Altijd al heeft de mens veel met het dierenrijk te maken gehad, op velerlei manieren. Soms is het dier zijn prooi, maar soms ziet het dier in hem een prooi en moet hij zich ertegen verweren. Hij heeft ingegrepen in de leefgewoonten van sommige diersoorten en heeft geleerd hoe van hun diensten gebruik te maken. Wij zijn van dieren afhankelijk voor onze voeding, soms geven zij ons ook genegenheid. Maar daarnaast zijn wij nieuwsgierig naar deze wezens die zo van ons verschillen, naar voorkomen zowel als naar gedrag, en soms toch verrassend menselijke trekken vertonen.
Toen Petrus Kaerius in 1617 te Amsterdam de atlas 'Germania inferior' uitgaf, waarvan bijgaande kaart 'Leo Belgicus' deel uitmaakte, was dit de eerste bekende atlas die afzonderlijk de Nederlanden of de zeventien provincies behandelde. Het was echter niet de eerste maal dat de zeventien provincies werden afgebeeld in de vorm van een leeuw. Petrus Kaerius had deze voorstelling ontleend aan een boek 'de Leone Belgico' van de Oostenrijkse historiograaf en publicist Michael Aitzinger, agent van de Oostenrijkse Habsburgers, waarin deze de opstand van de Nederlanden tegen Philips II beschreef.
Terwijl de Spaanse Nederlanden in de zeventiende eeuw een onopvallend bestaan leidden, trok de nieuwe republiek in het Noorden aller aandacht. Het was dan ook opmerkelijk dat temidden van de naar steeds groter absolutisme neigende buurlanden, waar centralisering van de macht haar beslag kreeg, dit gebied een tegengestelde ontwikkeling doormaakte. De zeven gewesten van de republiek hadden zich aaneen gesloten, maar daarmee was eigenlijk alles gezegd.