U bent hier

Welkom in de keuken van Rik Wouters

 

De retrospectieve Rik Wouters in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België is een reünie zoals je die maar één keer in je leven meemaakt. Ze berust op de beslissing van twee van onze musea om hun rijke Wouters-verzamelingen samen te brengen en aan te vullen met cruciale bruiklenen.

 

Het is zestig jaar geleden dat er zoveel topwerken van Rik Wouters samenkwamen. Na de heropening van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen (KMSKA) zal het niet gauw meer gebeuren. De schilder, de beeldhouwer én de tekenaar Wouters vuurden elkaar voortdurend aan. Samen zorgden ze voor een orgelpunt van ogenblikkelijke en levenslustige kunst net voor het drama van de Eerste Wereldoorlog toesloeg. Weinig Belgische kunstenaars worden in eigen land zo op handen gedragen. We wensen Rik veel bezoekers toe, van heinde en nog ietsjes meer van verre.

 

In de persmap wordt de tentoonstelling “de grootste retrospectieve ooit gewijd aan de kunstenaar” genoemd. Dat is nu ook weer niet waar. De grootste retrospectieve was die van 1935 in het Paleis voor Schone Kunsten (262 catalogusnummers waaronder een reeks etsen), gevolgd door die van het Koninklijk Museum van Antwerpen in 1957 (236 werken). De huidige catalogus telt 201 nummers. De collecties van Antwerpen en Brussel bleven ook na 1957 aangroeien. Het is een ongeschreven wet: hoe ruimer de vaste museumcollectie, hoe honkvaster de werken. In 1974 schonk de neuroloog Ludo van Bogaert in één klap 58 werken aan het KMSKA, waaronder de schilderijen Het ravijn A (1913), Lezende vrouw (1913), Herfst (1913) en Zelfportret met de zwarte ooglap (1915). Volgens het legaat mochten ze het museum nooit verlaten – daar kwam in 2011 alsnog verandering in door de verbouwingswerken. De Woutersen van het KMSKA gingen naar Mechelen en Den Haag. De retrospectieven in Oostende-Venlo (1994-‘95) en Brussel (2002) moesten het in tussentijd zonder die sleutelwerken stellen. De KMSKB leenden telkens een beperkt deel van hun Wouters-verzameling uit. De huidige reünie is echt wel een once in a lifetime experience.

 

De curatoren maakten de gelukkige keuze om in de eerste zaal meteen de biografische kernmomenten op te roepen. Het is een mentale ruimte die je bij aanvang even goed links kunt laten liggen om er nadien rustig naar terug te keren. Zeker doen, al is het maar om de etsen met enkele voorbereidende tekeningen. De klemtoon in het parcours valt voluit op de werken zelf, op de schilderijen, sculpturen en het werk op papier; hoe ze zich tot elkaar verhouden, en hoe wij ons als bezoekers er ruimtelijk en mentaal tussen bewegen. Het kleur- en lichtrijke oeuvre van Wouters laat zich wel reproduceren maar moet je in feite van heel nabij meemaken. De kunstwerken trekken je aan als kijkmagneten. De sculpturen vragen om lichtval en willen van alle kanten bewonderd worden. De schilderijen uit de wonderjaren 1912-‘14 lijken zelf licht uit te stralen. Aarzel dus niet om hun verfhuid van heel nabij te bekijken. Het ‘oppervlakkige’ en de diversiteit aan materialen maakt van een Wouters retrospectieve zulk een sensuele kijkervaring.

 

Het Zotte Geweld krijgt al vroeg in het parcours ademruimte om te schitteren, aan twee kanten geflankeerd door telkens twee schilderijen van het rustende model Nel (waaronder de zeldzame geschilderde naakten). Je kunt haast niet anders dan in een naderende spiraal rond het beeld cirkelen. We hebben nog maar enkele passen in de tentoonstelling gezet of we bevinden ons al in het fenomenale jaar 1912. De chronologie schemert in de retrospectieve door als een ruggengraat, maar dwingend is ze niet. Ook dat is een gelukkige keuze: de zoektocht van de kunstenaar, die ook wel eens op zijn stappen terugkomt, primeert op de bedrieglijke rechtlijnigheid van leven en werk.

 

Eerst een beeldhouwer

 

Het oeuvre komt onder hoogspanning te staan tussen 1904 (de afronding van de opleiding) en halfweg 1914, wanneer de Eerste Wereldoorlog een dwarse streep trekt door de kunstgeschiedenis. De periode in Amersfoort en Amsterdam (1915) biedt nog een korte opflakkering die ook als dusdanig wordt opgevoerd. Sleuteljaren tussenin zijn 1907 en 1912. In 1907 vindt Wouters in enkele werkjes op karton haast spelenderwijs zijn kleurenpalet en de lichte, schetsmatige toets die delen van de drager durft bloot te laten. Ruim voorbij de helft van het parcours hangt naast Kapel van Onze Lieve Vrouw van Welriekende (1913) zulk een zoekende én vindende kleurschets: Het terras [Kruidtuin, Mechelen] (1907). Tussen de olieverftoetsen schemert het bruine karton door. In 1908 metselt Wouters zijn doeken met het paletmes weer helemaal dicht. Pas vanaf 1912 zal Wouters hetzelfde lumineuze effect bereiken dankzij de met terpentijn aangelengde olieverf en de open plekken waardoorheen het zelf geprepareerde doek oplicht. Kijk maar, aan de linkerkant van de Welriekende. Catalogusnummer één is Portret van vrouw in het grijs, profiel [Eerste portret van Nel] uit 1904-05. Het eerste ambitieuze beeld De nimf uit 1904 ontbreekt vreemd genoeg op het appel. Het sculpturale oeuvre is beperkter dan het picturale oeuvre, waardoor zulk een gat in de tijd sterk doorweegt. In Brussel zijn er 33 beeldhouwwerken samengebracht (zo goed als het gehele sculpturale oeuvre) tegenover 72 van de ongeveer 220 schilderijen. Sculpturen van vóór 1907 zijn om technische, financiële en biografische redenen nauwelijks overgeleverd. De nimf is een visitekaartje van Wouters’ technisch kunnen na acht jaar opleiding als beeldhouwer. Je zou haast vergeten dat Wouters uit de startblokken kwam als beeldhouwer en dat Nel eerst poseerde voor een met klei boetserende Rik. Houd het bij je bezoek in het achterhoofd, ook als je naar de schilderijen kijkt: Wouters was eerst een beeldhouwer; hij muntte technisch het vroegst uit in de beeldhouwkunst, met Dromerij (1907) en Houding (1908) als blijvende getuigen.

