'Phidias, Raphaël, Seurat creëerden de kunstwerken van hun tijd, met middelen eigen aan die tijd. Sindsdien werden evenwel de gezichtsvelden ruimer. De kunst heeft bezit genomen van gebieden die haar destijds ontzegd waren. Hierin kan men o.m. gebruik maken van een mathematische denkwijze die, ondanks rationele elementen, tal van ideologische gegevens bevat die een uitzicht bieden op nog onontgonnen terreinen.' Deze woorden van Max Bill kunnen een eerste inzicht verschaffen in zijn artistieke opvattingen.
Honderd jaar geleden werd Ernst Barlach te Wedel in Holstein geboren. Hij behoort dus tot de generatie van kunstenaars die rond de eeuwwisseling werkzaam waren, periode waarin tevens een artistieke kentering in de Europese kunst optrad. In zijn beelden schept Barlach in grote lijnen eenvoudige gestalten. De verhoudingen zijn overzichtelijk en ongecompliceerd. Hij wil zodoende de waarachtigheid van de vorm achterhalen, die op zijn beurt de monumentaliteit van de figuren uitmaakt.
Jacob worstelde tot bij dageraad met de engel in mensengedaante. De strijd bleef onbeslist. Jacob liet echter de engel niet gaan voordat hij hem had gezegend en de naam Israël, d.i. de man die strijdt met God, gegeven. Dat bijbelverhaal is voor veel kunstenaars het symbool geworden van hun strijd met de materie bij het ontstaan van het kunstwerk, van de wil om de massa tot bepaalde vormen om te buigen, waarbij de kunstenaar zelf de begenadigde of de gezegende wordt.
Op het ogenblik dat zich elders in Europa een geleidelijke omwenteling en vernieuwing in de beelhouwkunst aftekende, nl. rond de eeuwwisseling, was deze kunstvorm in Engeland nog sluimerend. In dit land waar gedurende de laatste eeuwen een beeldhouwkundige traditie praktisch onbestaande was, is sinds 1930 Henry Moore op de voorgrond getreden, die door de genialiteit en de stootkracht van zijn oeuvre tot de grootste onder de levende kunstenaars behoort.
Het is op eerder toevallige wijze dat Constantin Meunier reeds in zijn prilste jeugd met het kunstenaarsmilieu in aanraking is gekomen. Door het vroege afsterven van zijn vader, Meunier was twee jaar oud, werd zijn moeder genoodzaakt in het onderhoud van haar gezin te voorzien. Zij had een familiepension waar kunstenaars logeerden, wat de aanleg van Meunier zonder twijfel sterk heeft beinvloed. Op zestienjarige leeftijd ging Constantin Meunier in de beeldhouwklas van de Brusselse Academie in de leer, doch eens twintig geworden, verkoos hij de schilderkunst boven het beeldhouwen.
In 1933, één jaar voor zijn overlijden, voltooide Pablo Gargallo te Parijs de meer dan levensgrote 'Profeet'. Dit kunstwerk is de bekroning geworden van een ganse evolutie die de kunstenaar ononderbroken heeft doorgemaakt.