U bent hier

STAM - STADSMUSEUM GENT

Buste van Keizer Karel V. gips en pijpaarde (?) met polychromie, 53,5 x 62 x 31 cm, Museum voor Schone Kunsten.Gent.

 

INLEIDING

 

Het Gentse stadsmuseum STAM is gevestigd op de Bijloke, een plek met een lang en rijk verleden. Het heterogene karakter van de site met gebouwen uit verschillende periodes, opgetrokken in diverse bouwstijlen, is de perfecte locatie om de complexe en gelaagde geschiedenis van Gent te illustreren.

 

Het was geen sinecure om in de abdij en het klooster, allebei beschermd, een museum van de eenentwintigste eeuw in te passen. Het STAM heeft een evenwicht gevonden tussen de noden van het museum en de historische waarde van de gebouwen. Restauraties en verbouwingen gebeurden met veel zorg en respect. De nieuwbouw is een uitvoering van wat eeuwen geleden gepland, maar nooit gerealiseerd is, een oude veertiende-eeuwse dichtgemetselde doorgang is geopend en past perfect in het nieuwe tentoonstellingscircuit en de Zaal 1715 ligt precies op de plaats waar de bezoeker de achttiende-eeuwse stad binnenstapt.

 

Het STAM vertelt het verhaal van Gent chronologisch-historisch onder het motto: van het heden naar het verleden en terug. Daarvoor kan het putten uit de meer dan 17.000 eigen collectiestukken, een verzameling die gestadig is gegroeid vanaf 1833, toen het Gentse stadsbestuur instemde met de plannen voor een oudheidkundig museum. De vaste tentoonstelling is vervolledigd met objecten uit vele andere stedelijke (erfgoed)instellingen, musea, archief- en documentatiecentra en bibliotheken. Topstukken zijn er in overvloed: de befaamde Carolijnse Concessie, het borstbeeld van de jonge Keizer Karel, luxueuze handschriften uit de Sint-Baafs- en Sint-Pietersabdij, oorkonden en charters, merkwaardige steensculpturen uit de twaalfde eeuw, unieke bronzen korenmaten uit de dertiende eeuw, veertiende-eeuwse muurschilderingen en grafplaten, processietoortsen uit de zeventiende eeuw...

 

Het vaste tentoonstellingsparcours is aangevuld met de multimedia-applicatie 'Zichten op Gent' met vier zorgvuldig gekozen momentopnames. Twee panoramische zichten op Gent uit 1534 en 1641, een kaart uit 1912 en de hedendaagse luchtfoto zijn gedigitaliseerd en via een gebruiks­vriendelijke multimedia-applicatie toegankelijk gemaakt. Het multimediale verhaal illustreert de geschiedenis van le quotidien, het dagelijkse leven in de stad. Het toont niet alleen hoe de stad veranderde, het toont vooral hoe de Gentenaars woonden, werkten, hun vrije tijd doorbrachten... kortom, leefden.

 

De bezoeker leert in het STAM niet alleen meer over het verleden van Gent, hij voelt er ook het ritme van de hedendaagse stad. Het museum verwelkomt de bezoekers niet enkel binnen zijn muren, het wil hen vooral uitnodigen om de stad in al haar facetten zelf te ontdekken.

 


INHOUD

1/ STAM, Stadsmuseum Gent: van het heden naar verleden en terug

2/ Multimediaproject: 'Zichten op Gent'

3/ De Bijloke: van zorgsite naar cultuursite

4/ Van Bijlokemuseum naar STAM: de collectie Gent

5/ Praktisch


 

STAM, STADSMUSEUM GENT: VAN HET HEDEN NAAR HET VERLEDEN EN TERUG

 

 

Het STAM vertelt het verhaal van Gent chronologisch-historisch. Waar mogelijk is dat geïllustreerd met authentieke objecten, documenten, oorkonden, handschriften, relicten en afbeeldingen, wat betekent dat de bezoekers heel wat originele stukken te zien krijgen, die meestal verborgen blijven in archieven en bibliotheken.

 

Het eigenlijke tentoonstellingsparcours begint in de introductieruimte op de eerste verdieping van de nieuwbouw, waar de bezoekers kennismaken met Gent vandaag. Omdat iedereen het verleden beleeft vanuit de eigen tijd, heeft het STAM de huidige stad gekozen als vertrekpunt voor het vast parcours. Op de vloer van de introductieruimte ligt een reusachtige luchtfoto van de volledige stad, met alle deelgemeenten en het volledige havengebied. De foto, gemaakt op schaal 1/1000, is van onder uit belicht waardoor straten, pleinen, monumenten, fabrieken, parken en zelfs individuele huizen goed te herkennen zijn. In het midden van de luchtfoto rijst een driedimensionele maquette van het stadscentrum op, met vijftig in detail uitgewerkte gebouwen. Dankzij het Departement Stafdiensten kan het STAM beschikken over de nodige digitale bestanden om dit te realiseren. Een korte film vermengt beelden van verleden en heden, wat de historische gelaagdheid van de stad zeer concreet maakt.

 

"DE VOORNAAMSTE STAD VAN VLAANDEREN", Al-Idrisi

De Arabische wetenschapper, reiziger en geograaf Al-Idrisi (1099-1166) maakte in opdracht van koning Roger II van Sicilië een beschrijving van de toenmalige gekende wereld. Omstreeks 1150 stelde hij zijn belangrijkste werk samen, Al-Kitab al-Rujari, vernoemd naar zijn opdrachtgever. Het werk heeft soms ook als titel Nuzhat al-Mushtaq fi Ikhtiraq al-Afaq of Het genot voor wie door de klimaten wil reizen: "De voornaamste stad van Vlaanderen is Gent. Ze is gebouwd op de oostelijke oever van de Leie op 35 mijlen van de zee. Men staat er in bewondering voor de imposante woningen en mooie gebouwen. De stad zelf is omringd door wijngaarden en vruchtbare akkers."

 

 

VAN DE EERSTE SPOREN TOT DE VROEGE MIDDELEEUWEN

 

 

De bezoekers wandelen over een glazen passerelle naar het abdijgebouw. Via het doksaal van de abdijkerk gaan ze naar het dormitorium, waar ze terechtkomen in de prehistorie en de vroege middeleeuwen. Het verhaal van Gent begint niet bij de stichting van de stad, maar bij de eerste sporen van menselijke aanwezigheid in de regio rond 70.000 jaar voor onze tijdrekening. Rond 3000 voor Christus is er bewoning in het latere Gentse stadsgebied. Het Romeinse leger verovert Gallië in de jaren 50 voor onze tijdrekening, een eeuw later ontstaan er Romeinse nederzettingskernen in het Gentse. De nederzetting vlakbij de samenloop van Leie en Schelde is de belangrijkste bewonerskern in deze periode. Deze plek wordt Ganda genoemd, wat in het Keltisch 'samenvloeiing' of 'monding' betekent. De naam Gent is hiervan afgeleid.

 

Centraal in het dormitorium staat een topografische maquette, die de rol van landschap en reliëf en van de rivieren Leie en Schelde hij het ontstaan van de stad aanschouwelijk voorstelt. De maquette toont ook hoe vier bewonerskernen geleidelijk vergroeien tot de historische kuip. Een eerste kern ontstaat aan de Blandijnberg, waar de zendeling Amandus in de zevende eeuw het klooster Blandinium opricht, de latere Sint-Pietersabdij. Een tweede bewonerskern bevindt zich aan de samenvloeiing van Leie en Schelde, vlakbij de locatie van de Romeinse handelsplaats Ganda. Diezelfde Amandus sticht er een tweede kerk, die uitgroeit tot de Sint-Baafsabdij. Later vestigt een groep inwoners zich een halve kilometer verder stroomopwaarts langs de Schelde, achteraan de huidige Sint-Baafskathedraal. Daar ontstaat een derde bewonerskern, die evolueert tot de handelsplaats Portus Gandavum. Deze kern versmelt geleidelijk met een vierde woongebied, dat in de loop van de tiende en de elfde eeuw ontstond in de omgeving van een burcht, het latere Gravensteen. Rond 1100 wordt het stadsgebied, dat zowat 80 hectare groot was, omringd door een watergordel. Dit gebied komt overeen met de 'kuip' of de huidige binnenstad.

