U bent hier

Nationaal Borstel- en Schoeiselmuseum - Vindingrijk en verleidelijk

Gotische herenschoen met trip, 14de-15de eeuw (links) - Laarzen van Leopold I, detail van de zool, gemaakt door Eduard Deryckere, Izegems schoenmaker, 1831 (rechts)

 

Nooit gedacht dat we ooit met evenveel liefde naar een borstel zouden kijken als naar een paar schoenen. Een bezoekje aan de nationale musea van Izegem en je bent verkocht. 

 

 

VAN WITSELBREUZEN...

 

"Geef het maar toe," zo ontvangt adjunct-conservator Gaby Devos van het Nationale Borstelmuseum de groepen die van het Schoeiselmuseum komen: "Is het niet met wat tegenzin dat jullie naar hier komen? Wat kan je nu zeggen over een borstel?" Vroeger was de borstel­maker nochtans even vertrouwd als de bakker vandaag. Zo waren er bijvoorbeeld veel borstels nodig om de huizen te witten, de zogenaamde witselbreuzen. Dat net in Izegem de borstelnijverheid uitgroeide tot een industrie, komt door de centrale ligging in het West-Vlaamse linnengebied. Een verzekerde afzet dus voor de reeborstels, borstels om de draden op het weefgetouw effen te strijken.

 

De Izegemse borstelfabrikant Eduard Deryckere speelde bovendien een voortrekkersrol in de vervanging van dierenhaar door goedkopere buitenlandse plantaardige vezels, zoals bahia (lianen) of kokosvezels. Vanaf 1845 had hij honderd man in dienst en een derde van de productie werd uitgevoerd naar Nederland, Engeland en Amerika. Vandaag telt de borstelindustrie in Izegem en buurgemeente Sint-Eloois-Winkel nog steeds zeven bedrijven: "De machine waarop je tandenborstel gemaakt is, is vrijwel zeker van Izegemse makelij," zegt Devos.

 

De hedendaagse bezoeker kan de grondstoffen of stoffaties die Devos aanreikt niet allemaal meer thuisbrengen: "Van de wisse of wiedauw, de eenjarige scheut van de wilg, werden manden gevlochten, maar ook bezems gemaakt. Om een koestal te kuisen, was het dan weer niet geschikt, daarvoor gebruikte men berkentakken." Of hondsgras uit Mexico of de bladvezel van palmbomen of chiendent ons nog iets zegt? Voor elke toepassing is er ideaal borstelhaar: "Everzwijnhaar om je haar te brushen, varkenshaar voor schilderborstels, geitenhaar voor een ragebol of een achterkastborstel. Met een penseel van marterhaar kan je een ononderbroken lijntje trekken omdat aan de schubben een voorraadje inkt blijft hangen. Voor scheerborstels is het tweekleurige haar van de das het meest geschikt, maar Izegemnaren zijn boos, dat is Izegems voor vindingrijk, zodat daarvoor ook varkenshaar gekleurd met Chinese inkt werd gebruikt. Ook de baleinen van de blauwe vinvis, voor een stevige borstel, werden soms geïmiteerd met gespleten runderhoorn van mindere kwaliteit. Na de Tweede Wereldoorlog duikt het kunsthaar op, in kleurtjes, wat zo bevalt dat ook natuurlijke haren worden geverfd. Is er nog een weg terug?"

 

Ook de borstelhouder krijgt aandacht. Devos leidt je langs verzilverde en vergulde luxemonturen, van ivoor of zelfs schildpad. Voor de uitzet werden borstels besteld voor hem en voor haar, waarin een fotootje van het bruidspaar is verwerkt.

 

 

... EN PEKKERS

 

Een werkje voor de kinderen was het 'drukken' van het patroon voor de gaatjesmaker. Ook het 'borsteltrekken', het vastzetten van het haar of de vezels in de gaatjes van de borstelhouten (borstelhouders), wordt door Devos aanschouwelijk gemaakt: "Borsteltrekken met de hand gebeurde 's zomers in de Izegemse volksbuurten gewoon op straat, meestal door de vrouwen en kinderen. Vastzetten met hete pek was vies maar beter betaald werk, een mannenkarwei." Een stoommachine kwam er toen de houtdraaiers de borstelmakers niet meer konden volgen. Later werd ook het borsteltrekken gemechaniseerd en in tegenstelling tot wat je zou verwachten, stimuleerde dat ook de huisnijverheid: "De vrouwen haalden 's morgens aan de fabriek de borstelhouten, de koperdraad, het haar of de vezels op en brachten 's anderendaags de borstels terug die ze gemaakt hadden." Rond 1930 werkten er in Izegem 3.500 mensen in de borstelmakerij, op een totaal van 5.000 in België. Ook na de oorlogen, toen men zich behielp met borstels van gespleten hout, deed Izegem gouden zaken.

 

In het machinepark, waar machines van 1890 tot 1950 zijn verzameld, wordt via demonstraties de sfeer van vroeger terug opgeroepen. En in de 'toonzaal' wordt duidelijk dat borstels specialistenwerk zijn: we zien pianoborstels, geweerkolfborstels, zelfs keelborstels. Een rank theeborsteltje uit bamboe met omgekrulde tipjes zal vanaf volgend voorjaar ongetwijfeld een ereplaats krijgen op de tentoonstelling MuZeum Zonder grenZen, met borstels en schoenen uit de vier windstreken.

 

 

VAN KOEMUIL...

