Geen stad ter wereld kende in de zeventiende eeuw zo'n dynamische ontwikkeling als Amsterdam. De grachtengordel rond de middeleeuwse stad kwam in twee etappes, omstreeks 1610 en omstreeks 1660 tot stand. Berckheyde toont hier het eerste stuk in de tweede uitleg, dat voltooid was met het nieuwste op het gebied van stadsbeeld en wonen. De nadruk valt hier zo sterk op de grachtwand en de huizen dat de schilder de jonge bomen heeft weggelaten.
Het verwondert ons dat de schilder voor zijn zorgvuldige portret van de stad zo'n merkwaardige loggia plaatste, die met zijn dwingend perspectief de blik van de hoofdzaak schijnt af te leiden. Dit bedenksel, dat alleen al om constructieve redenen nooit bestaan kan hebben, biedt onderdak aan de beschouwer van het schilderij. Vooral Delftse kunstenaars waren het, die in hun schilderijen van interieurs bijvoorbeeld, perspectivische effecten gebruikten om een ruimte illusie te scheppen. Soms hadden dergelijke stukken, zoals misschien wel dit Gezicht op Delft, hun functie in een soort kijkdoos.