 

Naast de maquette zijn er nog andere blikvangers in het dormitorium. Op basis van bewaarde fragmenten en van opgravingen zijn holografische reconstructies gemaakt van bijvoorbeeld het Gravensteen, de Sint-Janskerk (vandaag de Sint-Baafskathedraal) en de Sint-Baafsabdijkerk. De reconstructies tonen de gebouwen, zoals ze er rond 1200 vermoedelijk uitzagen. Bronzen schalen tonen dan weer aan dat Gent op dat moment al een rol speelde in de internationale handel. Andere tentoongestelde relicten en handschriften zijn direct verbonden met de Sint-Baafs- en de Sint-Pietersabdij, die eeuwenlang de geschiedenis van de stad en de regio hebben meebepaald. In de loop van de negende en de tiende eeuw groeien zij uit tot invloedrijke religieuze, culturele en economische centra. Verschillende merkwaardige steensculpturen (een linteel, een Romaans kapiteel of een grafsteentje) uit de twaalfde eeuw zijn afkomstig van de Sint-Baafsabdij. Getijdenboeken, dodenrollen en handschriften kwamen tot stand in de scriptoria van de abdijen. Speciale aandacht gaat naar de collectie luxueuze handschriften, die werden vervaardigd in opdracht van Raphaël de Mercatel (ca. 1437-1507). Deze onwettige zoon van de Bourgondische hertog Filips de Goede werd later abt van de Sint-Baafsabdij. Bij zijn dood bezat Mercatel tachtig handschriften, waarvan er zo'n zestig bewaard zijn gebleven.

 

De refter krijgt geen museale invulling, de verstilde sfeer van de ruimte wordt gerespecteerd. Op het gelijkvloers wandelen de bezoekers via de pandgangen naar de andere museumruimtes. De gangen dienen ook als rustpunt, want er staan alleen banken waar bezoekers kunnen luisteren naar verhalen en impressies over Gent vroeger en nu. Het Gent van vandaag wordt opgeroepen door foto's van Magnum-fotograaf Carl De Keyser.

 

"OPVALLENDE VOORBEELDEN VAN ANTIEKE VOLMAAKTHEID", Erasmus

De humanist Desiderius Erasmus (1467-1536) bezocht Gent in april 1514. Op 1 februari 1529, toen hij de Nederlanden reeds enkele jaren had verlaten, schreef hij vanuit het Zwitserse Bazel in een brief aan de Gentse patriciërszoon Karel Utenhove: "....Ik geloof niet dat er in heel de christelijke wereld één stad te vinden is die de vergelijking met Gent kan doorstaan en dat slaat dan zowel op zijn uitgestrektheid en zijn macht als op zijn politiek bestel en op het karakter van zijn inwoners. Nergens inderdaad vindt men vruchtbaarder talenten, nergens zo opvallende voorbeelden van antieke volmaaktheid..."
Desiderius Erasmus, La correspondance d'Erasme, vol. VIII, 1529

 

 

MIDDELEEUWSE HOOGDAGEN EN CONFLICTEN

 

 

In de voorraadkamer zijn de middeleeuwse hoogdagen van Gent geëvoceerd. Tussen de elfde en de late dertiende eeuw groeit Gent uit tot een van de belangrijkste steden van Noordwest-Europa. De rijkdom en macht van de stad steunen op de bloeiende lakennijverheid en de lakenhandel. Meer dan de helft van de Gentse bevolking werkt in de lakenindustrie, als volder, spinner en wever of als handelaar. De ligging aan de samenvloeiing van Leie en Schelde is voor Gent een grote troef in de internationale handel. Vanaf de late dertiende eeuw wordt de binnenhaven aan de Leie, aan de Gras- en Korenlei, het centrum van de handelsactiviteiten in de stad. Wol wordt er aangevoerd uit Engeland, het Gentse laken wordt over heel Europa uitgevoerd.

 

De haven speelt ook een cruciale rol in de voedselbevoorrading. In de loop van de veertiende eeuw verwerft de stad het stapelrecht op graan: alle invoer van graan in het graafschap Vlaanderen moet gebeuren via Gent en ieder schip, geladen met graan, moet een vierde van zijn lading in de stad achterlaten. In de middeleeuwen, een periode met periodieke voedseltekorten en hongersnoden, is een verzekerde graanaanvoer van ongekend belang. Sommige panden zoals het Stapelhuis aan de Graslei of de Spijker aan de Hooiaard herinneren vandaag nog altijd aan de hoogdagen van de haven aan de Leie.

 

Dit alles belet niet dat de stad geregeld diep verdeeld wordt door interne vetes en conflicten. Aanvankelijk heeft het stadspatriciaat de politieke en economische macht in handen. De patriciërs wonen in hoge stenen huizen of 'stenen', die hun macht en status duidelijk symboliseren. Rond 1280 groeit het verzet van de ambachten tegen de machtspositie van de patriciërs, stakingen en opstanden breken tenslotte hun machtsmonopolie. Vanaf 1302 bemachtigen de ambachten een plaats in het stadsbestuur en nemen ze actief deel aan het openbare leven in de stad.

 

Voor de periode 1200-1600 is er een bijzonder rijk aanbod aan objecten en documenten om het middeleeuwse Gent tot leven te brengen: oorkonden, charters en handschriften, wapens, kleurrijke ledenboeken van de Gentse ambachten, korenmaten, grafplaten, onderdelen van huizen... Het bekende schilderij Panoramisch Zicht op Gent uit 1534 toont de stad zoals ze er uitzag tijdens haar hoogdagen. Miniaturen, afkomstig uit binnen- en buitenlandse bibliotheken en musea, zijn op ingenieuze wijze geprojecteerd en brengen het middeleeuwse Gent letterlijk tot leven.

 

Het groeiend zelfbewustzijn van de stad leidt geregeld tot conflicten met andere Vlaamse steden en met de centrale macht, m.n. de graven van Vlaanderen. Het tweede deel van de zaal is gewijd aan de confrontatie tussen Gent, als verdediger bij uitstek van de stedelijke vrijheidsgedachte, en de graven. In de loop van de vijftiende eeuw krijgt deze confrontatie een andere dimensie. Gent moet het opnemen tegen de ambitieuze Bourgondische hertogen, die een gecentraliseerde staat willen vestigen. Wanneer op het einde van de vijftiende eeuw de Habsburgers de plaats innemen van de Bourgondiërs veranderen de onderlinge machtsverhoudingen voorgoed in het voordeel van de centrale staat: de machtsreserves van deze vorsten zijn veel te sterk voor één enkele stad.

 

 

GROTER DAN GENT

 

In het tentoonstellingsparcours bevinden zich ook twee kleinere ruimtes, die onderwerpen behandelen die groter en bekender zijn dan Gent: Keizer Karel en het schilderij De aanbidding van het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck. De betekenis van Keizer Karel kan anderzijds niet losgemaakt worden van het chronologische verhaal van de stad en van de bewogen zestiende eeuw, die voor Gent een echte scharniereeuw was. In 1500, het geboortejaar van Karel, is Gent nog altijd een grote stad van Europees belang en Karels komst wordt luisterrijk gevierd. Wanneer Gent in 1539-1540 in opstand komt, slaat Karel hard terug. Hij verklaart alle stedelijke voorrechten nietig en laat stadsversterkingen en sommige stadspoorten geheel of gedeeltelijk slopen. De Sint-Baafsabdij wordt vervangen door het Nieuw Kasteel, een onvervalste dwangburcht. Na de vrijwillige troonsafstand van Karel in 1555 ten voordele van zijn zoon Filips II (1527-1598) gaat het van kwaad naar erger. De tweede helft van de zestiende eeuw is een bijzonder woelige periode, voor Gent en voor de Nederlanden, die eindigt met de scheiding tussen noord en zuid. De Beeldenstorm van 1566 is het begin van een jarenlange politieke en religieuze strijd tegen het Spaanse katholieke gezag. Van eind 1577 tot september 1584 kent Gent een revolutionair, maar ook fanatiek calvinistisch bestuur. De politieke frustraties, die de bestraffing door Keizer Karel in 1540 hebben veroorzaakt, voeden het radicalisme van de republiek.

 

In september 1584 heroveren de Spanjaarden Gent en verlaten duizenden inwoners de stad. De droom van een onafhankelijke stadsstaat is voorgoed voorbij. De tentoonstelling vat die cruciale zestiende eeuw in enkele sterke beelden. De feestelijke doopstoet en het borstbeeld van de jonge Karel symboliseren de hoge verwachtingen bij het begin van de eeuw. Daarna wordt de sfeer veel grimmiger. Prenten tonen niet alleen de genadeloze vervolging van echte of vermeende ketters, maar ook de niets ontziende furie van de beeldenstormers.

 

In de tweede ruimte krijgt het beroemde schilderij van de gebroeders van Eyck, De aanbidding van het Lam Gods, alle aandacht. Er wordt meer in het bijzonder ingezoomd op de diefstal van het paneel van de Rechtvaardige Rechters in 1934. De zoektocht naar dit verdwenen paneel houdt tot vandaag talrijke mensen in de ban. Geregeld duiken nieuwe pistes op om het paneel terug te vinden, maar zij bleven tot nu toe zonder resultaat. In deze ruimte wordt het politieonderzoek, aan de hand van originele documenten en krantenknipsels uit de jaren 1930, gereconstrueerd als een onvervalste whodunit.

