Palazzo Rubens

door Marieke D'Hooghe
thema
Palazzo Rubens
De meester als architect

Meesterschilder, boekillustrator, kunstverzamelaar, diplomaat: het zijn enkele bekende kwalificaties die op het rijk gevulde curriculum vitae van Peter Paul Rubens (1577-1640) prijken. Minder aandacht ging er tot op heden naar zijn verdienste als architect en naar zijn faam als kenner van de antieke en eigentijdse Italiaanse bouwkunst.
Rubens’ architecturale kennis en kunde komen duidelijk tot uitdrukking in zijn schilderijen en in zijn ontwerpen voor wandtapijten, altaren en architectonisch opgevatte titelpagina’s. Zijn geschilderd oeuvre etaleert een rijk architectuurvocabularium dat hij op een ongedwongen en inventieve manier interpreteert en combineert. Een verdienstelijke plaats in de architectuurgeschiedenis verwerft Rubens vooral door de uitgave van zijn Palazzi di Genova (Antwerpen, 1622), een unieke platenbundel met gevels, plattegronden en doorsneden van paleizen, villa’s en een klein aantal kerken zoals hij die uit Genua kende. Met zijn publicatie hoopte Rubens een bijdrage te leveren aan de herleving van de klassieke architectuur in zijn vaderland.
Rubens was daadwerkelijk bij enkele bouwprojecten betrokken. Zijn belangrijkste onderneming was zonder meer de ingrijpende verbouwing van zijn huis in Antwerpen, dat hij naar eigen ontwerp in een Italiaans palazzetto transformeerde. Daarbij liet hij zich inspireren door de klassieke architectuurtheorie. Rubens was ook betrokken bij de bouw van de Antwerpse jezuïetenkerk, door tijdgenoten geprezen als een nieuw wereldwonder. En hij ontwierp mee de feestarchitectuur voor de Blijde Inkomst van kardinaal-infant Ferdinand, de nieuwe landvoogd van de Nederlanden, in 1635. Rubens’ architectuur demonstreert zijn uitstekend absorberings- en integratievermogen en getuigt bovendien van zijn onbegrensde inventiviteit.