U bent hier

Het Belgische kunstenaarsnetwerk op de Biënnale van Venetië

 

Venetië verwelkomt kunstliefhebbers op de zesenvijftigste internationale Biënnale. Die kreeg de noemer All the World’s Futures, onder curatorschap van Okwui Enwezor. De Biënnale gaat voornamelijk door op de domeinen van Giardini en Arsenale en telt negenentachtig internationale deelnemers. België is vertegenwoordigd met een eigen paviljoen op Giardini en op de hoofdtentoonstelling. Tento.be-redacteur Benedict nam ter plaatse een kijkje.

 

In het Belgisch paviljoen gaat Personne et les autres door, met werk van de Belg Vincent Meessen en tien kunstenaars uit Europa, Afrika, Azië en Amerika. De Griekse curator Katherina Gregos leidt de tentoonstelling. Ze woont in Brussel en werkt als artistiek directeur voor Art Brussels. Het paviljoen reflecteert over de geschiedenis en nasleep van de kolonisatie van Afrikaanse landen door Europa.

 

Voor België is vooral Congo belangrijk. Kongo-Vrijstaat werd door Leopold II in 1885 ingelijfd als persoonlijk wingewest. Door onderdrukking van de lokale bevolking realiseerde hij enorme winst met rubber- en ivoorhandel. Dankzij internationale kritiek werd Kongo-Vrijstaat in 1908 geannexeerd door de Belgische staat en kreeg de naam Belgisch-Congo. De ontginning van de ertsrijke gebieden bleef, maar de hardhandige aanpak werd ingeperkt. Pas in 1960 werd Congo onafhankelijk. Het duurde tot 2010 vooraleer Congo: een geschiedenis verscheen, het boek waarin David Van Reybrouck de geschiedenis tussen beide landen vertelt.

 

De groepstentoonstelling is een unicum voor het Belgische paviljoen. Het doorbreekt de traditie om louter nationale kunstenaars aan bod te laten komen. Ze stellen de kolonisatie in vraag door het nalatenschap te onderzoeken. De titel, Personne et les autres, verwijst naar een verloren theaterstuk van André Frankin, een Belgische kunstcriticus.


Personne

 

Vincent Meessen strijdt tegen de gekende geschiedenis. Het audiovisueel werk One.Two.Three (2015) kwam tot stand door een intens onderzoek naar de verborgen historie van de kolonie. De video-installatie toont de vergeten deelname van Congolese intellectuelen aan de Situationist International tussen 1957 en 1972. Tijdens zijn onderzoek stootte Meessen op een onuitgegeven tekst van een Congolees lied uit 1968 van de hand van Joseph M’ Belolo Ya M’ Piku. Meessen vormde de tekst om tot een muzikaal werk: een rumba met vrouwelijke muzikanten uit Kinshasa en muziekproducer Vincent Kenis. De rumba is een typische muziek- en dansstijl voor de Sub- Sahara om repressie om te vormen tot plezier. De titel One.Two.Three. verwijst naar een nachtclub in Kinshasa. De club werd gesticht in 1974 door Franco Luambo, een belangrijke Congolese muzikant die kritiek gaf op sociale en politieke tendensen. Het is eveneens de plaats waar Meessen zijn stuk liet opnemen. Als kijker zie je hoe de documentaire werd gemaakt en hoe de geest van die tijd was.

 

Vincent Meessen - One. Two. Three. (2015) 


Et les autres

 

Mathieu Kleyebe Abonnenc maakt oorzaken zichtbaar van het koloniaal geheugenverlies. Ook toont hij de impact hiervan op de culturele identiteit en de sociaaleconomische toestand. Hij toont een reeks foto’s en sculpturen. Forever Weak and Ungrateful (2015) en Forever, Without you (2015) zijn gebaseerd op het standbeeld van Victor Schoelcher door de negentiende-eeuwse beeldhouwer Louis—Ernest Barrias in Cayenne, de hoofdstad van Frans-Guyana. Schoelcher was een Frans staatsman en schrijver die vocht voor de afschaffing van slavernij in de overzeese gebieden. In Abonnencs werk is macht niet louter negatief, maar ook productief.

