U bent hier

Bowie's Tintoretto

 

Maandag raakte bekend dat het Rubenshuis vanaf het voorjaar van 2017 een altaarstuk van de befaamde Venetiaanse renaissancekunstenaar Jacopo Comin (1518-1594), beter bekend als Tintoretto, zal kunnen tentoonstellen. Het werk maakte deel uit van de verzameling van de op 10 januari 2016 overleden Britse zanger David Bowie, waarvan een deel vorige week onder de hamer ging.

 

Op 10 en 11 november veilde Sotheby’s in Londen een 350-tal werken uit Bowie’s verzameling, goed voor ca. 65% procent van het geheel. De opbrengst bedroeg 38,12 miljoen euro. De collectie bestaat voornamelijk uit moderne en hedendaagse kunst, met grote namen als Jean-Michel Basquiat, Marcel Duchamp, Henry Moore, Damien Hirst en Francis Picabia. De focus ligt op twintigste-eeuwse Britse schilders, waar Bowie de meeste affiniteit mee had, zoals David Bomberg, Peter Lanyon, Harold Gilman of Frank Auerbach. Voor maar liefst 59 artiesten werd een veilingrecord gezet – iets waar de afkomst van de werken ongetwijfeld toe heeft bijgedragen.

 

 

 

 

Bowie’s Tintoretto

 

Tussen al deze records ging de Tintoretto echter voor een relatief bescheiden 191.000 pond (ongeveer 217.568 euro) van de hand. In oktober werd er nog een recent ontdekt werk van zijn hand verkocht voor 907.500 euro. Het betreft een altaarstuk dat op bestelling van de Scuola di Santa Caterina vervaardigd werd voor de kerk van San Geminiano op het San Marcoplein. De kerk werd  op bevel van Napoleon afgebroken in 1807; op een korte periode in de Gallerie dell'Accademia na, bevond het werk zich sindsdien in privéhanden. Afgebeeld zijn de Heilige Catharina van Alexandrië en een engel die haar het martelaarschap voorspelt. Het werk dateert uit de jaren 1570, toen Tintoretto het belangrijkste atelier van Venetië bestierde. Zoals gebruikelijk in die tijd werden delen van het werk uitgevoerd door het atelier, maar de figuren kunnen worden toegeschreven aan de meester zelf.

 

De Tintoretto was een vreemde eend in de bijt, besefte ook Bowie, die vond dat het werk (samen met een kleine Rubens die hij toen ook bezat) “te veel becommentarieerd” werd in vergelijking met de rest van zijn verzameling. Toch had hij er duidelijk een speciale band mee: Bowie begon pas laat met het systematisch verzamelen van kunst, in 1993, maar het altaarstuk had hij al vroeger gekocht – het zou zelfs zijn eerste aankoop geweest zijn. In een interview met Serge Simonart zei hij hier zelf over: “Toen ik jong was, heb ik een paar Tintoretto’s op de kop getikt. Ik had toen het geluk een veiling bij te wonen waarop de kunsthandelaars blijkbaar in coma lagen. Nu zijn die werken onbetaalbaar.” Bowie was vooral gefascineerd door de manier waarop Tintoretto zichzelf in de markt zette en vergeleek hem met Damien Hirst of een popster – iets wat hij “heel leerzaam” vond. Uiteindelijk zou Bowie zelfs het bedrijf waarin hij de rechten van zijn nummers onderbracht naar de schilder vernoemen: Jones/Tintoretto Entertainment Company LLC (Jones was Bowie’s echte naam).

 

 

 

 

Bijzondere bruiklenen in het Rubenshuis

 

Kort na de veiling maakte de anonieme koper bekend dat hij het altaarstuk in langdurige bruikleen zal geven aan het Rubenshuis, een museum waar Bowie volgens hem dol op was. Het werk vormt een mooie aanvulling op de vaste collectie: Pieter Paul Rubens was sterk beïnvloed door en verzamelde werk van de Italiaanse renaissancemeesters, dus de Tintoretto is hier zeker op zijn plaats. Ook Antoon Van Dyck, Rubens’ meest begaafde leerling, had een grote bewondering voor Tintoretto; tijdens zijn verblijf in Italië maakt hij zelfs een schets naar dit altaarstuk.

 

Omdat het voor Vlaamse musea moeilijk is om zelf nieuwe werken te verwerven, volgt het Rubenshuis al sinds 2007 een beleid om samen te werken met privéverzamelaars. Op die manier kan het met een beperkt budget toch steeds nieuwe stukken aan het publiek tonen en ook de verzamelaars zien hun schatten graag hangen in een prestigieus museum. Het Rubenshuis kon dit jaar al uitpakken met een recent ontdekt zelfportret van Van Dyck en werken van Jacob Jordaens, Frans Pourbus de Jonge, Jan Boeckhorst en Rubens zelf.