Het is de vierde maal dat een schilderij van James Ensor in Openbaar kunstbezit wordt voorgesteld. De vorige keren werd reeds voldoende en terecht klemtoon gelegd op de artistieke waarde van het werk van deze kunstenaar. Walter Vanbeselaere noemde hem zelfs 'een door de goden uitverkorene' met een 'uitverkorenheid, van geniaal begaafde, op zichzelf al een wonder'; Vanbeselaere had het voorts over 'de wichelroede van de tovenaar Ensor, die weet dat hij wonderen verrichten kan' in 'de roes van een uitzonderlijke begenadiging'.