U bent hier

Verborgen schatten van Léon Spilliaert - In de verzamelingen van de Koninklijke Bibliotheek

Staande kat, achterzijde en gedraaid naar de horizon. Gesigneerd onderaan links : 'L SpiLLiAERT' Datering ca. 1901 - 1902, Potlood, pen en gewassen met Oost-Indische inkt op papier, 383 x 307 mm.

 

Rachel Vergison, de weduwe van Léon Spilliaert, verkocht tussen 1956 en 1960 een collectie van 150 tekeningen aan het Prentenkabinet van de Koninklijke Bibliotheek in Brussel. Dit fonds zag quasi nooit het daglicht maar wordt ter gelegenheid van de aanhollende Spilliaerttentoonstelling in het najaar voor één keer uit de kast gehaald.

 

 

LATE DOORBRAAK

 

"Het gaat om tekeningen die achtergebleven waren in het atelier," zegt toonaangevend Spilliaert- kenner Anne Adriaens-Pannier. "In die tijd keek niemand er naar om. Spilliaert genoot bijlange nog niet de erkenning en de eer die hem vandaag toekomt." Het aangeboden materiaal kwam in zes delen in handen van de Koninklijke Bibliotheek. Groot geld ging er niet mee gemoeid. Alain Jacobs, wetenschappelijk medewerker van de tentoonstelling Léon Spilliaert in de verzamelingen van de Koninklijke Bibliotheek in het Prentenkabinet, rekent voor dat de totale aankoopsom destijds slechts een slordige 160.000 franken bedroeg.

 

Maar Spilliaerts doorbraak kwam pas nadien op gang en dus ook het grote geld. Anne Adriaens- Pannier: "Het was de Antwerpse galerie Campo die het werk van Spilliaert voor het publieke voetlicht plaatste. Campo was een pionier. Spilliaerts late doorbraak heeft vooral te maken met het feit dat er meer interesse bestond voor de expressionisten. Permeke stond torenhoog aangeschreven. En ook was Spilliaert geen gemakkelijk mens. Zo vond hij dat exposities hem van het werk hielden en zijn medewerking ter zake was bijzonder gering. Dat is niet bepaald bevorderlijk voor je naambekendheid. Kwam daar nog bij dat hij, na de dood van zijn vader in 1928, allerminst gehaast was om werk te verkopen. Voor het geld moest hij het niet doen. De weduwe verkocht de tekeningen uit geldnood.

 

 

TRANSPARANTE AQUARELLEN

 

Het initiatief om tekeningen, boeken en albums van Léon Spilliaert te exposeren in de Koninklijke Bibliotheek komt van Gwendoline Denhaene, verantwoordelijke van het Prentenkabinet en wetenschappelijk assistent Alain Jacobs. Bijzonder aan het tentoongestelde fonds is dat het een homogeen geheel vormt. Nagenoeg alle tekeningen, op een paar uitzonderingen na, stammen uit de periode 1900-1916. Anne Adriaens-Pannier: "Interessant zijn bijvoorbeeld de tekeningen die hij maakte van zijn vrouw en dochter Madeleine. Spilliaert is op dat ogenblik nog maar pas getrouwd. Je kunt ze vergelijken met de tekeningen van Rik Wouters, ook hij verbeeldde zijn huiselijke entourage. Je ziet een slapende en naaiende Rachel Vergison. Het zijn echt hele intimistische momentopnames. Qua techniek gaat het om werk op papier en op klein formaat, niet groter dan een A-viertje. Er zijn de zuivere potloodtekeningen en tekeningen gecombineerd met lavis van Oost-Indische inkt, soms zijn ze bijgewerkt met kleurpotlood. Vanaf 1912 verschijnen de kleurige krijttekeningen en de transparante aquarellen na een periode van veel en diep zwartgebruik."

