U bent hier

Zuiver surrealisme - Verdwenen Magrittes gezien!

Zuiver surrealisme - Verdwenen Magrittes gezien!
René Magritte poseert met zijn schilderij ‘Le Barbare’, tijdens zijn solo in de London Gallery, 1938. Het werk is in de herfst van 1940 vernietigd tijdens de Blitz op Londen. Vandaag is het ‘opnieuw’ te bewonderen.

 

Dit is zuiver surrealisme: kunstwerken bekijken die niet meer bestaan. Toch kan het, en wel in het René Magrittemuseum in Jette. Maar bedenk "Ceci ne sont pas des Magrittes!"

 

 

DE KUNST VAN HET KIEZEN

 

Voor alle duidelijkheid: de verdwenen werken van René Magritte (1898-1967) blijven verdwenen. De zesentwintig werken (schilderijen en objecten) die in het museum te bewonderen zijn werden in een recent verleden (van 2006 tot 2013) nieuw geproduceerd. Dit zijn getrouwe replica’s van werken waarvan inderdaad vaststaat dat zij niet meer bestaan. Zo goed als maar enigszins kon werden niet alleen de onderwerpen, maar ook de techniek, de kleuren en de afmetingen weergegeven.

 

Nep dus? Neen, en zeker niet in het magrittiaans perspectief, waarbij de uitbeelding primeert op de drager. De werken zijn niet gesigneerd; zij werden speciaal voor het museum gemaakt en conservator André Garitte maakt zich dan ook sterk dat zij altijd in het bezit van het museum zullen blijven: “Dit is het meest gedurfde project dat wij ooit gedaan hebben. Het is van februari 1967 geleden dat er nog nieuw werk van Magritte te zien was, dat was toen in Parijs in Galerij Alexander Iolas. Nu, bijna een halve eeuw later, maken wij de wedergeboorte mee van twintig schilderijen, drie objecten en drie gouaches.” 

 

Aan een reeks reproducties werd niet gedacht toen Garitte een beeldhouwer de opdracht gaf de Table-Porte exact na te bouwen. Het was een typisch Magrittegegeven: een tafel met als blad een voordeur met klink, brievenbus en al. Die was ooit in 1937 op een surrealistische tentoonstelling opgedoken en nadien spoorloos verdwenen. Het zeer bevredigend resultaat zette aan tot meer gelijksoortige experimenten.

 

Toch begon de queeste naar de verdwenen werken pas echt met Le calcul mental, een atypisch landschap uit 1931 waarin de omgeving van de Jetse woning van de kunstenaar goed herkenbaar is, ondanks de parasiterende aanwezigheid van geometrische volumes die de huizen lijken te verdringen. Het herinnert ons eraan dat de Esseghemstraat in die tijd voor minder dan de helft bebouwd was; her en der stonden al huizen een beetje verloren tussen de akkers.

 

De Magrittes hadden enkel een plantenkwekerij als vis-à-vis. Het intrigerend werk dat via een zwart-wit afbeelding bekend was kwam opnieuw tot leven. Het magische schokeffect van de confrontatie met een schilderij van Magritte was er opnieuw helemaal. Dit gaf de doorslag om met ander verloren werk aan de slag te gaan. Het werd een fascinerende ontdekkingstocht.

 

André Garitte getuigt: “Tijdens het verwezenlijken van het project hebben we enkele maanden in een salon geleefd tussen een reeks gerecreëerde Magrittes. Dat was een beetje de ultieme test. Het was merkwaardig om te ervaren hoe we op de duur het gevoel hadden tussen authentieke Magrittes te leven. Een erg verkwikkende sensatie.”

 

Zuiver surrealisme

 

En dat is ontegensprekelijk de meerwaarde van dit project. Want hoewel de werken niet van originelen te onderscheiden zijn ligt daarin niet hun grootste verdienste. Zij zijn zo waardevol omdat zij een aantal thema’s behandelen die Magritte zelden of nooit nog hernomen heeft. Niet te verwonderen dat daar veel werk bij is van het einde van de jaren 1920 en het begin van de jaren 1930. Het is de periode waarin René Magritte een onvoorstelbare diversiteit aan visuele vondsten gedaan heeft. Sommige daarvan heeft hij later uitgebreid hernomen en verfijnd, andere kwamen slechts eenmaal aan bod. 

 

Een aantal ervan is ons wel enigszins vertrouwd omdat zij in de literatuur wel worden aangehaald. Zo bijvoorbeeld het schilderij Les impatients uit 1928. Het stelt twee worstelaars voor, eigenaardig aangesneden tegen een donkere achtergrond en onder een bedreigende volle maan. Het is een zo bevreemdend beeld dat Patrick Waldberg het opgenomen heeft in zijn monumentale monografie uit 1965. Even eigenzinnig, en bijzonder omwille van een verre De Chirico-reminiscentie, is L’escrimeuse, een gehavend vrouwelijk naakt, een vrouw met masker of zonder gezicht in een theatrale opstelling. Het is het soort beelden dat meer vragen oproept dan een surrealist beantwoorden kan. En zo kan je het lijstje aflopen. Ik kan u verzekeren: de fascinatie werkt. 