 

Sprankelende ensembles

 

De curatoren hebben sprankelende ensembles samengebracht. Ze sporen aan tot kijken en vergelijken. Het kan gaan om variaties op hetzelfde thema, om twee versies van hetzelfde tafereel (De etstafel, Portret van Ernest Wijnans en Het Ravijn), om een speels motief zoals de rood-wit gestreepte jurk of om verschillende media die naar elkaar knipogen. Zo prijkt de monumentale buste van James Ensor bij het vroege interieur Nel met een rode hoed [Een namiddag in Bosvoorde] uit 1908-09, toen Wouters nog in de ban was van Ensors burgersalons van 28 jaar eerder: in de stoffige kamer tekent het zijdelingse zonlicht scherpe licht-donkercontrasten op mens en ding. Het levensgrote beeld van Mevrouw Giroux staat bij het geschilderde portret, allebei uit 1912, en een portret van haar man, galeriehouder Georges Giroux, door Willem Paerels. De burgervrouw staat er wat plompverloren bij. Het contrast met de levendigheid van De huiselijke zorgen (1913-14) verderop is groot. De vertrouwdheid tussen Rik en Nel doet deze ogenblikkelijke kunst opflakkeren. Tot vandaag delen wij in hun intimiteit. De werken op papier nodigen je pas goed uit in de interne keuken van de kunstenaar. Het zijn de minst getoonde kunstschatten. Ze worden gegroepeerd in twee (uitvals) hoeken van de tentoonstelling en vormen zo een luchtbrug tussen de schilderijen en sculpturen. In één hoek zijn de zwart-wit tekeningen samengebracht: vroege schetsen op klein formaat die het volume van het model vastleggen; tekeningen in Oost-Indische inkt die de contouren en houdingen van Nel vliegensvlug vangen; uitgewerkte houtskooltekeningen van een Naakt in rieten zetel of de ruwe maar o zo rake schets van een onweer met striemende strepen houtskool. In de andere hoek heerst kleur. Het zijn scènes uit het dagboek van een kijklustig kunstenaar. Zwarte lijnvoering en waterige kleurpartijen vloeien samen tot een handelsmerk van de firma Wouters. Deze werkjes staan op zichzelf en lijken de olieverftechniek uit de jaren 1912-‘14 te hebben beïnvloed.

 

Werken op papier zwerven ook doorheen het parcours. Zo zie je hoe Rik Wouters met louter kleurcontrast diepte geeft aan landschappen en stillevens. Drie pastels hangen tussen de schilderijen in. Het valt nauwelijks op. De Amsterdamse doeken, in een meer verzadigde tonaliteit en egaler qua vlakwerking, leunen sterker aan bij de pastel- dan de aquareltechniek. Ook dat geeft de retrospectieve ons haast naast de neus weg mee. Naast Portret van mevrouw Moreau-Wouters (1912) hangt de voorbereidende aquarel: de zittende figuur met sjaal op een stoel wordt met een minimum aan zwarte lijnen neergezet. Met enkele vlekken groen, rood, geel en blauw geeft Wouters de kleurpartijen aan. Op het uitgewerkte doek heeft hij de stoelleuning met een gele uithaal verlaagd om het geel-blauwe venstervlak sterker te laten uitkomen. De correctie maakt de scène nog levendiger, als een tache de beauté. Honderd en vijf jaar na datum blijven we getuige van de genese van het oeuvre.

 

De retrospectieve flitst ons niet terug naar een lang vervlogen tijd maar nodigt ons uit om de gestolde ogenblikken hier en nu met onze blik wakker te strelen. De verzamelde werken dwingen je tot weinig of niets. Ze geven je hooguit subtiele hints van samenhang. Het spiegelbeeld in Dame in het blauw voor een spiegel (1914 – het affichebeeld) rijmt met de weerspiegeling  is een spiegel. Een raam vormt dan weer het verbindende element tussen de vrouw in Herfst (1913) en Namiddag in Amsterdam (1915). Het schilderij is een raam.

 

Deze retrospectieve Rik Wouters klapt open als een spiegelpaleis. Je kunt er uren in verdwalen.

 


Info Tentoonstelling

Rik Wouters retrospectieve – Nog tot 2 juli 2017 – Open: dinsdag t.e.m. vrijdag van 10 tot 17 uur, zaterdag en zondag van 11 tot 18 uur – Gesloten: maandag - Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België – Regentschapsstraat 3 – 1000 Brussel – T 02 508 32 11 – www.fine-arts-museum.be

Extra themanummer

Naar aanleiding van de tentoonstelling stelt Openbaar Kunstbezit Vlaanderen het extra themanummer Rik Wouters - De voltooide symfonie voor.