 

De tekeningen van Léon Spilliaert vormen een van de belangrijke fondsen van het Prentenkabinet. Maar minstens even aanzienlijk zijn de fondsen Rops, Rassenfosse en Rik Wouters. Om nog maar te zwijgen van oude tekeningen en gravures. Al dit kostbare materiaal wordt zorgvuldig geconserveerd. Zo wordt elke tekening in het Prentenkabinet bewaard in een farde van zuurvrij papier met eromheen een passe-partout. De tekeningen zitten in kartonnen dozen die op hun beurt bewaard worden in metalen kasten. Het spreekt voor zich dat de ruimte van bewaring is geklimatiseerd. Wie in het Prentenkabinet kostbare tekeningen wil bekijken krijgt katoenen handschoenen aangeschoven en steevast bewaking mee.

 

Voor wat Spilliaert betreft, zijn na de opening van de tentoonstelling nagenoeg al de tekeningen in het bezit van het Prentenkabinet geïnformatiseerd en te bekijken via www.kbr.be. "De tentoonstelling bood ons de unieke gelegenheid om een dergelijk project aan te vatten," zegt Alain Jacobs content. "We beperken ons uiteraard niet tot de moderne kunst alleen. Je kunt evengoed de tekeningen van Brueghel in onze collectie opvragen. Het informatiseringproces draait momenteel op volle toeren, we zijn nu aan de letters C en D. Je moet rekenen dat we ongeveer 30.000 tekeningen en zo'n circa 500.000 prenten te verwerken hebben."

 

 

HET EZELTJE NANETTE

 

Naast de aangekochte tekeningen van Léon Spilliaert, bezit het Prentenkabinet nagenoeg de integrale verzameling lithografieën van de kunstenaar. Ze werden destijds - op 27 maart 1923 - aangeboden door de kunstenaar. Het Prentenkabinet betaalde 180 frank voor de drie albums met in elk daarvan tien losse bladen: Plaisirs d'Hiver (1918), Sites Brabançons (1919), Les serres chaudes (1919). De albums ontstonden in Brussel door toedoen van architect en decorateur Leon Sneyers die verregaande interesse betoonde voor het artistieke oeuvre van Spilliaert. Ze kenden een commercieel succes. In Les serres chaudes illustreerde Spilliaert gedichten van Maeterlinck. De albums zijn genummerd en stuk voor stuk verschillend ingekleurd. Dat maakt ze tot bijzondere unica.

 

In de grote overzichtstentoonstelling Léon Spilliaert toont Adriaens-Pannier onder meer de voorbereidende tekeningen van deze albums en de originele boeken die hij illustreerde. Enkele exemplaren zullen voor één keer de 'réserve precieuze' verlaten. Zo zullen de bezoekers zes pentekeningen uit La femme au prisme van Franz Hellens (1920) kunnen bewonderen die in de vloeiende lijnvoering opvallend Matissiaans geïnspireerd zijn. Tien jaar later illustreerde Spilliaert het kinderboek Au temps que Nanette était perdu. Het boekje handelt over de ezel Nanette en staat vol met pentekeningen en gekleurde aquarellen. Uit deze latere periode stammen de illustraties voor de publicatie La servante au miroir van Marcel Lecomte waarin allerlei ingebeelde situaties aan bod komen. Op en top surrealistisch. Bijzonder schattig zijn ook de kleine tekeningetjes uit Inutilités (1941) van Paul Neuhuys. De bekoorlijke illustraties zijn nauwelijks bij een breed publiek bekend.

 

 

VERHAEREN EN MAETERLINCK

 

De grote overzichtstentoonstelling Léon Spilliaert, een vrije geest in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten is op zich een klapper van formaat. Ze omvat volgens samenstelster Anne Adriaens-Pannier drie grote luiken. In het eerste daarvan krijgen we illustraties rond de literatuur voorgeschoteld. Hier duiken de namen van de literatoren Maurice Maeterlinck en Emile Verhaeren op, met de laatste was Spilliaert goed bevriend. Zo illustreerde Spilliaert onder meer bundels als Pour Les amis du poète (1896) en Petites Légendes (1900) van Emile Verhaeren. Van Maeterlinck verluchtte hij de drie volumes Théâtre (1900-1901) met 348 vignetten en bladillustraties, dat alles in opdracht van de Brusselse uitgever Edmond Deman.

