De Lage Landen in Tallinn
Terwijl Tallinn zich in 2011 verheugt over de titel van Culturele Hoofdstad van Europa, concentreert dit themanummer zich op de geschiedenis en de historische kunst van de stad. In het bijzonder bekijken we de inspirerende rol die de Lage Landen in het verhaal opeisten. Dit is een vertelling over een wonderlijk stadje, dat vanaf de vijftiende eeuw florissant werd, toen ook in de Zuidelijke Nederlanden steden als Doornik, Brugge, Gent, Brussel en later Antwerpen economisch welvarend waren.
Tallinn was in de late middeleeuwen een belangrijke Hanzestad. Ze lag op de noordelijke handelsroute en vormde met Dorpat en Riga een verbindingspunt tussen het Russische Novgorod en West-Europa. Als doorgeefluik was de stad bijzonder belangrijk. Die bevoordeelde positie en de daarmee gepaard gaande levendigheid van de stad sijpelden in het culturele leven door. De goed geconserveerde architectuur van die dagen is een spiegel voor de mercantiele geest. Vanuit de havens van Brugge en Antwerpen werd kunst naar Scandinavië, de steden van de Hanze-liga en het Balticum verscheept. Globaal gezien is de Estlandse kunstproductie tot aan de zestiende eeuw ingebed in de invloedssfeer van het Duitstalige gebied, Polen en Zweden. Ondanks die bolster van noordelijke kunst vonden mondjesmaat prikkels uit de Lage Landen hun weg naar Reval, zoals de stad eeuwenlang genoemd werd. Het waren buitenlanders zoals Bernt Notke en Arent Passer die het kunstleven van een pittige kruiding voorzagen. Een van Tallinns zonen was de getalenteerde kunstschilder Michiel Sittow, die eind vijftiende eeuw naar de Nederlanden trok en er primitief onder de primitieven werd. Zijn renommee is gigantisch, ook al resten er ons slechts een handvol werken. Het zelfbewustzijn van die dagen, de architectonische relicten van het tot UNESCO-werelderfgoed gepromoveerde historische centrum, en de band met de Nederlanden lopen als een rode draad door dit verhaal.

