Paul van Ostaijen was de belangrijkste woordvoerder van het modernisme in Vlaanderen. Door zijn belangstelling voor de theoretische fundering van de moderne kunst, zowel literair als plastisch, verleende hij bovendien aan dat modernisme een intellectueel statuut. Het werd hem niet onvoorwaardelijk in dank afgenomen.
'De voldoening bij het aanschouwen van portretten van zijn voorouders is van de grootste waarde voor ieder mens en wekt in hem de begeerte naar roem! ' (Giorgio Vasari) Er zijn weinig kunstuitingen waarin de hypocrisie zo duidelijk aanwezig is als in het portret.
De Weense schilder Egon Schiele heeft zijn vrouw Edith hier ten voeten uit afgebeeld, frontaal, het hele beeldvlak vullend, terwijl de achtergrond geen interieur suggereert maar een effen vlak vormt. Op het eerste gezicht lijkt het een betrekkelijk traditioneel portret. Toch bevat het een aantal intrigerende bijzonderheden. De grote kleurige vorm van de lange rok heeft tegen de effen achtergrond een monumentale decoratieve werking.
'Fantastische kunst' is een uitermate vaag begrip. In het volgende wordt geprobeerd dit vage begrip iets nauwkeuriger te omschrijven, om de uitgangspunten van de samenstellers van dit programma duidelijker te maken.
Toen de groep 'Art Abstrait', gesticht in 1952, na andere manifestaties voor de eerste maal in het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel exposeerde, konden wij in de bij die gelegenheid gepubliceerde beginselverklaring lezen dat 'België sinds de schitterende bijdrage tot het expressionisme afwezig gebleven was bij al de grote esthetische stromingen op internationaal vlak'.
Dit werk zou kunnen beschouwd worden als een manifest dat de situatie in Duitsland omtrent de jaren twintig aan de kaak stelt en de na-oorlogse ellende, het verval van een burgergeneratie en de gevolgen van een heersend militarisme aanklaagt. In deze periode heerst er te Berlijn, waar de Dada-beweging de bestaande opvattingen bestreden heeft, grote beroering op politiek, economisch en maatschappelijk vlak. Otto Dix verzet zich, samen met kunstenaars als Gross en Beckmann, tegen de heersende toestanden en zoekt naar een vrij uitdrukkingsmiddel voor zijn verzet.
David Hockney was nog geen drieëndertig jaar, toen in april 1970 de Whitechapel Art Gallery te Londen een uitgebreide retrospectieve van zijn schilderijen, grafiek en tekeningen organiseerde. Ze omvatte werk van de laatste tien jaar, en dus ook werk uit Hockney's studententijd aan het Royal College of Art te Londen. In 1962 had hij er, niet zonder moeilijkheden, een diploma en zelfs een gouden medaille behaald, een gouden medaille die hij in een gouden lamé jacquet en met blondgeverfd haar in ontvangst nam.
Leon Spilliaert werd in Oostende geboren in 1881. Zijn prille jeugd valt samen met de bloei van Oostende als internationale badstad, en op het ogenblik dat hij als achttienjarige het penseel voor het eerst ter hand neemt, heeft die bloei zijn toppunt bereikt. Oostende was inderdaad rond 1900 het uitverkoren rendez-vous-oord van al wat in Europa en elders elegant en rijk was: Leopold II, de Sjah van Perzië, de maharadjah's, de Engelse lords, de Russische aristocratie, Caruso, de mooie Otero...