Openbaar Kunstbezit wilde - als basisidee van deze aflevering - een staat opmaken van de Belgische kunst in de jaren '80. Het is een hachelijke zaak conclusies te trekken voor men enige afstand heeft kunnen nemen. Het zullen enkel de ontwikkelingen zijn, zowel van de individuele oeuvres als van de kunst in haar geheel, die de juiste draagwijdte zullen bepalen van wat nu nog volop aan het groeien is.
Assemblage is meer dan montage Assemblage wordt nogal makkelijk geïdentificeerd met een 20e-eeuwse vorm van industriële produktie: het monteren van kant-en-klare onderdelen tot een volwaardig gebruiksvoorwerp zoals een auto. Assemblage is echter meer dan dat. In de plastische kunst is het een vrij recent fenomeen dat velen verleidt tot cliché-uitspraken als "Dat kan ik ook!" of "Dat kan iedereen".
'In het beeldhouwen vond ik de mogelijkheid om te zeggen wat ik wilde zeggen. Het is voor mij een middel om op het menselijk bestaan in zijn totaliteit te reageren. Mijn bewondering voor de mens, die zijn verbeelding laat spreken, voor zijn vermogen en zijn behoefte om lief te hebben, wordt verminderd door het redeloze van sociaal onrecht en van spanningen. In een maatschappij waarin wantrouwen heerst, wordt de mens geregeerd door angst, ook in 1968, hoe teleurstellend.'
Het œuvre van de schilder Roger Raveel is onverbrekelijk verbonden met zijn geboorteland Vlaanderen. Hij is op dit ogenblik wellicht de meest uitgesproken Vlaamse schilder onder de belangrijke Zuid-Nederlandse kunstenaars. Deze vaststelling is niet negatief bedoeld, integendeel. Ze betekent ook niet dat zijn kunst niet universeel zou zijn want ondanks de bewuste beperking van zijn thema's stijgt hij boven het enge nationalisme uit door de inhoud en door zijn vizie.
In 1966 bood de Belgische graaf de Kerkhove de Dentergem de gelegenheid aan kunstschilder Roger Raveel (1921) om de keldergangen, die naar de rekreatieruimte van zijn zoons leidden in zijn kasteel te Beervelde, te beschilderen. Dit idee ontstond na een enthousiast bezoek aan Raveel's tentoonstelling datzelfde jaar in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten. In deze opdracht zag Raveel de gelegenheid om een groepswerk te realiseren met drie kunstenaars die in mindere of meerdere mate dezelfde visie en mentaliteit bezaten als hij.
'Wij bevrijden ons van de duizendjarige dwaling die wij van de Egyptenaren erfden en volgens welke de statische ritmen de enige elementen van plastische schepping zijn. Wij proclameren dat de bewegende ritmen de essentiële vormen van onze tijdswaarneming zijn'.
Realistisch manifest, 1920
Antoine Pevsner en Naum Gabo
Al maakte Mondriaan sinds 1913 schilderijen waarop in hoofdzaak rangschikkingen van horizontale en vertikale elementen te zien zijn, toch kan dit schilderij uit 1917 als een volstrekt nieuwe opvatting van deze elementen worden beschouwd. Voor de eerste keer zijn bij Mondriaan horizontaal en vertikaal voor een schilderij gebruikt als op zichzelf staande visuele elementen zonder dat hieraan een moeizaam afleidingsproces met de natuur als uitgangspunt vooraf was gegaan.