 

Sammy Baloji spitst zich toe op de effecten van industrialisatie en urbanisatie in Congo. Hij ziet architectuur en het menselijk lichaam als sporen van sociale geschiedenis. Het Belgisch paviljoen verrijkt hij met twee werken. Urban Planning (2013) is een grit van twaalf foto’s. Zes luchtfoto’s tonen de scheiding van de blanke en zwarte bevolking in Lubumbashi. De afstand tussen beide is gebaseerd op maximale vliegafstand van de malariamug. Die muggen staan centraal in de andere zes foto’s. Bij verplaatsen tussen de gebieden is een medisch paspoort nog steeds nodig. Sociétés Secrètes (2015) contempleert over drie thema’s: controle van sektes en rebellen door de Belgische geheime dienst, traditionele Congolese rites, en koperhandel. Het werk begon met een zoektocht naar Congolese rites. Baloji vond die in het koninklijk Museum voor Centraal Afrika in Tervuren en bracht ze aan op een koperen basreliëf. Zo worden de thema’s met elkaar verbonden in één werk.

 

Sammy Baloji - The other memorial (2015) 

 

James Beckett is muzikant en multimedia-artiest. Hij bestudeert historische onderwerpen, Europese industrie en verschillende manieren van presenteren. Architectuur is voor jonge onafhankelijke landen een belangrijk expressiemiddel: bouwkunst symboliseert nieuwe nationale waarden en macht. Dit is het vertrekpunt voor Negative Space: A Scenario Generator for Clandistine Building in Africa (2015): een geautomatiseerde opslagplaats waarbij robots houten blokken halen uit een depot. Zo vormen ze beelden van moderne Afrikaanse gebouwen. De blokken zinspelen op het potentieel van een gebouw voor clandestiene uitbreiding van woon- en werkruimte. Verder alludeert het werk op de westerse industriële ontwikkeling: de constructie is een metafoor voor kapitalisme. 

 

James Beckett - Negative Space: A Scenario Generator for Clandistine Building in Africa (2015)

 

Elisabetta Benassi refereert naar culturele, politieke en artistieke tradities in de twintigste eeuw. Door de historische achtergrond van haar werken, bevraagt ze de identiteit van het nu. M’FUMU (2015) is een eerbetoon aan Paul Panda Farnana, bijgenaamd M’Fumu. Hij was een Congolees intellectueel en activist van de Pan-Afrikaanse beweging en speelde een belangrijke rol in de relatie tussen Congo en België. Farnana volgde als eerste Congolees hoger onderwijs in België en stichtte in 1919 de Union Congolaise. Benassi’s werk stelt de spookhalte M’Fumu voor op de Brusselse tramlijn 44. Leopold II liet Lijn 44 aanleggen voor de wereldtentoonstelling van 1897. Het verbond het Jubelpark met het toenmalige Palais de Colonie: Europa met Afrika, centrum met perimeter. Benassi’s spookhalte is opgebouwd uit gipsafdrukken van beenderen van exotische dieren uit het Koninklijke Museum voor Centraal Afrika. Het insinueert de exploitatie en fungeert tegelijk als beschermplaats voor wie verdween in de marge van de koloniale geschiedenis. 

 

Het kunstenaarsduo Patrick Bernier en Olive Martin werkt met schrijven, performance, installatie, fotografie en film. Ze richten zich op gastvrijheid en exploreren de fluctuerende en breekbare aard van identiteit in een postkoloniale context. L’echiqueté (2012) is gebaseerd op foto’s van de eerste verjaardag van Nigeria in 1961. Daarvoor bood Frankrijk materiële en militaire steun bij de vorming van een Nigeriaans leger in ruil voor toegang tot militaire gebouwen en bronnen met olie, gas en uranium. Het werk kreeg de vorm van een schaakbord met traditionele witte en zwarte stukken. Het spel bleef ongewijzigd, met één extra regel: wanneer een stuk geslagen wordt, verdwijnt het niet van het bord, maar mengen het zwart en wit. Het spel is een metafoor voor identiteit en kruising.

