Vogels in de verf
Het thema ‘vogels in de kunst’ is een wereld op zich. Vogels duiken in de meest uiteenlopende gedaantes op. Van nietige bijzaak tot de essentie van een kunstwerk. Van een stipje aan de horizon bij de Vlaamse primitieven tot levensechte, gekooide kanaries in het magische werk van Roger Raveel.
Reeds zeer vroeg in januari was de zanglijster fanatiek aan het zingen, alsof het voorjaar voor de deur stond. Vaste cadans van herhaalde lettergrepen, jubelend voorgedragen: vrolijk makende muziek. Het geluk ligt soms voor het rapen. Eind maart piekt de vogelzang voorzichtig. Pas met de terugkomst van de trekgasten barst de lente los: jodelende wielewalen en onvermoeibare nachtegalen. Heggenmussen bieden vocaal tegen elkaar op. Enkel hoog ritselend gezang verraadt dat een piepklein goudhaantje zich in de sparren ophoudt. Het is de eeuwig terugkerende prelude van de zomer en moet, te oordelen naar de talloze vogels die in kunstwerken opduiken, telkenmale een machtige bron van inspiratie voor vele kunstenaars geweest zijn.
Stond u ooit stil bij de rol die vogels in de geschiedenis van de beeldende kunst opeisen? In dit themanummer gaan we met de verrekijker op stap doorheen openbare kunstcollecties, geduldig turend naar vogels en hun vele verschijningsvormen. We concentreren ons op kunstenaars uit de Nederlanden, en maken nu dan een excursie naar het buitenland. Schilderijen, en in mindere mate tekeningen, behoren tot ons studiemateriaal. Wegens het beperkte bestek worden verluchte handschriften, sculptuur en fotografie hoofdzakelijk onbehandeld gelaten.
Het thema ‘vogels in de kunst’ is een wereld op zich. Vogels duiken in de meest uiteenlopende gedaantes op. Van nietige bijzaak tot de essentie van een kunstwerk. Van een stipje aan de horizon bij de Vlaamse primitieven tot levensechte, gekooide kanaries in het magische werk van Roger Raveel. Vogels zijn de boodschappers van vele symbolische betekenissen en vormen een uitdaging voor technisch onderlegde schilders. “Hoe schilder ik de veren van een pauw zo levensecht, zodanig dat de aanschouwer verrukt wordt door mijn meesterschap?”, moet stillevenspecialist Frans Snijders (1579-1657) ooit bij zichzelf gedacht hebben.
Vogels werden eeuwenlang door mensen benijd omdat ze, wanneer hen dat zint, de wereld van bovenaf kunnen verkennen. Voor we zelf het luchtruim inpalmden, werden pogingen om te vliegen soms in verband gebracht met hoogmoed. De val van Icarus, een veelbesproken werk van de firma Bruegel, verbeeldt mogelijk die hybris. (Brussel, KMSKB of collectie van Buuren) Of denk aan de gevleugelde Nikè van Samothrake (Parijs, Louvre) die, ooit verankerd als boeg van een schip, leek te zweven over de kolkende zee.
In religie, cultuur en kunst zijn vogels betekenisdragers. Onder invloed van het magisch geloof las men uit de vlucht der vogels voortekenen af. Plinius de Oudere (23-79) meldt: “Tijdens het consulaat van Sextus Palpellius Hister en Lucius P edanius (43 n. Chr.) vloog een oehoe het heiligdom op het Capitool binnen en daarom werd de stad dat jaar op 7 maart ritueel gereinigd.”
In een van zijn twaalf werken moest de mythische held Hercules de Stymphaliden verdelgen. Stymphaliden waren reusachtige vogels met ijzeren veren die de omgeving rond het Arcadische Symphalos-meer onveilig maakten. De raaf was heilig voor Apollo, maar raven hielden ook de Germaanse oppergod Wodan op de hoogte van de stand der dingen. Het symbool van de evangelist Johannes is de arend. Reeds in de 10e eeuw, lang voor er in de westerse kunst gespecialiseerde vogelschilders opdoken, kende de Chinese kunst heuse vogelkunstenaars.
De ekster op de galg van Pieter Bruegel (Darmstadt, Landesmuseum) mag dan wel een enigmatisch werkje zijn, toch zouden we in die onschuldig ogende ekster het morbide symbool van de lijkenpikker kunnen ontwaren. Terwijl de boeren onbekommerd dansen, is de nieuwsgierige en opportunistische aaseter nooit ver uit de buurt. De uilen die in de beroemde ets El sueño de la razón produce monstruos van Francisco de Goya (1746-1828) opduiken achter de rug van de slapende man, zijn de boodschappers van de nacht. Op het nachtelijk uur vloeit het leven terug. Slaapt de mens, dan is hij alle controle kwijt en ligt het kwade op de loer. Onbetrouwbare uilen, mysterieus omdat ze ’s nachts leven, zijn altijd de gezellen van de duivel geweest. Als u ooit het lugubere gekrijs van de kerkuil heeft gehoord, dan kan u zich daar zelfs als verlichte eenentwintigste-eeuwse mens iets bij voorstellen.