 

Deel twee van de tentoonstelling toont nagenoeg al zijn zelfportretten. Anne Adriaens-Pannier: "Spilliaert was weinig geïnteresseerd in andere modellen. De spiegel biedt hem de mogelijkheid zijn eigen psyche te doorgronden. Hij begint er mee in 1902 maar de echte psychische studies dagtekenen van 1907/1908.

 

Het laatste en derde deel van de tentoonstelling brengt fascinerende interieurs en vergezichten van dijk en zee. De vergelijking met Xavier Mellery's intimistische interieurs is hier gauw gemaakt of met de perspectieven van Hiroshige en Hokusai zoals bijvoorbeeld voor De Hofstraat of Meisjes voor de golf van Spilliaert."

 

Verder speurt Adriaens-Pannier naar de identiteit van de in Oostende geboren meester. "Dat doe ik door transponering van Odilon Redons boek A soi même. Odilon gunt ons een blik in zijn artistieke ziel. Hij onderzoekt het gebruik van zwart wat men noemt: La profondeur du noir. Qua techniek verdiepte ik mij in Alfred Kubins Le travail du dessinateur. Hij peilt naar de waarde en betekenis van de inkt, het papier, zaken die ik in verband heb gebracht met het werk van Spilliaert."

 

Zowat tachtig procent van de in totaal 3.500 werken die Spilliaert heeft nagelaten, bevindt zich volgens Anne Adriaens-Pannier in privé-bezit. Van dit oeuvre zijn er maar 55 schilderijen op doek, paneel of karton. Schilderen was niet bepaald zijn dada. Léon Spilliaert experimenteert er mee voor het eerst in 1920, maar algauw blijkt dat hij van schilderen geen kaas heeft gegeten. Het ontbrak hem omzeggens aan metier. Anne Adriaens-Pannier: "Als je naar zijn schilderijen kijkt heb je het gevoel alsof hij zijn spontane originaliteit verliest. Het zit allemaal muurvast. Er is nauwelijks diepte. In de tentoonstelling laat ik wel vier schilderijen zien: Het Karreveld, Zeilboot in volle zee, De schaatsers en StraatLantaarns. Of ik Spilliaert nog niet beu ben? Welnee, elke week komt er wel een nieuwe Spilliaert bij. Dat maakt het onderwerp spannender dan wat ook."

 

Philip Willaert

 


INFO

Tentoonstelling

Léon Spilliaert 1900-1910

Van 22 september 2006 tot 3 februari 2007

Open: van maandag tot en met zaterdag van 10.00 tot 16.50 uur

Koninklijke Bibliotheek van België Zaal Naster

Keizerslaan 4 

1000 Brussel

Tel. 02 5 19 58 10

www.kbr.be

 

Léon Spilliaert. Een vrije geest

Van 22 september 2006 tot 3 februari 2007

Open: van dinsdag tot en met zaterdag van 10 tot 17 uur, vrijdag tot 21 uur

Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België

Regentschapsstraat 3

1000 Brussel

Tel.02 508 33 33

www.expo-spilliaert.be 


ILLUSTRATIES

(De illustraties kun u bekijken in het PDF-formaat)

Staande kat, achterzijde en gedraaid naar de horizon, Gesigneerd onderaan links: 'L. SpiLLiAERT'
Datering ca. 1901-1902, Potlood, pen en gewassen met Oost-Indische inkt op papier, 383 x 307 mm

Beschouwing. Landschap met waterwilgen langs een rivier, Gesigneerd en gedateerd onderaan rechts 'Datum 1900'. Opschrift bovenaan : 'CONTEMPLATION'
Pen en gewassen Oost-Indische inkt, blauwe aquarel op papier, 154 x 199 mm

Welstellende Menschen, Initialen bovenaan rechts: 'Lsp', Niet gedateerd. Datering ca. 1910. Opschrift:Bovenaan rechts, met potlood: Welstellende / Menschen'
Potlood, penseel en gewassen Oost-Indische inkt op papier, 277 x 309 mm

Staande vrouw, profiel naar rechts, op haar hoofd een hoed met brede randen; twee zwanen. Gesigneerd onderaan rechts: 'L Spilliaert', Niet gedateerd.
Zwarte waterverf en gewassen met Oost-Indische inkt op papier, 271 x 208 mm.