 

Patrick Bernier & Olive Martin - L’echiqueté (2012)

 

Tamar Guimarães en Kasper Akhøj maken zowel samen als individueel gebruik van sociologie, historie en etnografie. Ze verkennen objecten, situaties en verhalen uit kunst, architectuur en design, maar ook instituties. The Parrot’s Tail (2015) is een hommage aan de Zuid-Afrikaanse schilder Ernest Mancoba. Hij was medestichter van CoBrA en één van de eerste zwarte moderne kunstenaars. Eerder dan een schakel tussen CoBrA en de primitieve Afrikaanse kunst was zijn oriëntatie internationaal gericht. Vandaag is zijn naam gewist. Die verdwijning is het vertrekpunt voor vijf korte fabels die geprojecteerd worden in een gestileerde tuin. Ze beginnen in een veld vol viooltjes, als verwijzing naar La Pensée Sauvages (1962) van Levi Strauss. Pensée betekent enerzijds viool, anderzijds denken. In de eerste fabel plukt het hoofdpersonage bloemen van de steel. Hij eet ze eerst rauw en vervolgens gekookt. Hiermee wordt opnieuw naar Levi Strauss verwezen, ditmaal naar Le Cru et le Cuit (1964). De kunstenaars verdedigen dat tegenstellingen boeiend zijn voor abstracte ideeën. Doorheen de fabels verschijnt een schim die aan iedereen blijft kleven. Met de beste intenties kan hij tegenstrijdige politiek niet verhelderen, noch menslievendheid voelen. De toeschouwer herkent hierin de persoonlijkheid van Mancoba. The Parrot’s Tail is een poëtische reflectie op attitudes en percepties tussen westerse en niet westerse mensen.

 

Maryam Jafri laat foto’s en tekst zien die de onafhankelijkheid van Ghana, Mozambique, Kenia en Congo vergelijken. De foto’s zijn afkomstig uit de databanken van Getty en Corbis. De kunstenares hangt de foto’s naast elkaar om fouten, manipulaties en tegenstellingen te duiden. Met Getty vs. Musée Royal D’Afrique Centrale vs. DR Congo (2015) vergelijkt ze twee foto’s die genomen zijn op de dag voor de Congolese onafhankelijkheid. De ene foto is afkomstig uit de entourage van koning Boudewijn, de andere werd genomen door een fotograaf van president Kasavubu. De kunstenares benadrukt hoe foto’s gebruikt worden voor verschillende belangen en mediteert over erfgoed, bezit en behoud. 

 

Adam Pendleton experimenteert met literatuur. Ook dadaïsme, minimalisme en conceptualisme doorkruisen zijn oeuvre. Hij verwijst naar Afro-Amerikaanse politieke en culturele bewegingen en zet burgerrechten, black power en zwarte kunstbewegingen in de kijker. Door beeld en tekst te fusioneren, stelt hij nieuwe ideeën voor over politiek, taal en ras. Voor het Belgisch paviljoen maakte de kunstenaar een collageachtige installatie. Black Dada (vanaf 2008) doet denken aan retrofuturisme. De reeks schilderijen stelt voor hoe Black Dada eruit zou gezien hebben in het verleden. De titel verwijst naar Black Dada Nihilism (1964), een gedicht van LeRoi Jonas. Visueel hebben de schilderijen iets weg van Sol Lewitt’s Incomplete Open Cubes (1974). Daarnaast prijkt Pendletons INDEPENENDENCE-reeks. Tenslotte kreeg ook System of Dislay (vanaf 2009) een plaats. Ook zijn er referenties naar andere kunstenaars, zoals een foto van Ian Berry met een dansend koppel tijdens de Congolese onafhankelijkheid. Beelden worden door de artiest gefotokopieerd, gezeefdrukt of gesneden zodat ze een bevreemdend effect krijgen.

