U bent hier

Stadsmusea in de steigers - MAS in Antwerpen

Carl Depauw, Foto: Saskia Vanderstichele

 

Openbaar Kunstbezit Vlaanderen trok al naar de werven van M in Leuven en STAM in Gent, twee stadsmusea in steigers. In dit nummer vertelt conservator Carl Depauw over het MAS in Antwerpen, dat midden volgend jaar de deuren opent.

 

 

ANTWERPEN IN DE WERELD IN ANTWERPEN 

 

 

Wat is de missie van het nieuwe museum? 

 

Al van bij het begin- de discussie nam een start vanaf 1995 -werd het als essentieel ervaren dat het concept van het nieuwe museum voor de geschiedenis van Antwerpen het louter lokale belang zou overstijgen. Het moest handelen over de plaats van Antwerpen in de Wereld, en die van de Wereld in Antwerpen. We vertrokken van het idee een stadsmuseum te maken vanuit de collectie Volkskunde, Scheepvaartmuseum en de collectie Vleeshuis maar het concept werd completer gemaakt met de integratie van de erfgoedcel binnen het MAS en de etnische collecties uit het Etnografisch Museum. We stoten immers altijd op het feit dat deze stad een uitgesproken multiculturele stad is, en hiermee willen we toch het verschil maken met de andere stadsmusea. 

 

 

Heeft de politiek zich niet teveel bemoeid met de inhoudelijke invulling? Het Etnografisch Museum kwam er plotseling bij, de collectie Dora fanssen (Precolumbiaanse kunst)? 

 

Die perceptie was er inderdaad en wellicht hebben we hier onhandig gecommuniceerd. Op een bepaald moment liep de tentoonstelling Marokko Levend Erfgoed in het Etnografisch Museum. Toen al dachten we: dit is eigenlijk een MAS-tentoonstelling. Het hoeft geen puur Antwerps of inwaarts verhaal te zijn, het is een stad die altijd heel open heeft gestaan. En Marokkaanse sporen zijn er nogal wat. De definitieve beslissing mag er dan zeer plots zijn geweest, de denkpistes die hier naar toe evolueerden liepen al een tijdje. 

 

 

Waren jullie vragende partij om het Etnografisch Museum mee op te nemen? 

 

We waren in ieder geval vragende partij om die collectie mee op te nemen in het stadsverhaal, in het MAS dus. De beslissing die genomen is gebeurde in overleg met de directeur van het Etnografisch Museum. Er bleven weliswaar nog veel vragen rond de beschikbare ruimte, de toekomstige plaats van de reserves, de plek waar personeel en bibliotheek zouden terechtkomen, maar dit is intussen allemaal uitgeklaard. Overigens tot tevredenheid van de medewerkers die de 'winst' inzagen. 

 

 

Hun gebouwen werden verkocht, zij hadden weinig keus? 

 

Er was eerst een puur inhoudelijke discussie, en op basis van de overtuiging om het Etnografisch Museum in het MAS te integreren was het een logisch gevolg dat het gebouw vrij kwam. Zelfs om vervolgens te beslissen het gebouw (en het aanpalende Volkskundemuseum) te verkopen, ging men niet over één nacht ijs. Maar het ging niet andersom. 

 

 

Wat met de collectie Janssen? 

 

De toevoeging van deze collectie aan de etnische verzamelingen van het MAS is een fantastische opportuniteit. We wisten dat ze beschikbaar was, en de vraag die je dan moet stellen is of ze een fundamentele meerwaarde kan bieden. Daar is intussen iedereen het over eens. Bovendien heb je in het MAS nu eenmaal meer vierkante meters, een beter professioneel beheer, veel meer financiële middelen, meer visibiliteit en dus meer publiek. En de collectie zal anders worden getoond, in een breder perspectief, in een MAS-context zeg maar. 

 

 

BEELDEN VAN ELKAAR 

 

 

Wat zal er in het MAS te zien zijn? 

 

Ons merkverhaal bestaat er in dat het MAS een plek is waar mensen handafdrukken of sporen hebben nagelaten, en dat deze verklaard worden vanuit het feit dat Antwerpen een havenstad is. Vele verhalen en objecten in het MAS zijn van hier uit te verklaren en konden slechts in deze havenstad te vinden zijn. We brengen één verhaal, waarin mensen centraal staan en waarbij aspecten zoals uitwisseling, handafdrukken, interconnected zijn en een wereldhaven als rode draad doorheen het geheel loopt. Iedereen is het er over eens dat we niet op één verdieping het Scheepvaartmuseum, op een andere de Volkskundecollectie en op nog een andere het Etnografisch Museum gaan tonen. We moesten een nieuw verhaal brengen, waarbij de collecties geïntegreerd worden gebracht. Precies dat maakt een verschil met andere musea met gelijkaardige verzamelingen. Zo verbinden we de tatooshop van Joe Tattoo met Maorimotieven of leggen we verbanden tussen precolumbiaans goud, Spaanse handel en zelfs Rubens. De collecties worden interactiever en gevarieerder, de kijkervaring van de bezoeker rijker en het verhaal breder en verrassender. In essentie wil het MAS een verhaal brengen waarin iedere bezoeker een stukje van zichzelf kan herkennen: of die iemand nu uit Kaapstad, New York, Sjanghai of Antwerpen komt. 

