In de late middeleeuwen kende de devotie tot de H. Christophorus een ongemeen ruime verspreiding. Hij was een der populairste noodhelpers tot wie men zich blijkens het volksgeloof moest wenden tegen een onvoorziene dood. Aanschouwde men zijn beeltenis, dan was men verzekerd die dag geen onzalige dood te zullen sterven. Vandaar dat zijn beeld vaak reusachtig groot bij de ingang van kapel of kerk prijkte. De H. Christophorus was, althans volgens de legende, inderdaad een reus die de machtigste heren wou dienen. Hij ontdekte dat dit niet de koning, noch de duivel was.
Het schilderij van de Brugse kunstenaar Lanceloot Blondeel, de evangelist Lucas voorstellend die de Madonna portretteert, is geen schilderij in de gangbare zin. Het werd, in 1545, gemaakt als vaandel voor en in opdracht van het Lucasgilde, de schilderscorporatie van Blondeels woonplaats. Uit documenten is bekend dat het doek in de 18de eeuw in de kapel van het gilde was ondergebracht, 'in het opperste of couronnement van den autaer (altaar)', dat het daarna onderdak kreeg in het stadhuis en dat het uiteindelijk werd ingelijst en gepromoveerd tot museumstuk.
In het Stedelijk Museum te Brugge bevinden zich hoogst belangrijke schilderijen van de uitnemende Vlaamse meester Gerard David : twee vrij grote Gerechtigheidstaferelen en een triptiek, dat is een uit drie delen bestaand schilderij, waarvan de beide vleugels voor het middenstuk gedraaid kunnen worden. Aan die triptiek, waarvan het middenpaneel de Doop van Christus voorstelt en waarvan de voltooiing omstreeks 1508 mag geplaatst worden, zullen wij onze aandacht schenken. De toeschrijving van dat voortreffelijk werk aan Gerard David wordt thans algemeen aanvaard.
Alle jonge schilders die, zoals Gustaaf van de Woestijne, hun loopbaan ca. 1900 in Vlaanderen moesten beginnen, stonden voor een moeilijke, zelfs wanhopige keuze. Geen enkele van de toenmalige kunststromingen bood hun een bezielende uitweg, wel integendeel.
Met dit tafereel, 'De Dood van Onze-Lieve-Vrouw', maken wij kennis met de meest boeiende schilder in de reeks van de zogenaamde Vlaamse Primitieven. Rond het sterfbed van Maria zijn de twaalf apostelen geschaard. Dikwijls werd dit thema in de middeleeuwse voorstellingen behandeld. Niet de authentieke evangeliën doch andere bijbelse geschriften vertellen hoe de apostelen op geheime wijze werden verwittigd dat de moeder van Christus op sterven lag. Wonderlijk kwamen zij bijtijds om het inslapen van Maria bij te wonen. Daar staat Petrus, in het wit.
Beide bij de aanvang van deze eeuw verworven door 'De Vrienden van het Museum', zijn het twee der allerbelangrijkste werken van Hiëronymus Bosch, 'De Kruisdraging' en 'De Heilige Hiëronymus in gebed' die thans de rechtmatige trots uitmaken van het Museum voor Schone Kunsten te Gent. 'De Kruisdraging' werd reeds in de eerste jaargang van 'Openbaar Kunstbezit' toegelicht door Prof. Valentin Denis. Van het leven van Hiëronymus Bosch weten we niet veel af.