 

Adam Pendleton - Black Dada (vanaf 2008)


All the World’s Futures

 

Curator Okwui Enwezor koos vijf Belgische artiesten voor de hoofdtentoonstelling. Hun werken bezinnen over de aanvaarde geschiedenis en hetgeen er tegenin gaat. Het principe van l’art pour l’art is quasi onvindbaar: elke bezoeker wordt uitgedaagd zelf te reflecteren.

 

Un Jardin d’Hiver (1974) van Marcel Broodthaers is te zien in het centrale paviljoen van Giardini. Oorspronkelijk was het een bijdrage aan een groepstentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel in 1974. Un jardin d’hiver is een installatie waarin de bezoeker vrij kan bewegen. Het is een exotisch landschap met houten stoeltjes, kleine palmbomen en gravures van uitheemse dieren. Het werk uit kritiek op praktijken van de negentiende eeuw: enerzijds de koloniale toestand in Congo, anderzijds het museum als kapitalistische ruimte met bourgeoisietraditie. Aanvankelijk ervaart de bezoeker een esthetische ervaring, een illusie waaruit hij ontwaakt door het besef dat hijzelf een afstammeling is van de gruwel uit het verleden.

 

Marcel Broodthaers - Un Jardin d’Hiver (1974)

 

Carsten Höller exposeert zijn RB Ride (2007) in de buitenlucht van Giardini. RB Ride is een carrousel waar mensen plaatsnemen in verschillende zitjes. De attractie maakt een cirkelbeweging en neemt de passagier mee op verschillende hoogtes. De carrousel werd opzettelijk vertraagd zodat de inzittende de spanning van snelheid verliest. Hierdoor laat Höller de passagier denken over populair entertainment. De titel verwijst naar het Robles Bouso. Een Spaans bedrijf dat in de jaren tachtig kermisattracties maakte.

 

Carsten Höller - RB Ride (2007) 

 

The Other Memorial (2015) van Sammy Baloji staat in de touwenfabriek van Arsenale. Het werk alludeert op de plundering van grondstoffen in Congo. Het is een koperen bolachtige koepel met insnijdingen. De insnijdingen zijn een hommage aan verdwijnende lokale tradities door exploitatie en de inbreuk op de lokale identiteit. The Other Memorial is een herinnering uit het verleden om de toekomst vorm te geven.

 

Ook Now (2015) van Chantal Akerman staat opgesteld in de touwenfabriek. Vijf schermen met verschillende beelden van verlaten woestijn- of steppelandschappen geven het gevoel op de vlucht te zijn met een snelle wagen. Het geluid van roofvogels, machines en wapens versterkt dit gevoel van opgejaagdheid, dreiging en desoriëntering. Belangrijke motieven bij Akkerman zijn confrontaties tussen culturen en geloofsovertuigingen.

 

Chantal Akerman - Now (2015)

 

Ricardo Brey  creëerde met Every life is a fire (vanaf 2009) een archiefinstallatie met boeken en sculptuur. Meer dan dat de boeken refereren naar de Oriënt, historie en filosofie wil Brey niet kwijt. Het werk is als een toverhoed waaruit steeds nieuwe dingen verschijnen en waaruit iedereen ideeën kan putten.

 

Ricardo Brey - Every life is a fire (vanaf 2009) 

 

Benedict Vandaele

Benedict Vandaele is een masterstudent kunstwetenschappen aan de UGent. Hij heeft een bijzondere interesse voor moderne en hedendaagse kunst. Sinds 2015 bestudeert Benedict het oeuvre en het archief van kunstschilder Raoul De Keyser. Als lid van The Mobile and Temporary Studio for Research and Production onderzoekt hij de educatieve activiteiten van de Vereniging van het Museum van Hedendaagse Kunst te Gent.