 

 

Wat met de collectie Ghysels (onlangs verworven orgelcollectie)? 

 

Er is de vraag gesteld vanuit de Vlaamse Gemeenschap hoe we die collectie kunnen integreren of zichtbaar willen maken. Met een aantal partners zoeken we naar mogelijkheden om dat te doen. 

 

 

PUBLIEK NU AL BETREKKEN 

 

 

Op welk publiek mikt het museum? 

 

Wij voorzien in ons marketingplan dat de helft van onze bezoekers uit het buitenland komt. Van de meer dan 1,5 miljoen mensen die jaarlijks Antwerpen bezoeken moeten er tenminste 125.000 naar het MAS komen. In totaal mikken we op 250.000 bezoekers. Waar gaan we die 125.000 andere bezoekers halen? Bij scholen en de rest van het publiek. Het Etnografisch Museum heeft bijvoorbeeld een hele goede naam bij scholen, we gaan dat dus nog versterken. We hebben trouwens op dit moment een sterke ploeg publiekswerkers en MAS in Jonge Handen is een traject dat nu al loopt met de steun van de V laamse Gemeenschap. We willen niet wachten tot het MAS opengaat en dan vragen aan jongeren wat ze er van vinden. Die jongeren tussen 18 en 26 jaar moeten er nu al mee bezig zijn. 

 

 

Hoeveel m2 tentoonstellingsoppervlakte zal er zijn? 

 

Alles samen hebben we ongeveer 7.000 m2, permanent is er 6.000 m2 en de tentoonstellingsruimte telt 1.000 m2• Er bestaat de ambitie om per jaar drie tentoonstellingen te programmeren, voor een steeds wisselend doelpubliek. Uitgangspunt is uiteraard dat het de missie en visie van het museum onderschrijft en de werking fundamenteel versterkt. Het kijkdepot zal dan weer wisselende presentaties brengen van deelcollecties: steeds een goede reden dus om terug te komen, en vaak inspelen op de actualiteit. 

 

 

Wat zal het museum gekost hebben? 

 

We zitten aan 53 miljoen euro voor het bouwbudget en we zijn nog redelijk op schema. Een aanzienlijk deel zal worden gefinancierd door privépartners, en daarin is al een hele weg afgelegd. Er is baanbrekend werk verricht. Voor onze fundraising hebben we drie niveaus: we hebben nu al drie founders die een belangrijk bedrag van 800.000 euro voor een periode van vijf jaar inbrengen. Dan zijn er hoofdsponsors die hun naam verbinden aan een verdieping of aan een tentoonstellingszaal. En er zijn duizend handjes die we aan 1.000 euro het stuk verkopen. In maart 2009 zijn we stevig met deze actie gestart. We mikken vooral op kmo's en bedrijven. De handjes tegen de gevel kan je zien als een referentie aan de negentiende-eeuwse (kunst)musea waar portretten van kunstenaars aan de gevels prijkten, maar tegelijkertijd verwijst het naar die handafdrukken die mensen doorheen de eeuwen in deze stad hebben nagelaten. En uiteraard herinnert het aan de stadslegende van Brabo en Antigoon. 

 

 

Vanwaar de boom van stadsmusea? Profileren steden zich meer en meer als entiteit zoals in de middeleeuwen?  

 

Is het geen reactie op teveel versnippering, op een te groot en soms diffuus aanbod? Ik denk dat je met een stadsmuseum wel op een geïntegreerde manier complexe dingen bij elkaar kan brengen. Dit gebeurde vroeger misschien minder. Twaalf jaar geleden bij Antwerpen 93 hadden we de tentoonstelling Het verhaal van een Metropool en we vroegen ons toen al af of het mogelijk zou zijn zo'n verhaal permanent te brengen. Het gebeurde wel, maar teveel versnipperd en nu geven we daar twaalf jaar nadien een antwoord op. 

 

 

Gaat de Antwerpenaar die eenmaal het MAS heeft bezocht terugkomen? 

 

Dat is uiteraard de bedoeling. Dat is ook mijn ervaring in het Rubenshuis. Het MAS moet een programma worden. En vanzelfsprekend is de stad altijd al een interessant en bindend gegeven geweest: mensen wonen of werken er en ze maken hun stad. Met de globalisering is het helemaal hot geworden. 

 

 

BUITENLANDS VOORBEELD 

 

 

Is er iets gelijkaardig in het buitenland? 

