U bent hier

Pol Bury - Trillend

Pol Bury - Trillend
Pol Bury (1922 - 2005), Trillend - Metalen elementen op hout, 100 x 90 cm, niet gesigneerd, niet gedateerd, Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Brussel.

 

Op een houten paneel zijn een aantal bladvormige neerhangende elementen in metaal aangebracht, die langzaam en onregelmatig bewegen wanneer de kleine, achter het paneel bevestigde motor wordt ingeschakeld. Dat is alles. En er gaat een merkwaardige indruk van uit. Hoe langer je er naar kijkt, hoe meer je wordt gefascineerd door het insolide, het aarzelende van dat bewegen. Bij sommige blaadjes is het nauwelijks merkbaar, andere richten zich nu en dan helemaal op. Zij wringen tegen elkaar met een droog geritsel.

 

Het moeizame en vruchteloze van bewegingen die er maar niet in slagen los te komen werkt troeblerend: zo'n beetje het gevoel dat je krijgt bij het kijken naar kevers die op hun rug liggen en traag met hun poten spartelen, of naar gevangen krabben en kreeften. Je voelt een vage malaise om zo veel hulpeloosheid, die tegelijk de dreiging inhoudt van een vreemde, misschien boosaardige wereld.

 

Toch ontstaat geen ogenblik een duidelijke associatie met bekende verschijnselen uit de natuur. De vergelijkingen die ik hoger maakte staan er alleen in een poging om de aard van de bewegingen te beschrijven. Wat echter hier te zien is appelleert op diepe, zeer oude en vertrouwde menselijke gevoelens - via totaal nieuwe middelen. Het medium waar Bury gebruik van maakt is geen transpositie van wàt dan ook, het is een zelfstandige schepping met haar eigen vormen, ritmen en wetten; maar ergens ontmoet zij in de beschouwer een oeroude echo.

 

Die echo nader omschrijven is erg moeilijk en hij zal trouwens, zoals alles in dit onduidelijk gebied van stemmingen, gemoedservaringen en autosuggestie, voor iedereen wel enigszins verschillend zijn. Het heeft te maken met irrationele angst en met mysterieuze krachten, maar er zit ook een spelelement in en een stille ironie - precies dezelfde ingrediënten dus die aanwezig zijn in het surrealisme van René Magritte. Misschien mag men Bury wel 'de surrealist van de kinetische kunst' noemen.

 

Zijn debuut als schilder, omstreeks 1945, stond trouwens in het teken van een aarzelend surrealisme. Na kortstondige studies aan de academie van Bergen was hij achtereenvolgens lid van de groep 'Jeune Peinture Belge' en van 'Cobra', zonder evenwel echt in het klimaat van deze groepen thuis te horen. Na een paar jaren geometrisch abstract te hebben geschilderd maakte hij in 1953 zijn eerste composities met mobiele vlakken: veranderende schilderijen samengesteld uit naast elkaar geplaatste beschilderde plaatjes die door wenteling en kanteling het beeld eindeloos deden variëren.

 

Van zodra hij het tweedimensionale statische werkstuk had verlaten lag voor Bury de weg naar eigen creativiteit open. Een volgende fase bestond in het verlaten van de kleur voor de monochromie; voortaan heeft het gebruikte materiaal -paneel, metaal, hout, nylondraden - zijn eigen natuurlijke kleur en zijn zelfstandig karakter. De bewegende reliëfs, waartoe ook het hier besproken 'Trillend' uit het Brussels museum behoort, ontstaan van 1958 af. Zij worden gevolgd door de reeksen 'érectiles' en 'ponctuations', die zich karakteriseren door erotische en ironische toespelingen. In de 'érectiles' komen zijige draden, die soms een parel aan het uiteinde dragen, langzaam overeind en gaan langzaam weer liggen. In de 'ponctuations' verschijnen, op onverwachte plaatsen en in een onberekenbaar ritme, kleine verhevenheden op het strakgespannen effen doek. In dezelfde periode maakt Bury ook even gebruik van kunstlicht: achter met gaatjes doorboorde doeken, die aan Fontana herinneren, gaan lampjes aan en uit, - ook weer langzaam, tergend onzeker -waardoor het licht tegelijk beweging en reliëf creëert.

 

In elk stadium van zijn produktie, en in het recente méér dan ooit, eist Bury geduldige en gespannen aandacht van de beschouwer. Het essentiële van zijn werk, het trage bewegen, is soms zó subtiel gedoseerd, zo geraffineerd gerokken, dat het bij een eerste vlug contact aan het oog ontsnapt. In de loop van de zestiger jaren maakt hij allerlei constructies in hout, soms met totemachtige vormen, soms lijkend op kastjes en tafeltjes, waar staafjes, klosjes, bollen schijnen uit te puilen, overheen te kruipen, zich nu en dan oprichtend, dan weer met korte snokjes zakkend of zich sierlijk neervlijend. Het heeft iets van spasmen, erecties, pulsaties, die echter zelden bevrijdend werken en niet verder komen dan min of meer geslaagde pogingen. Vóór ooit een climax bereikt wordt treedt verzwakking op. Maar dan begint alweer een nieuwe poging. In feite toch wel een erg morbiede obsessie, als men de humor waarmee het allemaal gespeeld wordt buiten beschouwing laat.

 

Die humor is echter onmiskenbaar. Bury demonstreert hem niet enkel in zijn plastisch oeuvre maar ook in zijn teksten, zoals in het geschrift 'Pour en sortir' gepubliceerd n.a.v. zijn expositie in de galerie Maeght te Parijs in mei 1971. Verhelderend voor een goed inzicht in zijn werk is het pleidooi dat hij erin houdt voor een combinatie van het animale met het mechanische: hij droomt van een kruising tussen een dinosaurus en een straalvliegtuig, met als resultaat een aantal fantastische en totaal nutteloze vormen, die zich vrij zouden voortbewegen door de steden en over het land 'tot verbazing (en andere periferische gevoelens) van de bevolking'. Hiermee geeft hij een exacte definitie van de vormen die hij zelf tot leven brengt tot onze verbazing, onze onrust, onze verrukking en onze verwarring, en tot spot met de utilitaire technieken van de moderne wereld. Pol Bury: tegelijk dinosaurus en straalvliegtuig.

 

Marc Callewaert,

Kunstcriticus. 

 


Bibliografie:

Dore Ashton, Pol Bury, Ed. Maeght, Paris, 1970;

Pol Bury, 'La boule et Ie cube', 1967 ;

Pol Bury, Pour en sortir, 1971 ;

Roland Topor, Pol Bury, l'éleveur, 1971.