Hans Memling (Seligenstadt ts. 1430 en 1440 - Brugge 1494), Portret van een man met een munt, (niet voor 1480), Olieverf op paneel, 31 x 23.2 cm (zonder niet-originele lijst), Inventarisnummer 5, Antwerpen, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten.
Brugge is een stad die in een reproduktie is veranderd, - en daarom niet meer veranderen kan. Dat is het noodlot van alle monumenten, waarvan het verleden veel belangrijker is dan het heden. Het heden verandert daar in het verleden: heel wat nieuwe gebouwen worden nu, in Brugge, in een twintigste-eeuwse, enigszins aangepaste neogotische stijl gebouwd. En dat is al in de vorige eeuw begonnen toen de frustratie door Antwerpen als handelsstad te zijn voorbij gestreefd (in de zestiende eeuw) wegebde en plaats maakte voor Brugs chauvinisme.
De kunst van het portretschilderen - althans in de betekenis die wij er nu aan geven, namelijk de afbeelding van de mens in zijn persoonlijke kenmerken gekarakteriseerd - werd hier in de Nederlanden als genre vrij laat beoefend. In het midden van de veertiende eeuw zijn de als portretten bedoelde voorstellingen niet veel meer dan ideogrammen. De attributen ofwel de geschreven naamvermelding helpen ons dan bij de identificatie van de voorgestelde personen.
Brandpunten van schilderkunst waren in de vijftiende eeuw Italië en de Zuidelijke Nederlanden. Hun produktie bezit een specifiek karakter, want Italianen en Vlamingen hadden een verschillende kijk op de werkelijkheid en deze komt in de tekening, de kleur en de compositie van hun werk tot uiting. Slechts één schilder, genaamd Antonello, slaagt erin typisch Vlaamse en typisch Italiaanse kenmerken in zijn werk te verenigen zonder zijn persoonlijkheid daarbij te verliezen.
Bijgaand schilderij lijkt wel een stripverhaal. Het is samengesteld uit drie horizontale registers. De onderste twee bevatten zeven welgescheiden tafereeltjes, voorzien van een onderschrift. Vandaag wordt een dergelijke schikking gebruikt voor doorlopende verhalen, die van links naar rechts worden afgelezen. Enkele eeuwen terug lag dat anders. Schilders bouwden een compositie op rond een centrale figuur of in functie van een centraal gesteld thema. De betekenis van de voorgestelde figuren en thema's werd door bijbelteksten, legenden en volksfantasie overgedragen.
Dit drieluikje, een aanwinst van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen, houdt duidelijk verband met Tongerlo en zijn witheren. Op de vrij beschadigde buitenkant van de zijluiken herkent men het gouden schild met de drie kepers van keel dat deze norbertijnerabdij van oudsher als wapen voert. Ook de mijter met de hand en de spreukband midden een stralenbundel wijzen op Tongerlo. De letters ANTO, eveneens op de gesloten luiken aangebracht, zijn in verband te brengen met abt Antonius Tsgrooten.
'In het bijzonder moet onder beroemde mannen van onze schilderkunst de gedachtenis bewaard blijven aan de zeer knappe schilder Bernardt van Brussel, die een heel bekwaam en begaafd kunstenaar was, zowel in olie als in waterverf, en wiens werk zich kenmerkte door zekerheid van opzet en tekening. Hij is in dienst geweest van Vrouwe Margriete, die in zijn tijd landvoogdes was van de Nederlanden, en hij is ook schilder geworden van Karel V.
Jan zonder Vrees, tweede hertog van Bourgondië uit het huis van Valois, graaf van Vlaanderen, van Artesië en van Franche Comté, oudste zoon van Filips de Stoute en van Margaretha van Male, werd geboren te Dijon op 28 mei 1371. De 12e april 1385 - hij voert dan de titel van graaf van Nevers en is niet eens volle veertien jaar - huwt hij met Margaretha, dochter van Albrecht van Beieren, graaf van Henegouwen, Holland en Zeeland. In 1404 volgt hij zijn vader als hertog van Bourgondië op en in 1405 erft hij van zijn moeder de graafschappen Vlaanderen, Artesië en Franche Comté.