U bent hier

Nicolaas Rockox (1560–1640) - Burgemeester van de Gouden Eeuw

Nicolaas Rockox (1560–1640)
Ambrosius Benson, Deipara Virgo, 16de eeuw, olieverf op paneel, 131 x 108 cm, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen.

 

Naar aanleiding van de 450ste geboortedag van Nicolaas Rockox organiseert het Museum Rockoxhuis een tentoonstelling over deze zeventiende-eeuwse patriciër, burgemeester en mecenas.

 

 

BESTE VRIEND VAN RUBENS 

 

De oudste zoon Rockox was net geen tien toen zijn vader, Adriaan, overleed. Het was de dag na de naamdag van de kleine Nicolaas, 7 december 1570. Hij had nog twee jongere broers, Jan en Adriaan jr. Zijn moeder, Isabella van Olmen, was net als zijn vader van voorname familie en zij en de familie zorgden ervoor dat de kinderen verder een verzorgde opvoeding kregen. Na zijn schooltijd in Antwerpen studeerde hij aan de universiteiten van Leuven en Parijs en beëindigde zijn opleiding in Douai waar hij licentiaat in de rechten werd op 24 augustus 1584. 

 

Na zijn studies keerde hij terug naar zijn geboortestad en maakte hij deel uit van de burgerwacht. Het was in die tijd niet anders dan nu, ook toen werd er geroofd en was er vandalisme. De steden werden bewaakt door burgerwachten, meestal georganiseerd in gewapende gilden die een deel van de stad ter bewaking toegewezen kregen of voor de bestrijding van bepaalde delicten opgeroepen werden. Veel van de hedendaagse schuttersgilden kennen hun historische oorsprong in die burgerwachten. Nicolaas Rockox maakte later deel uit van de kolveniersgilde, zij die met musketten schoten. En in datzelfde 1584 begon Alexander Farnese het beleg van Antwerpen dat een jaar later onderworpen werd. Nicolaas Rockox verdedigde dus zijn stad tegen Farnese op het moment dat Filips Marnix van Sint-Aldegonde burgemeester van Antwerpen was.  

 

Op 5 september 1589 trad hij in het huwelijk met Adriana Perez, de dochter van de schatrijke koopman Luis Perez. De ouders van Luis waren maranen, Spaanse joden die zich - meestal onder druk - hadden bekeerd tot het katholicisme. Ze waren samen met een aantal bekeerlingen naar Antwerpen gekomen om er zich te vestigen. Luis Perez had zich opgewerkt tot een belangrijke personaliteit binnen de Antwerpse zakenwereld. Hij was er groothandelaar maar fungeerde ook als bankier die zowel aan particulieren als aan de overheid diensten bewees.  

 

Zes jaar nadat Antwerpen was gevallen, werd Nicolaas voor de eerste keer schepen van de stad. Hij zou liefst zeven keer na elkaar die functie waarnemen om uiteindelijk in 1603 burgemeester van de stad te worden. Ook die voorname post zou hij nog acht keer daarna toegewezen krijgen. Op die manier speelde Nicolaas Rockox gedurende een halve eeuw een eersterangsrol in het publieke leven van Antwerpen. 

 

Hij verdedigde de belangen van de metropool bij de vorsten en landvoogden, diplomaten en bevelhebbers en bewoog zich als een vis in het water in het milieu van de machtigen en hun vertegenwoordigers. Geheel in de traditie van het patriciërgeslacht waaruit hij afkomstig was, stelde hij alles in het werk om zijn stad dienstig te zijn. Zijn contacten met de aartshertogen Albrecht en Isabella legden de stad, die in het begin van de zeventiende eeuw het toch wel financieel moeilijk had, geen windeieren. 

 

Nicolaas Rockox was een overtuigd humanist en had een uitgebreide vriendenkring van verzamelaars, archeologen, kunstenaars en geleerden. Zijn beste vriend was zonder twijfel Pieter Paul Rubens. Hun beider belangstelling voor de ideologie van de contrareformatie en hun kennis van de klassieke oudheid was datgene wat hen samenbracht. 

 

 

KUNSTTEMPEL OP MENSENMAAT 

 

Het was in het jaar van zijn aanstelling tot burgemeester dat Nicolaas Rockox in de Keizerstraat twee naast elkaar liggende panden kocht. Het huis Den Gulden Rinck (nu nummer 10) en het aangrenzende huis werden tot één prestigieus geheel verenigd met een gevel in Vlaamse renaissance. Hier kon hij zijn vrienden ontvangen, zijn verzameling van kunst en antiquiteiten uitstallen en laten bewonderen. Zijn onmiddellijke buur en ook intieme vriend was Frans Snyders, de bekende schilder van dieren en jachtstillevens. Hij was degene die als getuige optrad voor het testament van Nicolaas Rockox. 

 

Het echtpaar had geen kinderen, zij begiftigden hun imposant fortuin aan de goede werken, het waren vooral de armen die er beter van werden. Zo stelde Rockox 31 studiebeurzen in voor arme jongeren en voor dat doel werd gestipuleerd dat de inboedel van het huis moest worden verkocht.  

