Vlaams expressionisme in Europese context: 1900-1930
Een historische duiventil
Het Museum voor Schone Kunsten in Gent toont van 10 maart tot 10 juni 1990 een unieke confrontatie van vertegenwoordigers van het Vlaams expressionisme met hun buitenlandse tijd- en geestesgenoten.
Assemblage is meer dan montage Assemblage wordt nogal makkelijk geïdentificeerd met een 20e-eeuwse vorm van industriële produktie: het monteren van kant-en-klare onderdelen tot een volwaardig gebruiksvoorwerp zoals een auto. Assemblage is echter meer dan dat. In de plastische kunst is het een vrij recent fenomeen dat velen verleidt tot cliché-uitspraken als "Dat kan ik ook!" of "Dat kan iedereen".
Paul van Ostaijen was de belangrijkste woordvoerder van het modernisme in Vlaanderen. Door zijn belangstelling voor de theoretische fundering van de moderne kunst, zowel literair als plastisch, verleende hij bovendien aan dat modernisme een intellectueel statuut. Het werd hem niet onvoorwaardelijk in dank afgenomen.
'Fantastische kunst' is een uitermate vaag begrip. In het volgende wordt geprobeerd dit vage begrip iets nauwkeuriger te omschrijven, om de uitgangspunten van de samenstellers van dit programma duidelijker te maken.
Toen de groep 'Art Abstrait', gesticht in 1952, na andere manifestaties voor de eerste maal in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel exposeerde, konden wij in de bij die gelegenheid gepubliceerde beginselverklaring lezen dat 'België sinds de schitterende bijdrage tot het expressionisme afwezig gebleven was bij al de grote esthetische stromingen op internationaal vlak'.
Dit werk zou kunnen beschouwd worden als een manifest dat de situatie in Duitsland omtrent de jaren twintig aan de kaak stelt en de na-oorlogse ellende, het verval van een burgergeneratie en de gevolgen van een heersend militarisme aanklaagt. In deze periode heerst er te Berlijn, waar de Dada-beweging de bestaande opvattingen bestreden heeft, grote beroering op politiek, economisch en maatschappelijk vlak. Otto Dix verzet zich, samen met kunstenaars als Gross en Beckmann, tegen de heersende toestanden en zoekt naar een vrij uitdrukkingsmiddel voor zijn verzet.
Van de impressionisten en hun onmiddellijke voorgangers af werd de moderne schilderkunst gaandeweg uit de traditionele vormgeving bevrijd. De fauvisten versnelden de verdere ontwikkeling in 1905 door het gebruik van felle kleuren, dat beslist op het zoeken naar sensatie leek afgestemd. Daartegen schenen de cubisten in verzet te komen door meer belang te hechten aan de vorm der dingen dan aan de kleur, die zij zoveel mogelijk neutraal of mat wilden houden. Op dat ogenblik, in februari 1909, verscheen in 'Le Figaro' het ongewoon en ophefmakend manifest van het futurisme.