 

Er is één museum waar ik een beetje de mosterd heb gehaald en dat we hiermee kunnen vergelijken: het Brooklyn Museum in New-York. In 1998 maakte het de fout zich te willen meten met het Metropoliran Museum. Hun profiel zat fout, en bovendien mikten ze op het verkeerde publiek. Ik heb toen een jaar meegedraaid in een stuurgroep. De eerste boodschap was dat het Brooklyn Art Museum vooral het Brooklyn Art Museum moest zijn en niet het Metropolitan. Dan was er de positionering ten opzichte van de markt. Brooklyn telt ruim 3.5 miljoen inwoners, een stukje Vlaanderen, die wachten op een museum waarin ze zich kunnen herkennen, een museum waarin ze aan community building kunnen doen. Er moest dus prioritair op hen gemikt worden. Men heeft dan alle zalen leeg gemaakt en nieuwe verhaallijnen ontwikkeld in functie van de mensen uit hun buurt: Latino's, Hispanics, Afro-Amerikanen. Nu spreekt men van het Brooklyn Museum (niet meer Brooklyn Art Museum dus) en kent dit museum als base-line Building Communities. Bovendien is het zo een universeel verhaal geworden, dat het ook aanzienlijk wat internationaal publiek trekt. Ik zie sterke parallellen met het MAS: er zorg voor dragen dat in de verhaallijnen ook de gemeenschappen betrokken worden. Dat is de reden waarom we met de erfgoedcel samenwerken, want zij hebben een extra-muroswerking en kunnen aanvoelen wat er buiten de museummuren leeft. 

 

 

Heeft een stadsmuseum ook een doorverwijsfunctie? 

 

Jazeker, het MAS zal zich positioneren op twee manieren. We gaan voor een landmark, een spectaculaire architectuur die zich scharniert tussen de haven, de oude dokken, de Schelde en de stad. Een plek waar mensen naar toe moeten komen en zeggen: hier voel ik mij goed. Het is een gebouw dat mensen blij moet maken. Het is een museum, en dat zal vermoedelijk het enige zijn in V laanderen, waar je 's avonds gewoon in kunt rondlopen. Er is een wandelboulevard tot boven waarbij de mensen langs alle verdiepingen en boxen komen en zo kunnen beslissen wat ze willen gaan zien. Het MAS is dus zeker een poort van en naar de stad. 

 

 

Wat wordt de openingstentoonstelling? 

 

We werken die uit met het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen. De curator is Paul Vandenbroeck. Die staat zeer open en durft een aantal dingen zeer nadrukkelijk in vraag te stellen. Het idee waarmee we al lang spelen is de opportuniteit dat het KMSKA de deuren sluit, dus er komen collecties vrij. Een tweede gegeven is de vraag met welke tentoonstelling het MAS zou moeten openen? Het project dat voorligt is een confrontatie van stukken uit het KMSKA met stukken uit het MAS. Binnen de stad zijn dit de twee grootste collecties die nu samen gaan interageren. Nemen we bijvoorbeeld een topwerk van Van Dyck, een portret van een elegante dame als toonbeeld van hoge cultuur. De kant die ze draagt is dan weer zogezegde volkskunst. Het MAS gaat die twee confronteren. 

 

 

Wat is je persoonlijke droom? 

 

Ik ben ervan overtuigd dat als het MAS opent, heel veel mensen verwonderd gaan kijken. Tegelijkertijd weet ik dat er ook mensen teleurgesteld zullen zijn. Wellicht omdat ze de dingen die ze hebben verlaten, zoals de verschillende musea die nu gesloten zijn, onder die vorm niet meer in het MAS kunnen terugvinden. Mijn droom is dat er in 2010 een heus debat rond ontstaat, en er een fase komt van overtuigen en overhalen. Maar dat tegen 2014 een grote meerderheid achter het MAS staat en stelt: ja, dat klopt hier wel!

 

Peter Wouters 

 


FEITEN EN CIJFERS

 

MAS IN ANTWERPEN

MISSIE: Het MAS verhaalt hoe een havenstad een kruispunt is aan land en water: mensen van heel de wereld komen er samen, om hun goederen uit te wisselen, samen met hun ideeën en culturen. Van daaruit vertrekken anderen naar heel de wereld om dat zelfde te doen. Het MAS vertelt hoe Antwerpen hiervan een eigen, unieke versie maakte: je herkent de hand van anderen bij ons, je herkent onze hand bij anderen. Het MAS nodigt de mensen uit om vandaag hun handafdruk achter te laten, voor altijd herkenbaar aan iedereen. In het MAS draait het om één verhaal (meer dan verschillende collecties), verhalen van mensen (meer dan objecten), handafdrukken (er is altijd een spoor), interconnected (relevantie voor mensen van nu en van overal), wereld havenstad (als kruispunt), uitwisseling (beïnvloed, soms door gebrek aan uitwisseling) en een nieuwe skyline (architecturale waarde). 

 

BOUWBUDGET:

55 miljoen euro (Stad Antwerpen, Vlaamse Gemeenschap, provincie Antwerpen)

 

TENTOONSTELLINGSOPPERVLAKTE:

6.000 m2 waarvan 1.000 m2 voor tijdelijke tentoonstellingen 

 

VERWACHT AANTAL BEZOEKERS:

25O.OOO

 

OPENINGSTENTOONSTELLING

Een confrontatie tussen de collectie van het KMSKA en het MAS

 

OPENINGSDATUM

September 2010

 

AANTAL MEDEWERKERS

40