Dit schilderij is een imposant werk afkomstig uit de Antwerpse kathedraal waar het eertijds fungeerde als middenpaneel van het drieluik dat het altaar van de Schermersgilde versierde. Virtuoos is Frans Floris' compositie bedacht. Met rationeel ordenende vindingrijkheid heeft hij een kluwen van lichamen gemaakt. Of zal men eerder zeggen dat de schilder in het warnet van spieren, ledematen, wapens en monsters de verholen ordening achterhaalde? Borst- en monnikskapspieren, bekken en sleutelbenen, Floris weet precies hoe het allemaal ingeplant of vastgehecht is.
De uiterlijke elementen van deze Temptatie van Sint-Antonius zijn ontleend aan bronnen die veel ouder zijn dan Teniers' tijd. De biografie van Sint-Antonius Abt (251 of 252 - 356) werd geschreven door de kerkvader Athanasius ( +- 295-373), maar de perikelen van de heilige eremiet met de duivel werden in onze streken bijzonder populair door de ruime verspreiding van een paar verzamelingen van heiligenlevens, inzonderheid de Vitae Patrum of het Vaderboec en de Legende aurea van de dominicaan Jacobus Voragine (overleden in 1299) in dyetsche die gulden legende of dat passionael geheten.
Het gebeurt wel meer dat we de pointe van sommige oude illustraties, in weerwil van de verklarende tekst, niet onmiddellijk snappen. Illustratie en tekst kunnen immers desgevallend een beeldspraak of symbolen gebruiken die thans niet meer gangbaar zijn. Zo moet men bijvoorbeeld weten dat een van de vogelvangersmethoden hierin bestond takken met vogellijm in te smeren en een uil als lokvogel in de nabijheid te plaatsen. Dergelijke gebruiken boden de rijmelaars heel wat gelegenheid tot moraliseren.
Ook zonder de hulp van de spottende verzen zouden we in de 'Afbeelding van den nieuwen Paus' gemakkelijk de antipaapse intenties erkennen. Hier wordt immers de draak gestoken met de rekwisieten van de Roomse eredienst. Ook de schimp van de tafereeltjes in de zwikken van het spandoek vraagt niet om veel uitleg. Links wordt gezinspeeld op de wolvenwreedheid van de gemijterde clerus en op de niet zo bijster stichtelijke levenswandel van de geleerde theologen. De gelovigen die Rome trouw blijven worden al even onheus behandeld: ze zijn ezeldom en prevelen paternosters.