Het Rubenshuis, van Rubens' huis tot museum Het Rubenshuis is thans een museum. De naoorlogse generatie heeft het nooit anders gekend. Ook elders kregen grote cultuurhelden een dergelijk monument. Om het bij de kunstschilders uit de renaissance en barok te houden: het Rembrandthuis in Amsterdam, de Casa Buonarroti in Florence, het huis van Vasari in Arezzo, dat van Rafaël in Urbino of het huis van El Greco in Toledo.
Een oude stad binnenrijden, eerst de buitenwijken met doorzon-woningen in een streng geordend patroon, hoge flatgebouwen zorgvuldig berekend ertussen, dan de wat oudere, gesloten bebouwing, straten, bomen hier en daar en dan komt het centrum in zicht, torens, singels, een brug en zelfs met gesloten ogen voel je al dat je in de echte stad zit, want de straten zijn niet meer recht, ze slingeren en dan eindelijk, het hart, vrijwel altijd een plein, een marktplein met een kerk en, dikwijls ook het stadhuis, Maastricht, Gouda, Haarlem, Groningen en nog zoveel meer.
Het Joods Historisch Museum - in 1932 geopend - heeft steeds tot doel gehad een aanschouwelijk beeld te geven van het joodse religieuze leven en van de geschiedenis der joden in Nederland. Daartoe is een collectie bijeengebracht van joods-liturgische kunst, en is de verzameling van kunstvoorwerpen en documenten, die de geschiedenis der joden in Nederland illustreert, geleidelijk uitgebreid.
Terwijl de Spaanse Nederlanden in de zeventiende eeuw een onopvallend bestaan leidden, trok de nieuwe republiek in het Noorden aller aandacht. Het was dan ook opmerkelijk dat temidden van de naar steeds groter absolutisme neigende buurlanden, waar centralisering van de macht haar beslag kreeg, dit gebied een tegengestelde ontwikkeling doormaakte. De zeven gewesten van de republiek hadden zich aaneen gesloten, maar daarmee was eigenlijk alles gezegd.
Nog nooit heeft iemand een sluitende definitie voor een kunstwerk gegeven. Wèl kunnen we zeggen dat, althans wat de vrije kunsten in West-Europa betreft, originaliteit steeds maar vooral sedert de Romantiek, een belangrijk element is geweest. Wanneer we met een kunstwerk geconfronteerd worden, is het daarom bijzonder verhelderend zich eens af te vragen in hoeverre we met een originele schepping te maken hebben en zo ja, waaruit dat originele van die schepping dan al zo blijkt.
Waterloo, 18 juni 1815, half acht 's avonds. Al sinds het midden van de dag is de strijd tussen de Fransen onder aanvoering van Napoleon en de Brits-Nederlandse troepen onder de hertog van Wellington in volle gang. De Prins van Oranje is juist door een schot in zijn schouder gewond en wordt op een geïmproviseerde brancard weggedragen. Dan komt luitenant-kolonel Freemantle aan Wellington en zijn staf het bericht brengen dat de Pruisen onder aanvoering van veldmaarschalk Blücher op het slagveld zijn aangekomen. Daarmee is de overmacht van de geallieerden volkomen.
Het is maar weinig bekend dat in een gedeelte van de oude suikerfabriek bij Halfweg, aan de spoorlijn Amsterdam-Haarlem, een van de fraaie voorbeelden van een 17de eeuws openbaar gebouw geïncorporeerd is. In de jaren zestig van de vorige eeuw deelde het huis Zwanenburg het lot van zoveel bouwwerken, die door de veranderingen in de politieke of juridische structuur van dit land, als nutteloze monumenten ontmanteld of afgebroken werden.
In de Infantekamer van het Kasteel van het 'Staatsdomein, Gaasbeek' (Brabant) hangt, na nagenoeg vier jaar afwezigheid, sedert april 1969 een schilderij terug, dat door de 18e-eeuwse schrijvers aan Antoon Sallaert of zijn atelier werd toegeschreven. Het schilderij, dat een boogschuttersfeest voorstelt, was zwaar beschadigd en bedekt met vervuilde vernislagen zodat het behandelde onderwerp zeer onduidelijk en met sterk vervaagde kleuren te bekijken viel.
Zoals alle andere kunstenaars hebben ook de meest geniale een leertijd moeten doormaken ; ook zij hebben het 'vak' moeten leren. Hun vroegste werken vertonen dan ook meestal een grote gelijkenis met die van hun leermeesters. In dat opzicht onderscheiden de genieën zich nauwelijks van hun minder sterk begaafde collega's. Kenmerkend voor hun genialiteit is daarentegen wel het opmerkelijke verschil tussen wat ze bij het begin van hun loopbaan presteren, en de meesterwerken die ze in jaren van grotere rijpheid op een ongeëvenaarde persoonlijke wijze verwezenlijken. Dat was bv.