Doorgaans wordt de abstracte schilderkunst in twee kampen verdeeld: aan de ene kant dat van het lyrisme en het dynamische, het informele en het tragische, het beweeglijke, het dionysische en het romantische, - dus al wat, zoals ook het tachisme, fysisch en psychisch fel bewogen is (wij nemen als voorbeeld de beginperiode van Kandinsky), en anderzijds het kamp van het statische, het geconstrueerde en streng beredeneerde, met wat men noemt de geometrische, constructivistische, neo-plastische, concrete, suprematische en koud-abstracte kunst, met natuurlijk als voorbeeld Piet Mondriaan.