 

"POMPEUS AANDOENDE STAD", William Thomas Beckford

Niet alle bezoekers waren even sterk onder de indruk van Gent. William Thomas Beckford (1760 - 1844), een Engelse schrijver, kunstverzamelaar en mecenas, bezocht de Lage Landen tijdens een Grand Tour in juni 1780. Vervuld door de klassieke schoonheidsidealen en door Italië kon hij zijn ontgoocheling niet verbergen. Beckford had weinig lovende woorden over voor de stad in zijn Dreams, Waking Thoughts and Incidents: "Gent is niet de meest voor de hand liggende plaats om de aandacht te trekken van iemand die zo diep in de antieke oudheid verzonken is en ik kan me er dan ook niets anders van herinneren dan dat het een grote, slecht geplaveide, overvolle en pompeus aandoende stad is met een behoorlijk aantal kloosters, kapellen en monumenten, koperen hekken en verguld marmer."

 

 

DE BAROK

 

De grote, heldere Zaal 1715 is het passende decor voor Gent in de barokperiode. In de loop van de zeventiende eeuw herstelt de stad zich langzaam, maar zij is de aansluiting met grote Europese steden voorgoed verloren. Toch is het niet allemaal kommer en kwel. Recent onderzoek toont aan dat de stad tussen 1600 en 1800 minder vervallen is dan vroeger werd beweerd. De linnennijverheid groeit en de aanvoer van graan blijft voorlopig stabiel. Het straatbeeld wordt verfraaid. Veel particuliere huizen worden geheel of gedeeltelijk vernieuwd, abdijen, kloosters en parochiekerken hersteld. Het katholieke geloof en de clerus zijn opnieuw prominent aanwezig in het maat­schappelijke leven. Anderzijds wordt de stedelijke autonomie sterk beknot. Op het einde van de zeventiende eeuw verstoren enkele korte Franse bezettingen de rust. De Zuidelijke Nederlanden ontsnappen tussen 1700 en 1750 evenmin aan de gevolgen van de Europese oorlogen. In 1713 komen zij in handen van de Oostenrijkse Habsburgers.

 

Zaal 1715 belicht het leven en wonen in de stad. Centraal staat een veelhoekig paviljoen, dat volledig bekleed is met bouwplannen en onderdelen van huizen. Het Stadsarchief bezit een indrukwekkende collectie achttiende-eeuwse bouwaanvragen met geveltekeningen voor nieuwe woningen. De STAM-verzameling bevat een groot aantal onderdelen van woningen zoals trappen, bellen, gevelstenen, deurstijlen, sleutelplaatjes, en balkonleuningen. Veel fragmenten zijn gerecupereerd rond 1900, toen bij de modernisering van de kuip talrijke woningen werden gesloopt.

 

Eén wand van de zaal is volledig ingenomen door het grote schilderij van François Duchatel over De inhuldiging van Karel II als graaf van Vlaanderen te Gent in 1666. Blijde Intredes en andere openbare manifestaties krijgen in deze periode een nieuw elan. Het stadsbestuur spaart kosten noch moeite bij de bouw van indrukwekkende triomfbogen. Ook de originele mantel van de herauten, die de vorst of de landvoogd tijdens de Blijde Intrede begeleiden, en enkele ontwerpen van triomfbogen zijn in deze zaal te zien. Aan de andere wand bevindt zich een groot aantal kleurrijke stadsgezichten, niet alleen van de kuip maar ook van de nog landelijke omgeving van Gent.

 

"HET MANCHESTER VAN BELGIË", Alexandre Dumas

De Franse schrijver Alexandre Dumas (1802-1870) arriveerde op 13 augustus 1838 als één van de eersten per trein in het Zuidstation. Dumas noemde Gent "het Manchester van België" en beschreef enthousiast zijn bezoek aan een Gents textielbedrijf: "Gent, het Manchester van België, bezat in 1829 amper achthonderd 'looms', vandaag zijn het er vijfduizend. Deze looms zijn stoommachines die per week vier stukken katoen weven van telkens vijfenzeventig ellen lang. Om de losse draden van twee looms aan elkaar te knopen volstaat een kind van vijf jaar, zodat één kind samen met twee machines instaat voor een productie van acht stukken katoen op acht dagen tijd. Wanneer u bijvoorbeeld de werkplaatsen van de heren Hemptinne en Voortman bezoekt, en ze voor u willen doen wat ze voor mij deden - en daar twijfel ik niet aan - dan zal de aanblik u met verstomming slaan; voor uw ogen zal op één uur tijd een ruwe baal katoen worden gereinigd, gesponnen, geweven, bedrukt, gedroogd, gesteven, geplooid en, indien u in het gezelschap bent van een vrouw, dan zal binnen nog een uur deze vrouw de werkplaats kunnen verlaten, gekleed in de stof die voor uw ogen werd bewerkt..."

 

 

DE METAMORFOSE DOOR DE INDUSTRIALISATIE

 

De werkkamer behandelt de periode 1800-1950, gedomineerd door (textiel)industrie, bevolkingsgroei en stadsexpansie. De gemechaniseerde katoenindustrie wordt in Gent al in het prille begin van de negentiende eeuw geïntroduceerd door de ondernemende Gentenaar Lieven Bauwens (1769-1822), die zoals bekend onderdelen van de beroemde spinmachine mule Jenny uit Engeland naar het vasteland smokkelt. De installatie van de machine in 1801 in het kartuizerklooster aan het Fratersplein betekent de start van de industriële revolutie in Gent. Bauwens krijgt snel navolging, en Gent verandert in de eerste decennia van de negentiende eeuw in een stad van katoen, 'katoenbaronnen' en fabrieksarbeiders. Vanaf de jaren 1830 volgt het vlas en verrijzen grote vlasspinnerijen en -weverijen.

 

De industrialisatie heeft een enorme impact op de ontwikkeling van de stad. De bevolking stijgt spectaculair: van 55.000 in 1800 en 106.000 in 1856, tot 166.000 in 1910. De snelle bevolkingsgroei leidt tot een groot woningtekort. In de tweede helft van de negentiende eeuw worden nieuwe fabrieken vooral gebouwd buiten het stadscentrum. Arbeiders volgen de fabrieken naar de stadsrand, waar grote volkswijken ontstaan zoals de Brugse Poort, het Rabot, de Muide en de Dampoort. Tussen 1858 en 1883 worden meer nieuwe straten aangelegd dan in de twee eeuwen daarvoor. Het noordelijke deel van de stad wordt beheerst door fabrieken, beluiken en door de haven.

 

In de fabriekstad Gent ontwikkelt zich al in de jaren 1850 een georganiseerde arbeidersbeweging, die snel de socialistische weg opgaat. De oprichting van een coöperatieve bakkerij in de schoot van de weversvereniging Vooruit in 1874 betekent de start van het 'Gentse model', dat steunt op de werking van de sterke coöperatieve Vooruit. Als reactie op het socialistische succes ontwikkelt zich in Gent ook een relatief sterke christelijke arbeidersbeweging, met de antisocialistische werkliedenbond Het Volk.

 

In de loop van de negentiende eeuw verandert Gent in snel tempo in een moderne stad. Er worden niet alleen fabrieken gebouwd, maar ook verschillende universitaire gebouwen, het Justitiepaleis (1836-1846), de Opera (1832-1842), het Zuidstation (1838-1850), het nieuwe Burgerlijke Hospitaal op de Bijlokesite (1863-1880), de eerste watertoren aan de Kattenberg (1879-1883), het Postgebouw aan de Korenmarkt (1898-1910), de Koninklijke Nederlandse Schouwburg (1899) en het Sint-Pietersstation (1908-1912). Na de cholera-epidemie van 1866 beslist het liberale stadsbestuur om werk te maken van de sanering van verpauperde delen van de stad. Het plan Zollikofer-de Vigne (1880-1888), vernoemd naar ingenieur Edouard Zollikofer en architect Edmond de Vigne, moderniseert de wijk tussen de kathedraal en het Zuidstation. De Nederscheldewijk wordt gesaneerd, de nieuwe Vlaanderenstraat verbindt het station met het stadscentrum en de Korenmarkt. In de jaren 1880 groeit rond het Zuidstation een moderne stadsbuurt met hotels, restaurants, varié­tétheaters en later cinemazalen. Burgemeester-ingenieur Emile Braun (1849-1927) is de drijvende kracht achter de transformatie van het stadscentrum aan de vooravond van de Wereldtentoonstelling van 1913.