 

In 1951 werkten er in Izegem nog 5.100 mensen in de schoenbranche, meer dan de helft van de beroepsbevolking. Schoenen floreerden hier zelfs nog beter dan borstels, maar door de concurrentiestrijd met Italië en de lage loonlanden is er vandaag nog slechts één schoenbedrijf. In het Nationaal Schoeiselmuseum verwelkomt adjunct-conservator Lieve Vandenbussche ons in wat op het eerste gezicht haar schoenwinkel lijkt: zitkruisjes om te passen, een wand met schoenen in vitrines.

 

De bezoeker krijgt een introductie over de schoen vóór 1900: "Een klompengeschiedenis eigenlijk, als men al niet blootsvoets liep, want de schoen was een luxeartikel. Dat is duidelijk bij de opgesmukte sandaal uit het Oude Egypte of de poulaine of tuitschoen, bekend van op miniaturen en schilderijen van de dertiende tot de zestiende eeuw. Hierbij gold: hoe langer de punt, hoe rijker. Omstreeks 1500 verschijnt de brede, ronde neus: de koemuil. Mét riempje in de tijd van Bruegel, danstijd! Grote nieuwigheid in de zestiende eeuw was de hak, die het eerst verschijnt bij de herenschoen. In de zeventiende eeuw is de kniehoge trechterlaars populair, waarin witte, geborduurde overkousen werden gedragen, zoals te zien is op De Nachtwacht van Rembrandt."

 

In het museum leer je pionier Eduard Dierick kennen, de grondlegger van de Izegemse schoennijverheid: "Hij vond een manier om schoenen waterdicht te maken door gebruik te maken van een varkensblaas en alles met koperen nageltjes aan elkaar vast te maken, een uitvinding waarvoor hij in 1830 een octrooi van koning Willem I kreeg." Vandenbussche kan uren vertellen over de laarzen die Dierick maakte voor de koningen Willem I en Leopold I, de laatste verfraaid met uurwerken die begin en einde van de Belgische revolutie aanduidden.

 

 

...TOT STILETTO

 

De geschiedenis van de schoen van de laatste honderd jaar laat zich het best, of alvast het verleidelijkst, vertellen aan de hand van de vrouwenschoen. De grootste trots is de Izegemse collectie uit de jaren 1920-30. De Izegemse Vakschool en de firma Eperon d'Or leverden toen zelfs de schoenen voor de koninklijke familie, waarvan je in het museum replica's kunt zien.

 

Vandenbussche: "Als je je oog laat glijden over de vitrines, dan valt het op dat lage schoenen lange mode vergezelden, en hoge hakken minirokken. In het begin van de twintigste eeuw waren de zware hakschoenen populair, een groot contrast met de stilettohakken uit de jaren 1950 en 1960, toen het mogelijk werd een hak in kunststof te maken, want hout kan nooit zo stevig zijn."

 

Ook alles wat er gebeurt, heeft zijn weerslag op de schoen, zegt Vandenbussche: "De moonboots kwamen er na de maanlanding. Wanneer jonge meisjes naar de hakken van hun moeders beginnen te lonken, komt het ergonomischer 'kommahakje' op de markt. Gezeten op een rotan zetel, bedacht de Nederlander Jan Jansen in de jaren 1970 zijn beroemde bamboeschoen. Recent stond het Schoeiselmuseum mee in de rij bij H&M om een paar schoenen van de Londense ontwerper Jimmy Choo aan te schaffen."

 

Een oude reiskoffer, gevuld met huiden, schoenmakerstang en leestjes, leert de bezoeker ook iets over hoe een schoen wordt gemaakt: "Een goed snijder voelde aan de rek waar gesneden moest worden. Een hak die uit laagjes hout gemaakt leek, kon evengoed van kunststof zijn met een leren wikkel in laagjesmotief. Boze Izegemnaren, toch?"

 

An Devroe

 


VITRINE

De papieren schoenen van Isabelle de Borchgrave, de hoeven van Petra Van Dorpe, die de schoenen voor de Koninklijke Muntschouwburg ontwerpt en Oxfamschoenen een tweede leven geeft... Nog tot 18 december kunt u op de tentoonstelling 'Shoe, shoe,... shoes!' Belgische en Nederlandse ontwerpers bewonderen: Dries Van Noten, Hester Vlamings, Tim Van Steenbergen,...

 

BOZE BORSTELS & STOUTE SCHOENEN

In het Borstelmuseum kunnen leerlingen zoeken naar Boris Borstel en zijn vriendjes, er zijn voeldozen en er is zelfs een borstelverkiezing. Studenten schilders en kappers krijgen een rondleiding op maat, m.a.w. met de nadruk op varkenshaar of everzwijnhaar. Ook in het Schoeiselmuseum zijn er pedagogische dossiers voor elke leeftijd: wegwijs in schoenen, filosoferen bij schoenen of er zelf ontwerpen.


ILLUSTRATIES

Kleerborstel met foto, Izegemse makelij, begin 20ste eeuw

Leurster met borstels, pentekening

Rococo-damesschoen met trip, 18de eeuw

Sfeerbeeld Nationaal Borstelmuseum

'Pekkers' aan het werk in de Izegemse borstelfabriek Wybo, ca. 1930

Venetiaanse steltschoen, 15de - 16de eeuw

Gotische herenschoen met trip, 14de-15de eeuw

Laarzen van Leopold I, detail van de zool, gemaakt door Eduard Deryckere, Izegems schoenmaker, 1831


info

 

Nationaal Borstelmuseum

Baron de Pélichystraat 5

8870 Izegem 

 

Nationaal Schoeiselmuseum

Wijngaardstraat 9

8870 Izegem

 

Beide musea:

Open: dinsdag t.e.m. zaterdag van 10 tot 12 uur en van 14 tot 17 uur

Gesloten: zondag en maandag

Tel. 051 31 64 46

http://www.musea.izegem.be/