Brugge kende tot het eind van de achttiende eeuw een vrij grote Britse kolonie. De handelsbetrekkingen tussen Brugge en Engeland dateren reeds van in de tiende eeuw. Het is dan ook geen wonder dat bij zijn ballingschap, door Oliver Cromwell uit Engeland verjaagd, Karel II, Koning van Engeland, zich van 22 april 1656 tot 15 maart 1659 te Brugge komt vestigen - in de loop van de geschiedenis had Brugge reeds heel wat personages van koninklijke bloede binnen haar muren gelogeerd.
Veel jonge kunstenaars vragen zich vandaag de dag dikwijls af welke functie hun kunst eigenlijk vervult in de huidige maatschappij. Het ligt buiten de opdracht van dit artikel rechtstreeks nader op dat probleem in te gaan, maar onrechtstreeks kunnen wij wellicht toch een en ander daaromtrent verduidelijken door even te vergelijken met de toestanden ter zake in de vijftiende eeuw. Toen immers stelden de kunstenaars zich die vraag niet! Hun taak in de samenleving was dermate duidelijk dat hun geen tijd restte voor de twijfel.
De onbekende schilder van het 1480 gedateerde werk 'De Legende van de H. Lucia' in de St.-Jakobskerk te Brugge kreeg de naam 'Meester van de Legende van de H. Lucia' en, steunend op stijlovereenkomsten, op iconografische herhalingen en op andere bijzonderheden, waren de specialisten in staat verscheidene werken - een twintigtal - rond die naam te groeperen. Het paneel 'O.-L.-Vrouw met vrouwelijke heiligen' dat in 1873 door het museum te Brussel uit de verzameling van de hertog d'Arenberg werd verworven, kan met zekerheid aan deze meester worden toegeschreven.