 

Voor de periode 1800-1950 is in de verschillende Gentse bibliotheken, archieven en musea een massa materiaal aanwezig. Een ruime selectie van kaarten, plannen en stadsgezichten toont hoe de stad op korte tijd een heuse metamorfose onderging. In het midden van de werkkamer zijn verschillende tunnels gebouwd, een allusie op de vele werken in de stad toen. Fotomontages in de tunnels laten de fabrieken, de beluiken, de arbeidersstrijd en de saneringswerken in de stad zien, maar ook de oprichting van de universiteit en de Wereldtentoonstelling van 1913. In een andere fotomontage presenteren de toenmalige Gentenaars zich aan de bezoekers, want de portretfotografie wordt rond 1900 gedemocratiseerd. De bekende foto's van Arnold Vander Haeghen leggen het dagelijks leven van de Gentenaars vast: flanerende dames en heren op de Kouter, spelende kinderen, attracties op de Halfvastenfoor, parades en stoeten in de stad, de ambiance rond de paardenrenbaan van Sint-Denijs-Westrem en de Gentse velodroom maar ook de staking voor het algemeen mannenstemrecht van 1893.

 

 

VANDAAG EN MORGEN

 

De Bogenzaal, gewijd aan de periode na de Tweede Wereldoorlog, is ingericht als een lounge, waar bezoekers via een interactieve aanpak zelf beslissen welke beeldfragmenten ze willen bekijken. Er is hoofdzakelijk gebruik gemaakt van beeldmateriaal, afkomstig uit de DASKA-filmjournaals, Het Huis van Alijn en uit de archieven van de VRT, AVS, Amsab en Kadoc. In het midden van de zaal staat een multitouchtafel, waarin korte filmfragmenten over Gent zijn opgeslagen. De bezoekers kunnen naar eigen keuze fragmenten oproepen en bekijken: de bevrijding van Gent in september 1944 en de vredesstoet van november in datzelfde jaar, de legendarische studentenbezetting van het Gravensteen in 1949, de Blijde Intrede van koning Boudewijn in 1952, Eddy Merckx en Patrick Sercu in de Gentse Zesdaagse van 1976, het studentenprotest tegen de verhoging van het inschrijvingsgeld aan de universiteit tot 10.000 BF in het academiejaar 1978-1979, de aanleg van de eerste ondergrondse parking aan de Vrijdagmarkt in 1982, de opening van Kunstencentrum Vooruit in 1982... Dit alles en nog veel meer kunnen de bezoekers bekijken aan de multitouchtafel en aan vier terminals, die ook in de zaal staan.

 

Tenslotte gunt het STAM, samen met de Dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning, de bezoekers een blik op de toekomst. Gent heeft de laatste decennia veel werk gemaakt van stadsherwaardering en stadsvernieuwing. Sommige projecten worden al volop uitgevoerd, andere zijn nog in voorbereiding. Zo staat bij de opening van het STAM het project Oude Dokken centraal. De aanleg van het kanaal Gent-Terneuzen in 1825-1827 betekende de start van de uitbouw van moderne haveninstallaties in de omgeving van de Dampoort. In de tweede helft van de twintigste eeuw begonnen de havenactiviteiten zich stilaan in noordelijke richting te verplaatsen. De Nieuwe Dokken van de jaren 1860-1914 zijn intussen de Oude Dokken geworden. Sinds enkele jaren werden volop plannen gemaakt om deze oude wijk nieuw leven in te blazen. Het stadsbestuur besliste om op deze plaats een nieuw stadsdeel te creëren. Voor het uitwerken van het concept deed het een beroep op het gerenommeerde architectenbureau OMA (Office for Metropolitan Architecture) van de Nederlandse architect Rem Koolhaas.

 


 

MULTIMEDIAPROJECT: ZICHTEN OP GENT

 

 

Het vaste tentoonstellingsparcours is aangevuld met de multimedia 'Zichten op Gent' die focust op vier zorgvuldig gekozen momentopnames. Twee panoramische zichten op Gent uit 1534 en 1641, een kaart uit 1912 en de hedendaagse luchtfoto zijn gedigitaliseerd en via een gebruiksvriendelijke multimedia-applicatie toegankelijk gemaakt. Enkele muisklikken volstaan om straten, pleinen, monumenten, openbare gebouwen, fabrieken, kerken, parken en bruggen te identificeren. Er verschijnt een tekst met meer uitleg over de gekozen locatie, afbeeldingen tonen hoe deze locatie in de loop der tijd veranderde. Indirect vertelt het multimediale verhaal ook de geschiedenis van het dagelijkse leven in de stad.

 

GENT IN 1534

Het multimediaproject 'Zichten op Gent' is gegroeid uit de ontsluiting van het bekende schilderij Panoramisch Zicht op Gent uit 1534, dat opgenomen is in de Topstukkenlijst van de Vlaamse Gemeenschap. Het Panoramisch Zicht geeft een van de oudste beelden van Gent tijdens haar middeleeuwse hoogdagen. Verschillende straten en pleinen in het stadscentrum zijn nog altijd goed herkenbaar. De Sint-Baafsabdij en het bijhorende Sint-Baafsdorp staan opvallend vooraan. Na de opstand van 1539-1540 rekende Keizer Karel af met zijn rebelse geboortestad en veranderde er heel wat in de stad. Het grootste deel van de Sint-Baafsabdij en het omliggende dorp werd afgebroken en vervangen door een dwangburcht, waarvan de kanonnen gericht waren op het hart van Gent.

Panoramisch gezicht op Gent, 1534, olieverf op doek, 134 x 170 cm, STAM, Gent

 

GENT IN 1641

Een tweede momentopname toont de stad in 1641 in een kaart uit Flandria Illustrata van Antonius Sanderus. De woelige zestiende eeuw had diepe sporen nagelaten en rond 1600 telde Gent nog 27.000 inwoners. Op de kaart valt vooral de driehoeksvorm van Gent op. De stad heeft niet langer een open karakter, zij heeft zich verschanst binnen haar wallen, die op kwetsbare plaatsen werden versterkt met bolwerken en bastions. De dwangburcht, gebouwd na de opstand van 1539-1540 op bevel van Karel V, was intussen geïntegreerd in de stadsomwalling. In de stad zelf veranderde minder. Het stratenpatroon en de open ruimtes bleven grotendeels onveranderd.

Antonius Sanderus en Hendrik Hondius, Panoramisch gezicht op Gent in de 'Flandria Illustrata, 1641, Universiteitsbibliotheek Gent

 

GENT IN 1912

De Plattegrond van Gent met peilen, afkomstig uit het archief van de Dienst Wegen, Bruggen en Waterlopen, werd gemaakt in 1912. Vermoedelijk diende ze om mogelijke wateroverlast in de binnenstad beter te beheersen. Door de industrialisatie en de spectaculaire bevolkingsgroei in de negentiende eeuw heeft Gent een ware metamorfose ondergaan. De middeleeuwse stad is een moderne industriestad geworden, met fabrieken maar ook met drie stations, een universiteit, verschillende basisscholen en beginnende nutsvoorzieningen. Rond het centrum groeiden grote arbeiderswijken. Het havengebied neemt een aanzienlijk deel van de kaart in beslag, met het begin van het kanaal Gent-Terneuzen en de drukke industriële activiteit langs het kanaal. De randgemeente Ledeberg is grotendeels vergroeid met de stad, wat ook geldt voor delen van Sint-Amandsberg en Mariakerke.

Compyn en Soenen, Plattegrond van Gent met hoogtepeilen, 1912, Stad Gent, Dienst Wegen, Bruggen & Waterlopen

 

GENT VANDAAG

In de introductieruimte kan de bezoeker aan de slag met de luchtfoto, gemaakt in 2008, die het huidige Gent toont, met alle deelgemeenten en het havengebied. Begin 1977 fusioneerde Gent met tien randgemeenten en werd een stad met meer dan een kwart miljoen inwoners. Het havengebied breidt zich nog altijd uit in noordelijke richting.

Luchtfoto van Gent, 2008

 


 

DE BIJLOKE: VAN ZORGSITE NAAR CULTUURSITE

 

 

Gedurende meer dan 750 jaar was de Bijlokesite een centrum van ziekenzorg. Rond 1200 richtte de vermogende Gentse patriciërsfamilie Utenhove een hospitaal op, dat kort nadien verhuisde naar de Bijlokemeersen, buiten de toenmalige stadsomwalling. De naam Bijloke verwijst naar een afgesloten of 'beloken' plaats. De eerste ziekenzaal werd al gebouwd in het midden van de dertiende eeuw, enkele jaren later volgde de kapel. Cisterciënzerzusters van Ten Bossche in Lokeren, een abdij die eveneens door de Utenhoves was opgericht, stonden in voor de ziekenverpleging. De grote ziekenzaal was voorzien op veertig bedden, die plaats boden aan meerdere zieken. Dit aantal bleef behouden tot in de achttiende eeuw, hoewel er in periodes van epidemieën, oorlog en hongersnood soms honderden noodlijdenden werden opgevangen.