 

Zo moest er ook een stock van graan worden aangelegd (231.000 liter groot) die enkel aangesproken mocht worden om uit te delen aan de armen in geval van beleg of extreem hoge prijzen. Rockox voorzag hiervoor 45.300 florijnen. Om een idee te hebben van de exorbitante omvang van dit bedrag: zijn jaarlijks inkomen als burgemeester bedroeg 950 florijnen.  

 

Het huis legeerde hij aan zijn neef Adriaan van Heetvelde evenwel op voorwaarde dat het huis zou verkocht worden ten voordele van de armen als er geen nakomelingen meer waren. De laatste zoon van Adriaan stierf in 1712 zonder kinderen en zoals voorzien werd het huis verkocht in 1715. De nieuwe eigenaar veranderde de gevel in de stijl van het moment en liet er ook de datum 1715 in aanbrengen. 

 

In 1970 bestond er groot gevaar dat de onmiddellijke omgeving van het historische pand zou worden verpest door ondoordachte hoogbouw. Dankzij een discreet en doortastend optreden kon de toenmalige leiding van de Kredietbank het gebouw en de aanpalende panden aankopen en gelukkig behoeden voor onherstelbare ingrepen. Het huis werd met liefde en respect gerestaureerd en zou worden ingericht als museum.

 

Nicolaas Rockox had in zijn tijd van zijn huis een kunsttempel gemaakt met een rijke collectie van schilderijen, antieke sculpturen en een ongemeen interessante verzameling van oude munten. Hij bezat liefst 82 schilderijen van belangrijke Vlaamse meesters en een bibliotheek van meer dan tweehonderd volumes, iets wat enorm was voor die tijd. De wanden van de woning waren bezet met Corduaans leer en in de vele kamers waren tal van kostbare meubels verspreid.  

 

De inboedel van het huis was ondertussen over de wereld verspreid geraakt en had voor een groot deel onderkomen gevonden in diverse belangrijke musea. Er kon dus geen sprake van zijn om dat bezit terug te verwerven om het museum in te richten, zelfs was het onmogelijk om een volledig zeventiende-eeuws interieur in zijn totaliteit te reconstrueren. De initiatiefnemers hebben zich daarom gebaseerd op een aantal historische documenten. Men beschikt immers over een minutieuze inventaris van Rockox' inboedel op het moment van zijn overlijden. Hijzelf heeft daarenboven een uitgebreide en becommentarieerde inventaris gemaakt van zijn muntenverzameling. En tenslotte is er nog een belangrijk werk van Frans II Francken Het kunstkabinet van burgemeester Rockox dat nu in de pinacotheek te München bewaard wordt. Op basis van die gegevens zijn aankopen gebeurd en heeft men met zorg de woning van de burgemeester een nieuw leven gegeven. Sinds 1977 is het huis open voor het publiek. 

 

Het Rockoxhuis is op die manier uitgegroeid tot een voorbeeld van een patriciërshuis in de zeventiende eeuw met een boeiende vaste verzameling waarin de bezoeker zich thuis kan voelen. De ruimten zijn immers alle op mensenmaat en nodigen uit tot een meer intiem omgaan met de diverse kunstvoorwerpen die er zijn uitgestald. Je voelt dat je niet zomaar in een museum komt, maar in een huis waarvan je de bewoner straks nog even tegen het lijf kan lopen.  

 

 

MET ZORG SAMENGESTELD 

 

Op 14 december 2010 was het 450 jaar geleden dat Nicolaas Rockox het daglicht zag, een reden om te vieren. En de huidige KBC doet dat met overtuiging middels een bijzonder interessante tentoonstelling en door de uitgave van een lijvige en boeiend geschreven biografie. 

 

De tentoonstelling begint in wat eertijds de keukenruimten waren, ze werden niet gereconstrueerd maar worden nu benut om er Nicolaas als kunstverzamelaar voor te stellen in de tijd van de overgang van renaissance naar volle barok. De renaissance wordt opgeroepen door figuren als Quinten Metsys en Lambert Lombard. Deze Lombard, een Luikse schilder heeft in de eerste helft van de zestiende eeuw nogal wat invloed uitgeoefend op de Antwerpse schilders. Een zeventiende-eeuwse kopie van het hoofd van Laocoön maakt een mooie overgang naar de barok. Het is deze kop die Rubens ooit inspireerde voor het hoofd van de goede moordenaar in De Lanssteek, een paneel dat hij maakte in opdracht van Rockox voor het hoofdaltaar van de Minderbroederskerk. De beroemde barokschilder is in de tentoonstelling uiteraard vertegenwoordigd met talrijke werken uit eigen collectie en van het KMSKA. Werken van Antoon Van Dyck en Jacob Jordaens maken de aanwezigheid van de grote drie in de inleidende zalen compleet. 

