyck

Anthony Van Dyck - De Doornenkroning

 

De studie van het hoofd diende voor de figuur onderaan rechts op de beroemde Doornenkroning in het Prado in Madrid en ook op een tijdens de Tweede Wereldoorlog vernielde Doornenkroning in het Berlijnse Kaiser Wilhelm Museum - nu het Bode Museum. Beide schilderijen dateren van omstreeks 1618-1620. Hierdoor valt te stellen dat de voorstudie van voor die tijd dateert. In vakjargon een terminus ante quem.

 

Vlaamse kunstschilders werkten met dergelijke studies die als een soort staalboek dienst deden. Zelf noemden ze het tronies. De bekendste tronies zijn de negerkoppen van Rubens. Het verklaart ook waarom dezelfde schilder soms steeds dezelfde hoofden afbeeldde (wat dan weer als een onzichtbare handtekening kan gelden). Het uitzonderlijke talent van Van Dyck als portrettist maakt het aantal studies erg zeldzaam. Blijkbaar vond hij het niet nodig. Het KMSKA poneert terecht: ‘De studiekop van Van Dyck is dan ook een kapitale aanwinst en een sleutelwerk voor de collectie van het KMSKA. Het kunstwerk vult de collectie zeventiende-eeuwse olieverfstudies perfect aan omdat het een hoofdstudie is, een type dat tot nog toe niet in de collectie vertegenwoordigd was. Het zal een belangrijke rol spelen in de herinrichting van de collectiepresentatie van het museum.’

 

De Van Dyck-kenner bij uitstek dr. Christopher Brown (directeur Ashmolean Museum, Oxford) ondersteunt de toeschrijving volmondig. Ook de Vlaamse prof. Dr. Katlijne Van der Stighelen (KULeuven) wijst op onmiskenbare kwaliteit en stijl.

 

 

Minister Gatz onderstreepte zijn beleid: De verwerving van dit werk past derhalve binnen onze beleidskeuze om zulke sleutelwerken aan te kopen.’ Hij maakte Breugelkenner en de hoofdconservator van het KMSKA, Manfred Sellink, ongetwijfeld gelukkig. ‘We zijn erg dankbaar dat het Topstukkenfonds de verwerving van deze studiekop mogelijk heeft gemaakt’ aldus Sellink ‘De snelheid waarmee op veilingen gereageerd moet worden en het ongewisse over de uiteindelijk te bieden prijs maken aankopen van dergelijke belangrijke werken bijzonder moeilijk voor musea. De studiekop zal een belangrijke rol spelen in de herinrichting van het nieuwe museum, waar het aan het publiek zal getoond worden in de zalen die betrekking hebben op inventie, leerproces, maakproces en artistieke creativiteit.’

 

Omdat het KMSKA nog steeds gesloten is omwille van verbouwingen vond de voorstelling plaats in het Rockoxhuis in Antwerpen. De vruchtbare samenwerking van het KMSKA met andere musea en in het bijzonder het Rockoxhuis - waar het werk perfect past - mag de liefhebber verheugen aangezien iedereen meteen met eigen ogen kan gaan kijken naar de virtuositeit van Van Dyck.