 

Van de dertiende-eeuwse abdijgebouwen resten alleen nog enkele fragmenten van de abdijkerk. In de veertiende eeuw werden een dormitorium en een refter voor de zusters opgericht. Onder de calvinistische republiek, die Gent bestuurde tussen 1577 en 1584, leed de abdij zware schade, alleen het dormitorium en de refter ontsnapten aan de furie van de beeldenstormers. Na de val van de republiek volgde een geleidelijke herstelling. In het midden van de zeventiende eeuw werd een nieuwe kerk ingericht in een deel van het dormitorium. Enkele jaren later kreeg de abdij een uitbreiding met nieuwe gebouwen. Vanaf de negentiende eeuw werden zij door de zusters gebruikt als klooster. Op het einde van de achttiende eeuw, na de annexatie van de Zuidelijke Nederlanden door het revolutionaire Frankrijk, begon een nieuwe episode voor de abdij en voor het hospitaal.

 

De abdij werd afgeschaft en de zusters verlieten de Bijloke. Zij keerden enkele jaren later terug en namen opnieuw hun intrek in de zeventiende-eeuwse kloostergebouwen. Andere abdijgebouwen deden dienst als tehuis voor oude mannen. In 1809 kwam het beheer van de Bijloke in handen van de Commissie der Burgerlijke Godshuizen. De stad Gent werd in 1913 eigenaar van het voormalige oudemannenhuis, dat een nieuwe bestemming kreeg. De ouderlingen verhuisden naar het Lousbergsinstituut aan de gelijknamige kaai. De stad restaureerde de abdijgebouwen aan de Godshuizenlaan en richtte ze in de jaren 1920 in als Oudheidkundig Museum. Het Bijlokemuseum werd officieel ingehuldigd in 1928.

 

De oprichting van de Gentse universiteit in 1817 gaf niet alleen een andere invulling aan de term 'ziekenzorg' in het Bijlokehospitaal, zij leidde ook tot grote veranderingen op de hele site. Het stadsbestuur stelde lokalen ter beschikking voor de opleiding van aankomende artsen, maar de lokalen in het hospitaal bleken al snel te klein. In de loop van de negentiende eeuw kwamen er klachten over de behuizing van het hospitaal in de verouderde gebouwen. Een en ander had voor gevolg dat tussen 1863 en 1880 aan de Jozef Kluyskensstraat een nieuw neogotisch hospitaal werd gebouwd, naar een ontwerp van stadsarchitect Adolphe Pauli (1820-1895).

 

Aan deze lange geschiedenis van ziekenzorg kwam een einde in 1982, toen het Bijlokehospitaal verhuisde naar een nieuw gebouw aan de Henri Dunantlaan. Nog datzelfde jaar verhuisde een deel van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, vandaag een departement van de Hogeschool Gent, naar de hospitaalgebouwen. De middeleeuwse ziekenzaal, een van de oudste en de grootste van Europa, werd vanaf 1988 omgebouwd tot concertzaal. Deze werken waren het startpunt van de volledige reconversie van de voormalige 'zorgsite' naar een 'cultuursite'. Vandaag is de Bijlokesite de thuisbasis van culturele organisaties zoals het vernieuwde Muziekcentrum De Bijloke, muziekgroep Lod, Les Ballets C de la B en de artistieke opleidingen van de Hogeschool Gent. Enkele kleinere artistieke organisaties vinden er eveneens onderdak. Met de opening van het STAM is de reconversie naar cultuursite voltooid.

 

 

HET ABDIJGEBOUW

 

Bezoekers komen het STAM binnen via de nieuwbouw, waar zich het onthaal, het museumcafé met terras en de introductieruimte bevinden. Het nieuwe gebouw is opgetrokken tegen de wachtgevel van de zeventiende-eeuwse kloostervleugels. Stadsarchitect Koen Van Nieuwenhuyse ontwierp een strak en licht gebouw: het gelijkvloers is rondom beglaasd en biedt een mooi uitzicht op de omliggende gebouwen en tuinen.

 

Het vast tentoonstellingscircuit bevindt zich in het abdijgebouw, wat een duidelijke meerwaarde geeft aan de opstelling. Net als de stad kende het een bewogen geschiedenis, het verleden van de stad en van het gebouw zijn nauw verweven. Het veertiende-eeuwse dormitorium, gebruikt als slaapzaal voor de zusters, was aanvankelijk veel groter. Tijdens de godsdiensttroebelen werd de abdijkerk zwaar toegetakeld en later afgebroken. Een deel van het dormitorium werd ingericht als nieuwe abdijkerk. De mooiste ruimte in het abdijgebouw is de refter, een grote gotische ruimte met originele muurschilderingen uit de veertiende eeuw. Zeven spitsbogen dragen een houten spitstongewelf, dat een ruimte van 31 bij 10 m overspant. Zoals in de middeleeuwen gebruikelijk was, werden de muren afgewerkt met kalk-, pleister- en verflagen. Op de oostwand van de zaal ziet de bezoeker twee composities: boven de deur een Laatste Avondmaal en daarboven de Zegening van Maria. Aan de overkant bevinden zich afbeeldingen van de heilige Christoffel, de patroon van reizigers en schippers, en van Johannes de Doper, patroonheilige van Gent. Alhoewel de refter deel uitmaakt van het tentoonstellingsparcours, is de ingetogen, verstilde sfeer van de ruimte volledig gerespecteerd. De zaal kreeg geen museale invulling, er is Vlaamse polyfone muziek te horen.

 

In 1715 werd een barok stucplafond aangebracht in de refter, waardoor het tongewelf aan het oog werd onttrokken. Bij de ingrijpende restauratie in de jaren 1920 werd het plafond uit de refter verwijderd. Het verhuisde naar een daarvoor speciaal gebouwde zaal, die de naam 'Zaal 1715' kreeg. Tijdens de restauratiewerken in de refter kwam in 1924 ook de muurschildering Het Laatste Avondmaal te voorschijn van onder kalklagen. In de negentiende eeuw werd, vermoedelijk voor het ouderlingentehuis, nog een vleugel bijgebouwd, de zgn. werkkamer. Deze vleugel bevindt zich gedeeltelijk op de plek van de gesloopte dertiende-eeuwse abdijkerk.

 

Het Oudheidkundig Museum werd officieel geopend in 1928. In de jaren 1930 richtte men in het gebouw verschillende stijlkamers in gedeeltelijk met authentieke elementen, gedeeltelijk met reconstructies en kopieën. Aanvankelijk bevond het interieur van de thesaurie zich in het Gentse Stadhuis, maar het verhuisde naar de Bijloke en werd aangevuld met reconstructies. Het meest opvallende element van dit interieur is het zeventiende-eeuwse goudleder, dat nauwgezet is gerestaureerd.

 

"NIET ÉÉN ENKELE FATSOENLIJKE VROUW", William Makepeace Thackeray

Ook de Engelse romanschrijver William Makepeace Thackeray (1811-1863) toonde zich weinig vriendelijk voor Gent. In Little Travels and Roadside Sketches hekelde hij de religieuze geplogenheden in de begijnhoven, kerken en kloosters. Erger nog: "Tijdens mijn wandelingen heb ik nooit kunnen vatten waarom deze stad, die in elk geval schilderachtig genoeg is, en met haar oude gevels, grillige torenspitsen en brede glinsterende kanalen, zeker uitzonderlijke charmes tentoonspreidt, waarom ik deze stad, hoe dan ook, onaangenaam vond, nu begrijp ik pas waarom. (...)  Liefste Juliana, je kunt het nooit raden: het is gewoon omdat ik in de hele stad niet één enkele fatsoenlijke vrouw heb gezien, ze zijn allemaal even lelijk, met hun ruwe mond, hun grof figuur, hun gemeen en winzuchtig gezicht, zij maken het gewoon onmogelijk om van een wandeling te genieten, en je gevoel is er een van onbehagen."

 

 

HET KLOOSTER

 

Tijdelijke tentoonstellingen vinden plaats op het gelijkvloers van het zeventiende-eeuwse klooster. Werd het vast tentoonstellingsparcours historisch-chronologisch uitgebouwd, dan onderzoeken tijdelijke tentoonstellingen op meer associatieve wijze diverse aspecten van steden en van stedelijkheid in heden en verleden. Afhankelijk van het onderwerp kan ook de abdijkerk ingeschakeld worden als expositieruimte.

 

Het was geen sinecure om in de beschermde abdij- en kloostergebouwen een museum van de eenentwintigste eeuw in te passen. Met de steun van vooral de Diensten Stadsarcheologie en Monumentenzorg is een evenwicht gevonden tussen de noden van het nieuwe museum en de historische waarde van het gebouwenpatrimonium. Ingrijpende aanpassingen bleken in veel gevallen overbodig. Was er bijvoorbeeld een nieuwe doorgang nodig in het abdijgebouw, dan werd een zeventiende-eeuwse dichtgemetselde deur heropend.

 

Ook in de binnentuinen van de abdij en het klooster is hard gewerkt. De gevels zijn op een 'zachte' manier gerestaureerd en herschilderd in baksteenrood. In de museumtuin vinden de bezoekers verschillende verwijzingen naar het verleden en de (bouw)geschiedenis van de Bijloke. Zo ontwierp de Groendienst groentebanken voor de museumtuin, want daar was vroeger de moestuin van het klooster. Kasseien met grasvoegen in de binnentuin verwijzen naar de oorspronkelijke abdijkerk. Het aanwezige groen van de Bijlokesite wordt opgewaardeerd, nieuwe groenpartijen toegevoegd.