 

Pas nu komt de bezoeker in de oorspronkelijke inkomhal terecht. Hier maakten de voorname gasten hun entrée. Nu is het voor de expositie de wapenkamer geworden. Alhoewel een vredelievend man had Nicolaas iets met wapens. Hij was kolvenier en hij werd ook door Albrecht en Isabella tot ridder geslagen en had daardoor als edelman het voorrecht om de degen te dragen.  

 

In 'het cleyn saleth' wordt de sfeer van de muntenverzamelaar opgeroepen. Het is een warme en gezellige ruimte die Nicolaas eertijds als eetkamer placht te gebruiken. De glas-in-loodramen geven uit op de binnentuin. Hier werden de talrijke vrienden ontvangen en werden lange gesprekken gevoerd. 

 

Eén van de bijzondere verdiensten van de tijdelijke tentoonstelling is te zien in de volgende ruimte die gewijd wordt aan de inmiddels verdwenen Minderboederskerk. Van deze bidplaats rest enkel nog één muur die geïncorporeerd is in de huidige academie. Bas Bogaerts en Dries Noliet hebben een virtuele reconstructie gemaakt van het bouwwerk mét inhoud. De kerk moet in elk geval imposant geweest zijn door haar lengte, dat komt duidelijk tot uiting in de projectie. Qua stijl was ze minder verrassend, eerder traditioneel. Ze herbergde wel een schitterende kunstcollectie. De virtuele kerk toont die kunstwerken en vertelt u precies waar ze te vinden waren. Je ziet ze in hun originele context en dat is erg verrijkend. Vergeten we niet dat de kunstwerken uit deze kerk zowat de kern vormen van de huidige collectie van het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten.  

 

Nicolaas' vrouw stierf in 1619 en hij liet in die periode achter het koor van de kerk een grafkapel voor hem en zijn echtgenote oprichten, de kapel van de Onbevlekte Ontvangenis. Hier hing een schilderij van Ambrosius Benson als altaarstuk en als epitaaf voor de echtelieden bestelde hij het drieluik Het ongeloof van Thomas bij Rubens. De beide werken uit die kapel zijn nu te zien op de tentoonstelling. Het is een ietwat aangrijpende confrontatie. De zijluiken stellen Nicolaas en zijn vrouw voor. Zij kijkt de toeschouwer aan en trekt zo de kijker in het werk. Het is een vondst van Rubens om op die manier het wat in onbruik geraakte 'drieluik met schenkers en patroonheiligen' (die laatsten zijn hier niet weergegeven) een meer bijdetijds cachet te geven. In dezelfde ruimte bevinden zich ook verschillende werken van Van Dyck (met onder meer De bewening van Christus) en van andere kunstenaars die ooit deel hebben uitgemaakt van het patrimonium van de Minderbroederskerk. Dat is een interessante benadering. 

 

De daaropvolgende ruimte is ingericht als een soort portrettengalerij. Rockox bezat een twintigtal portretten, vijftien hadden betrekking op zijn familie, zijn vrouw of hemzelf. De andere waren die van Albrecht en Isabella en drie zestiende-eeuwse humanisten: Abraham Ortelius, Justus Lipsius en Benedictus Arias Montano, allen mensen waarmee hij contacten onderhield. In de tentoonstelling zijn een aantal portretten van Nicolaas Rockox samengebracht, ze beelden hem af in de ondertussen voor die tijd wat ouderwetse kledij met de molensteenkraag. De auteurs waren niet van de minsten, Antoon Van Dyck is ongetwijfeld de bekendste.  

 

De tentoonstelling eindigt met de evocatie van een kunstkamer: beelden, schilderijen, kunstvoorwerpen en antiquiteiten worden er geëxposeerd zoals weleer om er door de gastheer van commentaar te worden voorzien en om bron zijn voor inspirerende gesprekken en diepzinnige beschouwingen. 

 

Deze tentoonstelling is met zorg samengesteld door Hildegard Van de Velde, conservator van het Rockoxhuis. Het is een aanrader omdat deze expositie een beeld schetst van het leven van een zeer bevoorrechte klasse in de bewuste periode. Meer nog is het echter een ideale gelegenheid om veel moois samen te zien in een huiselijke context en dat biedt een aparte charme. De bezoeker wordt verwend met een uitgebreide en uitstekende bezoekersgids en voor de toegangsprijs moet u het zeker niet laten. En let wel: ook zonder tentoonstelling is het Rockoxhuis meer dan de moeite waard!  

 

Daan Rau 


Info

Tentoonstelling

Nicolaas Rockox (1560-1640), 450 jaar

Nog tot en met 27 maart 2011

Open: dinsdag t.e.m. zondag van 10 tot 17 uur

Gesloten: maandag

 

Museum Rockoxhuis

Keizerstraat 10-12

2000 Antwerpen

Tel. 03 201 92 50

www.rockoxhuis.be

 

Nieuwe biografie

Nicolaas Rockox, 1560-1640, Burgemeester van de Gouden Eeuw

Leen Hue & Jan Grieten

Uitgeverij Meulenhoff/Manteau,

Antwerpen 2010

29,95 euro