Toen Petrus Kaerius in 1617 te Amsterdam de atlas 'Germania inferior' uitgaf, waarvan bijgaande kaart 'Leo Belgicus' deel uitmaakte, was dit de eerste bekende atlas die afzonderlijk de Nederlanden of de zeventien provincies behandelde. Het was echter niet de eerste maal dat de zeventien provincies werden afgebeeld in de vorm van een leeuw. Petrus Kaerius had deze voorstelling ontleend aan een boek 'de Leone Belgico' van de Oostenrijkse historiograaf en publicist Michael Aitzinger, agent van de Oostenrijkse Habsburgers, waarin deze de opstand van de Nederlanden tegen Philips II beschreef.
Op dit schilderij van Ter Borch is de Magistraat, het stadsbestuur van Deventer, in de raadszaal van het stadhuis afgebeeld. In het midden tronen de twee burgemeesters. Zij worden geflankeerd door de leden van de vroedschap (de raad) terwijl vóór hen, bij de tafel, de vier secretarissen zijn geplaatst. De mannen zijn deftig gekleed in zwarte mantels met witte kragen. Zij dragen zwarte hoeden op hun lange lokken, die in 1667, toen het schilderij werd geschilderd, in de mode waren. Aan de achterwand van de raadszaal hangen twee borden met ieder zes beulszwaarden.
Terwijl de Spaanse Nederlanden in de zeventiende eeuw een onopvallend bestaan leidden, trok de nieuwe republiek in het Noorden aller aandacht. Het was dan ook opmerkelijk dat temidden van de naar steeds groter absolutisme neigende buurlanden, waar centralisering van de macht haar beslag kreeg, dit gebied een tegengestelde ontwikkeling doormaakte. De zeven gewesten van de republiek hadden zich aaneen gesloten, maar daarmee was eigenlijk alles gezegd.