 

 

VAN BIJLOKEMUSEUM NAAR STAM 

 

 

DE COLLECTIE GENT

 

De collectie van het STAM gaat terug op de collectie van het voormalige Bijlokemuseum. Het is een typische verzameling uit de negentiende eeuw, maar voor het STAM is haar grote heterogeniteit een aanzienlijke troef. Het begon allemaal in 1823, met de oprichting van een erfgoedcommissie avant la lettre, de latere Commissie van Monumenten en Stadsgezichten. Tien jaar later nam de Commissie het initiatief voor een oudheidkundig museum. In oktober 1833 stemde het Gentse schepencollege in met dit initiatief, dat volledig paste in de romantisch-patriottische sfeer na de Belgische onafhankelijkheid. De oorspronkelijke naam 'Musée historique belge' verraadde de aanvankelijke ambitie om uit te groeien tot meer dan een louter lokaal museum. De collectie werd eerst ondergebracht in de universiteitsgebouwen aan de Voldersstraat, maar na de oprichting van de ingenieursschool verhuisde deze in 1838 naar het Stadhuis.

 

 

GESTADIGE GROEI

 

De eerste aanwinsten van het nieuwe museum kwamen van de leden van de commissie zelf. In de loop der jaren volgden andere geïnteresseerden hun voorbeeld. Dit had voor gevolg dat de collectie van in het begin zeer heterogeen was: charters, handschriften en oude drukken, munten en penningen, archeologische relicten, glas en keramiek, schilderijen, beeldhouwwerken, stadsgezichten, sloten en sleutels, meubels, muziekinstrumenten, (delen van) historische interieurs... Gent was de bindende factor: veel objecten hielden verband met het openbare en maatschappelijke leven in de stad voor 1800.

 

Naarmate de collectie groeide, steeg ook de belangstelling van het stadsbestuur. Vanaf 1847 kon de Commissie beschikken over betere lokalen in het Stadhuis. De Commissie wilde de collectie verder aanvullen met belangrijke werken uit het stedelijk patrimonium, die zich in het Stadhuis of het Stadsarchief bevonden. Het schepencollege reageerde positief en in januari 1848 werden de werken overgedragen aan het museum. In de volgende jaren breidde de collectie verder uit met andere stukken in stedelijk bezit. Zo keerden de bronzen korenmaten uit de dertiende eeuw, die aan de Universiteit in bewaring waren gegeven, terug naar het museum. In 1863 volgden voorwerpen van de gilden, die afkomstig waren van het Stadsarchief. Documenten zoals charters en registers verhuisden dan weer van het museum naar het archief.

 

In de tweede helft van de negentiende eeuw groeide de collectie verder aan door een weloverwogen aankoopbeleid en door verschillende giften en legaten. Op veilingen van Gentse kunstverzamelingen kocht de Commissie unieke stukken van Gentse ambachten en objecten die vooral het dagelijkse leven illustreerden. Door de aangroei van de collectie werden de ruimtes in het Stadhuis te klein. In 1881 kocht de stad de oude kerk van de karmelieten in de Lange Steenstraat. Drie jaar later ging in dit gebouw het nieuwe museum open. De dagelijkse leiding kwam in handen van conservator Herman Van Duyse, die in 1886 een eerste summiere catalogus publiceerde. Het museum werd ook opengesteld voor het publiek. Vanaf 1897 verscheen een Inventaire archéologique de Gand, die de collectie gedeeltelijk ontsloot.

 

Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog waren de ruimtes in de karmelietenkerk op hun beurt te klein geworden. Tijdens de voorbereiding van de Wereldtentoonstelling van 1913 ging men op zoek naar een nieuw onderkomen voor het museum. Door de verhuis van de bejaarde mannen naar het Lousbergsgesticht kwamen de vrijgekomen Bijlokegebouwen in 1913 in bezit van de stad die ze ter beschikking stelde van het Oudheidkundig Museum. De restauratie van de gebouwen ging pas voorgoed van start na de Eerste Wereldoorlog.

 

Het nieuwe Oudheidkundig Museum werd plechtig geopend in 1928, naar aanleiding van de Blijde Intrede in Gent van de latere koning Leopold III en koningin Astrid. Na de opening werkte men vooral verder aan de verbetering van de presentatie van de collectie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging het museum dicht en werd de collectie opgeborgen. In de dagen na de bevrijding van Gent in september 1944 werd de Zaal 1715 getroffen door een granaatinslag. Gelukkig bleef de schade beperkt: het plafond werd hersteld en de collectie leed geen groot verlies.

 

In de naoorlogse jaren werd de collectie regelmatig uitgebreid. De schenking Grandmoulin-Carbonnelle, die in 1965 werd verworven, omvat tweehonderd kunstvoorwerpen van zeer uiteenlopende aard: schilderijen, aquarellen, meubels, zilverwerk, ceramiek en allerlei andere kunststukken. De nazaten van de vroegere Gentse kunstverzamelaar Joan d'Huyvetter schonken de verzameling aan de stad Gent. D'Huyvetter (1770-1833) lag mee aan de basis van het oorspronkelijke museum. Zijn huis aan de Hoogpoort was ingericht als een echt museum en werd bezocht door o.a. Willem I en Leopold I.

 

Bij tijdelijke tentoonstellingen zette de Bijloke geregeld stukken uit de eigen verzameling in de schijnwerper. In 1975 organiseerde de stad Gent de prestigieuze tentoonstelling Gent, 1000 Jaar Kunst en Cultuur over het eigen kunst- en cultuurpatrimonium. De tentoonstelling vond plaats in het Museum voor Schone Kunsten, de Sint-Pietersabdij en het Oudheidkundig Museum de Bijloke. De Bijloke toonde miniatuurkunst, edelsmeedkunst, borduurkunst, boekdrukkunst en boekbanden. In 1984 herdacht de Bijloke 750 jaar begijnhofleven in Gent met een speciale tentoonstelling.

 

"STRIJDZANGEN EN KRETEN", Cyriel Buysse

De Vlaamse naturalistische schrijver Cyriel Buysse (1859-1932) groeide op in het Oost-Vlaamse Nevele, maar liep vijf jaar school in Gent. Op aanraden van zijn tante Virginie Loveling begon hij op zijn zesentwintigste te schrijven. Hij brak door in 1890 met de novelle De biezenstekker en verwierf grote faam met zijn toneelstuk Het gezin van Paemel. In één van zijn romans, 'n Leeuw van Vlaanderen, beschreef hij de opkomst van de socialistische en christen-democratische arbeidersbewegingen rond 1900. Buysse schetst volgend beeld van een betoging: "Met duizenden, in fantastisch kleurengeflonker, waren zij nu reeds in 't zicht, en oorverdovend galmden door elkaar de strijdzangen en kreten. Tragischrood laaiden de stomende fakkels van de socialisten, tragisch-rood wapperden hun brede vlaggen, als lappen van bloed. Lijkkleurig vaal waren daaronder de bleke, magere gezichten van de arbeiders met hun donker-starende dwepersogen. Dreigend-eisend spraken de zwartuitgeknipte letters op de witte transparanten en cartels van "Gelijkheid voor allen! Weg met het kapitalisme! Brood of dood!" De groep van de progressisten had zich insgelijks onder de rode vlag geschaard, met Kappuijns en Hardan arm in arm aan het hoofd, en onverpoosd weergalmde, onder fanfaren- en klaroengeschal, de 'Marseillaise', als een strijdzang van wraak en vernieling. Kalmer, en veel minder talrijk defileerden daarna de liberalen met hun blauwe vlag en hun blauwe lantaarntjes, en dan kwam weer de drukke, verenigde groep van christelijke democraten en van flaminganten, met groene vlag en groene lantaarntjes, onder het breed opgalmend zingen van de 'Vlaamse Leeuw'."

 

 

DE AANLOOP NAAR HET STAM

 

Het idee om in het Abdijgebouw een nieuw, eigentijds stadsmuseum in te richten ontstond op het einde van de jaren 1990. De werking van het Oudheidkundig Museum De Bijloke was in 1997 sterk teruggeschroefd. Voor het gebouw en de collectie werd een nieuwe bestemming gezocht. Met de tentoonstelling De beurs van Judocus Vijdt - Kunstkapitaal in Gent in 1998 kwam de Bijloke opnieuw tot leven, en werd tegelijk gedacht aan de toekomst. Judocus Vijdt was het eerste resultaat van het project Synergie 2000 tussen de verschillende musea. Daarnaast maakte Judocus Vijdt aan iedereen duidelijk dat de Bijlokesite een geschikte omgeving was voor een stadsmuseum.