 

 

DE KUNST VAN HET SCHILDEREN

 

Voor de makers, initiatiefnemer André Garitte en zijn drie handlangers, die anoniem wensen te blijven, was de recreatie een werk van lange adem, hachelijker dan het overtuigende resultaat laat vermoeden. André Garitte: “Vooreerst, de keuze van de werken gebeurde aan de hand van wat wij erover konden achterhalen: de formaten bijvoorbeeld, of de kleur. Van alle werken bestaat er minstens een afbeelding, maar van slechts één hebben we een kleurfoto. Improvisatie was alvast niet aan de orde. En dan viel het ons op – en vooral de schilders die aan de slag moesten – dat er wel degelijk een Magritte-techniek bestaat, dat je niet zo maar aan de slag kon. Naargelang de context of de grootte moest bijvoorbeeld een wolk op een totaal andere wijze behandeld worden. Ja, wij hebben veel bijgeleerd.”

 

Ondanks het feit dat Magritte altijd stelde dat de techniek van ondergeschikt belang was en dat het beeld primeerde, heeft hij dus toch het medium schilderen op een heel bewuste manier gehanteerd. Daarnaast is het wel zo dat in de werken van voor 1930 de materie nog een zekere rol speelt, met volumesuggesties en gordijneffecten; gaandeweg zal hij dat uitvlakken, tot de haast nietszeggendheid van didactische schoolplaten. 

 

In de loop van de jaren is uit het werk van René Magritte gelukkig niet zo heel veel verloren gegaan, maar toch. Bij een bombardement tijdens de Blitz in 1940 werden in Londen in één slag negentien Magrittes vernield, samen met werk van Max Ernst, Paul Delvaux, Man Ray en anderen. ELT Mesens en Roland Penrose hadden de hele stock van hun London Gallery in een entrepot samengebracht. Dat werd door bommen getroffen en brandde uit. 

 

Je kan een soort surrealistische constante waarnemen in de wijze waarop werk van Magritte verloren ging en vuur speelt daar een vooraanstaande rol in. Brandende objecten zijn trouwens een weerkerend thema in zijn werk. Er waren branden ten gevolge van oorlog, maar ook bij verzamelaars kon het mis gaan. Een schilderij dat vlak boven een fornuis hing ging in de vlammen op toen eronder vlees gebraden werd. Er waren branden in privéwoningen en in galeries. De Amerikaanse galeriehouders Alexander Iolas en Brooks Jackson slaagden erin om in meerdere branden een record aantal werken te verliezen, in 1972 zelfs vijf in een keer. In de meeste gevallen ging met het verlies van die werken de herinnering aan het behandelde thema ook verloren. Wij weten dat Magritte niet onverschillig stond tegenover het verlies van zijn werken. Toch heeft hij die vroege werken niet opnieuw geschilderd, met later werk was dat wel het geval. Die hernemingen kwamen meer en meer voor, in de jaren 1950 en 1960, naarmate het commercieel succes van de schilder groeide. 

 

De gerecreëerde Magrittes vervolledigen dus het beeld dat wij hebben van onze belangrijkste surrealist. Het is een beetje zoals Het Lam Gods: iedereen weet dat De Rechtvaardige Rechters niet het origineel zijn, maar een degelijke kopie, waardoor het niet opvalt dat het werk verminkt is.

 

 

DE KUNST VAN HET TENTOONSTELLEN

 

Het feit dat deze replica’s in het knusse Magrittemuseum in de Esseghemstraat te bewonderen zijn is een pluspunt. Het huis waarvan de Magrittes het gelijkvloers bewoonden tussen 1930 en 1954 is typerend voor de architectuur van het interbellum. Hun leefomgeving werd er gereconstrueerd met het originele meubilair dat gaandeweg verworven werd. Dit is dus authentiek. Voor wie een beetje vertrouwd is met het visueel arsenaal van Magritte is dit interieur ook een boeiend gegeven. Het is goed traceerbaar in heel wat werken, met dagelijkse objecten die een wonderlijke metamorfose ondergaan. Bovendien heeft het museum een behoorlijke collectie werken van de Belgische surrealisten. Magritte zelf is er uiteraard goed vertegenwoordigd, maar de belangrijkste compagnons de route en epigonen hebben er ook hun plaats. Voor de goede orde: dit museum is geen concurrent voor het Magrittemuseum aan het Koningsplein te Brussel, met de grootste concentratie van werk van René Magritte ter wereld. De collectie van het ‘grote’ museum is uiteraard wereldklasse. Maar in Jette is het thuiskomen en dat doet ook deugd.

 

Terloops nog vermelden dat de collectie van het René Magrittemuseum, inclusief de zevenentwintig ‘verdwenen Magrittes’ beschreven staat in de museumcatalogus Herontdekking van het surrealisme. Alle werken worden paginagroot afgebeeld. Een aanrader voor de liefhebbers van het surrealisme.

 

Rik Sauwen

 


Info

 

Tentoonstelling

De verdwenen Magrittes

Nog tot 14 september 2014

Open: woensdag t.e.m. zondag van 10 tot 18 uur

Gesloten: maandag en dinsdag

 

René Magritte Museum

Esseghemstraat 135

1090 Brussel

Tel. 02 428 26 26

www.magrittemuseum.be

 

Archief

René Magritte Museum: OKV 2006, nr. 3, p. 22-24

Musée Magritte Museum: OKV 2009, nr. 3

www.tento.be