Vlaanderen - Venetië: 1500–1800

De eeuwenlange dialoog tussen de Vlaamse en Venetiaanse schilderscholen heeft al heel wat inkt doen vloeien. Het publiek kreeg maar zelden de kans daar iets van te zien. Gelukkig is er nu Venetian and Flemish Masters. Met de tentoonstelling doet Bozar voor de tweede keer een beroep op wat vergeten maar niet minder interessante verzamelingen in Noord-Italië.
De Accademia Carrara is bijzonder rijk aan werk van Bellini. Men confronteert zijn werk en dat van Pisanello met tijdgenoten als Petrus Christus en Hans Memling. Vooral deze laatste had veel succes in Italië, wegens zijn innoverende en geraffineerde portretten. Ook Van Eyck, Van der Weyden en Bouts spelen hier mee.
In de zestiende eeuw kent de Venetiaanse schilderkunst een onovertroffen hoogtepunt met Titiaan, Palma de oude, Tintoretto en Veronese. U ziet hier niet de monumentale composities met allegorische onderwerpen, maar veeleer kleinere religieuze werken en landschappen. Een uitstekende Titiaan komt overigens uit Antwerpen. U ontdekt hier schilders van wie men zelden werk kan zien als Marco Basaiti, Pordenone en Bassano. Het uitbundige licht van de landschappen vindt men ook bij Patenier.
De zeventiende eeuw staat in het teken van de kracht en inventiviteit van Rubens, van wie men slechts een werk te zien krijgt, en de Antwerpse school met Jordaens, Fijt, Snijders, Beuckelaer, Cornelis Huysmans enz. Uit Bergamo ziet u een paar opmerkelijke werken van Padovanino en Balestra en in de achttiende eeuw G.B. Tiepolo, die aansluit bij Rubens.
In de achttiende eeuw dringt een genre afkomstig uit de Oude Nederlanden, de veduta, door in Venetie en wordt daar immens populair. Er zijn twee werken van Luca Carlevarijs, die dat genre in Venetië invoerde. Canaletto, Guardi (met drie werken) en Bellotto ontbreken uiteraard niet. Het jongste werk is een tafereel met gemaskerde figuren, van Pietro Longhi, typisch voor de laatste jaren van de aristocratische maatschappij in de Dogenstad.