 

De tentoonstelling Stadsgezichten uit 2000 was een volgende stap in de richting van een nieuw stadsmuseum. Ook dit project paste in Synergie 2000. 28 verhalen, verbonden aan evenveel locaties in het centrum, de wijken en de deelgemeenten, boden de bezoekers een blik op de veelkleurige stadsmozaïek van Gent. Voor deze tentoonstelling werkten de Gentse musea, de Diensten Monumentenzorg en Stadsarcheologie en het Stadsarchief intensief samen. Tijdens de volgende jaren werd een dubbel traject gevolgd. Enerzijds kregen de contouren van het nieuwe Stadsmuseum STAM stilaan vastere vorm. Anderzijds organiseerde de erfgoedcel Gent Cultuurstad vzw verschillende tentoonstellingen, die diverse aspecten van de stad en de stadsontwikkeling nader onderzochten. Een groots werk van ontbloting? uit 2001 presenteerde de resultaten van het huizenonderzoek, een project van het Stadsarchief en de Dienst Stadsarcheologie, aan een breder publiek. Verschillende nog bestaande en verdwenen panden aan het Goudenleeuwplein werden onderzocht, wat een schat aan informatie opleverde over de bewoners, hun beroepsactiviteiten, hun politieke overtuigingen, hun financiële toestand en hun levensstijl. De tentoonstelling Gent Morgen. 35 jaar dromen, plannen en bouwen in de stad uit 2006-2007 bracht 35 jaar verandering in de stad in beeld.

 

Sommige projecten werden niet in een museum gepresenteerd, maar op een originele locatie in de stad. Zo vond de tentoonstelling Gent. Heen en Terug plaats in het Sint-Pietersstation in 2003, waar men hoopte een minder traditioneel museumpubliek aan te spreken. Reizen en reizigers vormden het centrale thema, 13 Gentse archieven stelden materiaal ter beschikking. Gent / Veldstraat uit 2005 ging door in de drukste winkelstraat van de stad. Aan de hand van de collectie Vliegende Bladen uit de Gentse universiteitsbibliotheek en bouwaanvragen uit de periode 1785-1905 werd het straatbeeld van de Veldstraat anno 1905 gereconstrueerd.

 

"ARMOE OVERAL", Grégoire Le Roy

Grégoire Le Roy (1862-1941, pseudoniem van Albert Mennel) was een Franstalige auteur, graficus en schilder. Als geboren Gentenaar studeerde hij aan het St-Barbaracollege, waar hij kennis maakte met Charles Van Lerberghe en Maurice Maeterlinck. In 1934 schreef hij Fierlefijn, zijn enige roman en zijn enige werk in het Nederlands. Fierlefijn speelt zich grotendeels af in het Gent van de jaren 1850-1890. Het schetst een kleurrijk beeld van het Gentse straatleven met beschrijvingen van het fabrieksleven:

"La Lys. De Phenixstraat, de hoek van de Zuidkaai - waar de bargie van Brugge haar aanlegplaats had - en, aan den overkant van de Vaart, 't geen er rondom het oud kerkhof overblijft, dat is al wat er nog herinnert aan de Brugsche Poort uit de jaren 1840-1860. Daar eindigde de stad, slechts door de brug en de Phenixstraat gescheiden van het open veld. 't Was een arme wijk, alleen door fabrieksmensen bewoond. Geen winkel wenkte er aanlokkelijk, nergens pronkte een gesloten burgerwoning in rentenierswaardigheid, maar werkmanshuizen, hopeloos eenzelvig, grauw en ruig schaarden zich in reeksen steeg in, steeg uit. In de week en bij dag, zag alles er dood en verlaten uit; de fabrieken hadden er het leven van opgeslorpt. Nauwelijks voelde men, van tijd tot tijd, den grond daveren onder 't gerij van zware karren die hun vracht katoen of vlas, hotsend en schokkelend, van den dok naar de fabrieken vervoerden. En armoe, armoe overal, niet het minst op de Leiekaai, al snapte men er - dank zij den arm van de Leie die de spinnerij "La Lys" omspoelde - wat meer lucht dan in de andere muffe straatjes."

 

 

DE COLLECTIE GENT

 

Om het verhaal van Gent te tonen put het STAM op de eerste plaats uit de eigen collectie, maar voor een coherent verhaal zijn uiteraard ook bruiklenen uit andere verzamelingen nodig. De 'collectie Gent' is in dit opzicht een kernbegrip: zij omvat al het materiële en immateriële erfgoed van de stad en haar bewoners, vanaf de eerste sporen van bewoning tot vandaag. Museumstukken, objecten, documenten, afbeeldingen allerhande, of zij zich in stedelijke, niet-stedelijke instellingen of in privé-verzamelingen bevinden, in Gent of daarbuiten, vormen samen de collectie Gent. Ook voor de uitwerking van verschillende multimedia-applicaties en montages in het STAM is een bijzonder grote hoeveelheid digitaal materiaal nodig.

 

Collectiemobiliteit is een ander sleutelbegrip voor het STAM. Sommige objecten komen naar het stadsmuseum, andere vertrekken naar een andere instelling. Zo is een tachtigtal stukken uit de wapencollectie van het STAM sinds 2002 opgesteld in het veel passender decor van de bovenzaal van het Gravensteen. In 2005 verhuisden drie zestiende-eeuwse wandtapijten naar de Sint­-Pietersabdij. De achttiende-eeuwse bozzetti voor de preekstoel van Laurent Delvaux in de Sint-Baafskathedraal kregen een plaats in het Museum voor Schone Kunsten. Sinds eind 2008 siert een reeks zeventiende-eeuwse schilderijen de inkomhal van het Stadhuis.

 

Deze uitwisseling veronderstelt een nauwe samenwerking tussen het STAM en andere stedelijke (erfgoed)instellingen zoals het Stadsarchief, de Dienst Stadsarcheologie, de verschillende Gentse musea, de Dienst Stedenbouw en Ruimtelijke Planning, de Dienst Monumentenzorg en Architectuur en de School van Toen. Ook andere Gentse archief- en documentatiecentra, zoals het Rijksarchief, het Amsab-Instituut voor Sociale Geschiedenis, het Liberaal Archief, het archief van de Zusters van Liefde, leverden een grote bijdrage. De rijke en gevarieerde collecties van de Gentse Universiteitsbibliotheek verdienen een speciale vermelding. Ook de Koninklijke Bibliotheek en het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium in Brussel en het KADOC in Leuven stelden materiaal ter beschikking. Om het leven in het middeleeuwse Gent op te roepen zijn talrijke miniaturen, aanwezig in buitenlandse bibliotheken en musea, gebruikt.

 

 

DE COLLECTIE OP HAAR BEST

 

Voor de opening van het STAM werden verschillende collectiestukken met grote zorg gerestaureerd. Schilderijen, handschriften, oorkonden, textiel, metaal, hout, steen...: elk object of materiaal vraagt een eigen, gespecialiseerde behandeling. In het vast parcours van het STAM zijn heel wat authentieke handschriften en documenten opgenomen, die cruciale episodes uit de geschiedenis van de stad illustreren. Zo zal de befaamde Carolijnse Concessie, de keure met de strafmaatregelen van Keizer Karel na de Gentse opstand van 1539-1540, in de opstelling liggen. Oorkondes en charters werden zorgvuldig gereinigd, uitgevlakt en bevestigd op een zuurvrije drager. Waar mogelijk koos het STAM voor een zachte aanpak. De veertiende-eeuwse grafplaten van de Gentse patriciër Willem Wenemaer en zijn echtgenote Margriete de Brune, de steen-sculpturen uit de Sint-Baafsabdij en de processietoortsen uit de zeventiende en achttiende eeuw, die de ambachten meedroegen in processies, werden voorzichtig gereinigd. Ook meer recente stukken kregen de nodige zorg. De maquette van de architecten Jurg Lang en Helmut Schulitz voor de stedenbouwkundige wedstrijd Gent Morgen uit 1970 werd licht geretoucheerd.

 

Met de steun van het Fonds Courtin-Bouché van de Koning Boudewijnstichting werd het schilderij met geïdealiseerde portretten van de graven en gravinnen van Vlaanderen, die waren begraven in de kerk van de Sint-Pietersabdij, geconserveerd. De grafstenen zijn verdwenen tijdens de beeldenstorm van 1578, de portretten zijn een van de enige weinige afbeeldingen van de graven die nog bestaan. Ook het monumentale schilderij van François Duchatel (1616-1694), dat de Blijde Intrede van Karel II als graaf van Vlaanderen in Gent in 1666 voorstelt, werd in zijn oorspronkelijke glorie hersteld. De restauratie van het goudleder in de thesaurie gebeurde met de steun van het Mecenaatsfonds ING, eveneens bij de Koning Boudewijnstichting.

