Carel van Mander, de eerste biograaf van Pieter Bruegel de Oude, getuigt dat deze laatste 'in sijn reysen veel ghesichten nae 't leven gheconterfeyt heeft, soedat er gheseyt wordt dat hij in d'Alpes wesende al die berghen en rotsen had in geswolghen en 't huys ghecomen op doecken en pen-neelen uytgespoghen hadde'. Hij had daarbij, zoals verder blijken zal, ook de tekeningen en prenten, die Bruegel heeft nagelaten, moeten vermelden.
In het Romeinse Rijk werd er periodisch tot volkstellingen overgegaan. Iedereen diende zich dan aan te melden in zijn plaats van herkomst. En zo gebeurde het ten tijde van keizer Augustus, dat Jozef de stad Nazareth in Galilea verliet en zich naar Bethlehem in Judea begaf, om er zich samen met zijn echtgenote Maria, die zwanger was, in het bevolkingsregister te laten inschrijven. Van deze bijbelse reis toont Pieter Bruegel ons de aankomst ter bestemming. En het eerste wat ons in zijn Volkstelling opvalt, is dat hij deze gebeurtenis van haar plaats en tijd heeft losgemaakt.