Het is algemeen bekend dat Italië in de ontwikkeling van de schilderkunst lange tijd een belangrijke rol heeft gespeeld. De stad Venetië heeft daarbij een speciale plaats ingenomen. Wat daar gedurende de 16de eeuw geproduceerd werd, is eeuwenlang een voorbeeld geweest voor kunstenaars van de rest van Europa, die voornamelijk door twee dingen gefascineerd werden: de behandeling van kleur en van licht.
Brandpunten van schilderkunst waren in de vijftiende eeuw Italië en de Zuidelijke Nederlanden. Hun produktie bezit een specifiek karakter, want Italianen en Vlamingen hadden een verschillende kijk op de werkelijkheid en deze komt in de tekening, de kleur en de compositie van hun werk tot uiting. Slechts één schilder, genaamd Antonello, slaagt erin typisch Vlaamse en typisch Italiaanse kenmerken in zijn werk te verenigen zonder zijn persoonlijkheid daarbij te verliezen.
Buiten de in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten aan Botticelli toegeschreven 'Nood Gods' vindt men in de Belgische verzamelingen van deze geniale Florentijn geen enkel werk. Het onderhavig paneel, dat vroeger in de Keulse verzameling Bourgeois voorkwam en dat in 1964 door Pierre Bautier aan het Brusselse museum werd geschonken, wordt meestal niet als een origineel beschouwd.