 

De STAM-collectie telt meer dan 17.000 objecten. In het vast tentoonstellingsparcours zijn alleen die stukken opgenomen, die passen in het verhaal van de stad. In de toekomst worden ook de reserves uitgebouwd tot studiecollecties, die toegankelijk zijn voor het publiek. Het collectiebeleid blijft sterk gericht op de stad Gent en haar geschiedenis. Een eerste prioriteit wordt het aanvullen van bestaande leemtes, die vooral betrekking hebben op de negentiende en twintigste eeuw. Tegelijk is er ook gewerkt aan een actueel verzamelplan, dat ontwikkeld wordt in nauw overleg met andere erfgoedinstellingen in Gent.

 

Maria De Waele, Wout De Vuyst

 


ILLUSTRATIES

Panoramisch zicht op het Begijnhof van Sint-Amandsberg 1873-1874, Stadsarchief Gent

De westelijke pandgang van de abdij, Foto Phile Deprez

Foto Carl De Keyser

De lichtvloer van de introductiezaal met een luchtfoto van Gent

Détail uit de Luchtfoto van Gent 2008

Een stuk terra sigillata, 1ste - 4de eeuw n.C, met de stempel van de pottenbakker MELISSVS, gevonden op de site van de Sint-Baafsabdij, STAM Gent

Zilveren munt met het opschrift 'Gandavum', geslagen in Gent tussen 864 en 875, STAM Gent

Gebeeldhouwd linteel afkomstig van de Sint-Baafsabdij, ca. 1160, kalkzandsteen, 76 x 124 cm, Sint-Baafsabdij Gent

Handschriften gemaakt in opdracht van abt Raphaël de Mercatel, Universiteitsbibliotheek Gent

Blazoen van het korenmetersambacht te Gent, 1568, olieverf op paneel, 41 x41 cm, STAM Gent

Gebrandschilderd glas-in-loodpaneel afkomstig uit de afgebroken Dominicanenkerk, 1320-1325, STAM Gent

Gillis van Sint Pieter, ijkmaat voor het ijken van houten graanmaten, 1281, brons, 25 cm hoog, STAM Gent

Agnes vanden Bossche (toegeschreven aan), Krijgsstandaard van de Gentse stadsmilitie met de Maagd van Gent, ca. 1482, olieverf en tempera op linnen, 100 x 265 cm, STAM Gent

Toezichter van het oudheidkundig museum poseert met de tekening van het belfort in de abdijtuin, STAM Gent

Buste van Keizer Karel V, gips en pijpaarde (?) met polychromie, 53.5 x 62 x 31 cm, Museum voor Schone Kunsten Gent

Tekening van het Belfort, 14de eeuw, 225 x 40 cm, STAM Gent

Wapenrok van een heraut, na 1578, roedefluwee1, gouddraad en zijdedamast, 85,40x 129,90 cm, STAM Gent

François Duchatel, De inhuldiging van Karel II als graaf van Vlaanderen te Gent in 1666, 1668, olieverf op doek, 258 x 331 cm, Museum voor Schone Kunsten Gent

Het schilderij van Duchatel tijdens het inpakken

Engelbert van Siclers, Koningsschieting van de Sint-Antoniusgilde, 1784, olieverf op doek, 67 x 92 cm, STAM Gent

P.F. de Noter, De Sint-Niklaaskerk te Gent, 1818, olieverf op paneel, 53,5 x 71 cm, STAM Gent

Processietoortsen van de ambachten, STAM Gent

Politieke pamfletten, 19de eeuw, Universiteitsbibliotheek Gent

Enkele foto's van Arnold Vander Haeghen, Het Huis van Alijn Gent

Henry van de Velde, Perspectiefschets met de Boekentoren en de (niet-uitgevoerde) universitaire instituten, Universiteitsbibliotheek Gent

Stadsontwerp voor de Oude Dokken, 2004

DASKA-filmjournaals, Reportage over de Draak van het Belfort, 1980

Luchtfoto van de Bijlokesite voor de recente bouwwerken, 2003

J.B. de Noter, De middeleeuwse ziekenzaal en kapel van het Bijlokehospitaal, 1818, pen- en potloodtekening met aquarel, Stadsarchief Gent, Atlas Goetghebuer

Edgar Barbaix (?), Het 'Kraakhuis', de tweede ziekenzaal van het Bijlokehospitaal, 1929, Stadsarchief Gent, Foto's SCMS

Zicht in vogelperspectief van het Bejaardentehuis in de Bijloke-abdij, 1897, lithografie, Archief Provincialaat Broeders van Liefde, Gent

Edmond Sacré, Groepsfoto de cisterciënzerzusters in de binnentuin van het klooster, STAM Gent

De Bijlokesite met het nieuwe toegangsgebouw van het STAM, Foto Phile Deprez

De abdijrefter

De 14de-eeuwse muurschilderingen in de abdijrefter, Foto Phile Deprez & Studio Claerhout

De abdijrefter tijdens de restauratiewerken, 1921, Stadsarchief Gent, Foto's SCMS

Edmond Sacré, De abdijrefter met de 18de-eeuwse inrichting, Stadsarchief Gent, Foto's SCMS

Frans Van Hove, Niet-uitgevoerd ontwerp voor de 'Zaal 17I5', 1925, Stadsarchief Gent, Plannen SCMS

Tréfois, Pandgang van de Bijloke-abdij kort na de omvorming tot oudheidkundig museum, Foto KIK-IRPA, Brussel

Interieur van de Karmelietenkerk in de Lange Steenstraat als oudheidkundig museum, 1905, Stadsarchief Gent, Foto's SCMS

Insculpatieplaat met 65 namen en merken van Gentse edelsmeden, 1454-1484, STAM Gent

Affiches voor de Wereldtentoonstelling van 1913, Stadsarchief Gent

Affiche voor 'Gent Duizend jaar Kunst & Cultuur', 1975

Affiche voor 'De beurs van Judocus Vijdt', 1998

Grafplaat van de Gentse patriciër Willem Wenemaer (+…1325), brons, 205 cm hoog, STAM Gent

Cartularium van het Wenemaergodshuis, Stadsarchief Gent

Portretten van de Graven van Vlaanderen en hun familieleden begraven in de Sint-Pietersabdij (na restauratie), na 1497, olieverf op paneel, 79 x 56,5 cm, STAM Gent


 

PRAKTISCH

 


STAM - STADSMUSEUM GENT

(Gegevens van 2014)

Bijlokesite, Godshuizenlaan 2, 9000 Gent
Tel. (+32)(0)9.267.14.00 - Fax (+32)(0)9.267.14.98
stam@gent.be - www.stamgent.be

Het STAM is open van dinsdag tot en met zondag van 10 tot 18u.
Gesloten op maandagen, behalve in 2014 op maandag 21 april, 9 juni, 21 juli, 29 december
Gesloten op 24, 25, 31 december en 1 januari
Open op Paas- en Pinkstermaandag, de eerste maandag van de Gentse Feesten en tijdens de eindejaarsweek.
Volledig toegankelijk voor rolstoelgebruikers - het STAM heeft 2 rolstoelen ter beschikking, te reserveren via stam@gent.be
Rondleiding: reserveren kan telefonisch 32 (0)9 269 87 50 of via mail boekjebezoek@gent (ma-vrij van 9 tot 12.30 uur)
Zaalteksten vast circuit 'Het verhaal van Gent': NL  FR  EN  DE  ES  RU
Café-restaurant
Cultuurtoeristische infobalie


STAM: HET WERK VAN VELEN

'Vertel in de Bijlokeabdij het boeiende verhaal van Gent aan de Gentenaars en aan alle andere belangstellenden'. Dit was de uitdaging waar het STAM-team en de ploeg van ontwerpbureau Tijdsbeeld & Pièce Montée enkele jaren geleden voor stonden.

De uitwerking en invulling van het museumconcept is het samenspel van vele partners, archieven en musea maar ook verschillende stadsdiensten, de Universiteitsbibliotheek, het Bisdom en vele andere. Filip Martin van Fijne Beeldwaren regisseerde de introductiefilm en is de man achter de projecties en montages in het tentoonstellingsparcours. Yann Tavernier en het bureau 9000 Studios verzekerden de technische uitwerking van de multimedia-applicaties.


AUTEURS

Maria De Waele (Gent, 1953)
studeerde hedendaagse geschiedenis aan de UGent. Zij werkte achtereenvolgens aan de Gentse universiteit, de Universiteit Hasselt en in het MIAT. Momenteel is zij verbonden aan het Gentse Stadsmuseum STAM.

Wout DeVuyst (Sint-Amandsberg, 1974)
studeerde kunstwetenschappen aan de UGent en monumenten- en landschapszorg in Antwerpen. Hij werkte als zelfstandig bouwhistoricus en bij het Sint-Lukasarchief in Brussel. Van bij de start van de erfgoedcel Gent-Cultuurstad was hij betrokken bij de voorbereiding van het STAM, waar hij nu werkzaam is.