Een kunstenaar die zijn eigen huis tot museum verklaart en zichzelf tot directeur ervan benoemt is op zichzelf een niet zo ongewone gebeurtenis. Bij Marcel Broodthaers echter, de geboren conservator (J. Dypreau), krijgt ze wel een bijzondere betekenis. Het gewone wordt bij hem altijd ongewoon. Het gewone bestaat niet. Door gewoon gewoon te doen schept Broodthaers de meest ongewone situaties, een beetje zoals de held uit 'Kaas' van Willem Elsschot.
Zo de romantiek in België één buitenissige kunstenaarspersoonlijkheid heeft opgeleverd, is dit ontegensprekelijk Antoine Wiertz. Hij werd in 1806 van geringe Frans-Waalse ouders te Dinant geboren en als uitzonderlijk begaafde jongere van 1820 tot 1829 aan de Antwerpse academie in de enthousiaste sfeer van de daar weer opbloeiende Vlaamse koloristentraditie tot schilder en beeldhouwer opgeleid. Wie inderdaad, behalve Wiertz, is ooit zo vermetel geweest en zo hoogmoedig, zich uitdrukkelijk, in woord en gewrocht, met Michelangelo te willen meten en Rubens te willen overtreffen ?