U bent hier

Museum & Tuinen van Buuren - Een kunstzinnige thuis

Kees van Dongen, Denkende vrouw, 1907, olieverf op doek, 65 x55 cm.

 

Nee, je gaat niet op bezoek in het Museum & Tuinen van Buuren in Ukkel, je komt er thuis. Het is het huis van een echtpaar dat de kunst innig lief had en dat de omgeving waarin zij leefden met overleg en met zorg voor de hoogste kwaliteit heeft vorm geven.

 

 

Architectuur ondergeschikt aan kunst

 

Het huis valt niet echt op en overweldigt niet. Het is met zorg gebouwd, met heel veel aandacht voor de baksteenstructuur en de afwerking van het metselwerk. Het schrijnwerk is ons minder vertrouwd en doet onmiddellijk aan Nederlandse voorbeelden denken. Het is duidelijk: hier heeft de Amsterdamse School haar invloed laten gelden. Het huis is ontworpen door zijn bouwheer, David van Buuren, en diens neef Johan Franco. De architecten Léon Govaerts en Alexis van Vaerenbergh hebben die plannen verder geconcretiseerd en gerealiseerd.

 

Een sobere maar bijzonder zorgvuldig afgewerkte vestibule leidt naar de eigenlijke traphal. Rijkelijk voorzien van Braziliaanse palissander zorgt deze hal voor een warm gevoel en een sfeer van rustige, evidente luxe. De eclatante protserigheid van de nouveau riche is iets wat je in dit huis niet zal vinden. Het licht in de hal wordt bepaald door het centrale glasraam van Jaap Gidding. Het is een compositie van geometrische motieven die door de voornamelijk gele en oranje tinten zorgen voor een warme gloed. Ook de grote luchter van Jan Eisenloeffel trekt de aandacht en richt de blik opwaarts. Die luchter had het echtpaar aangekocht op de Parijse tentoonstelling van decoratieve kunsten in 1925. Om die luchter echt tot zijn recht te laten komen werd de traphal ruimer gemaakt en moest de voorziene logeerkamer in de plannen de plaats ruimen. Het is maar één voorbeeld van hoe de architectuur ondergeschikt werd gemaakt aan de kunst. De trappenpartij is trouwens ontworpen in functie van De Geknielde van George Minne.

 

 

Zeg over elk detail

 

De hal geeft toegang tot de salons, de centrale ruimte, de ziel van het huis. David van Buuren was immers een bankier, geboren in Gouda en van goede komaf, iemand die zich bewoog in de hoge kringen en de haute finance. Hij had zijn vrouw, Alice Piette, leren kennen als de directiesecretaresse in de Banque Cassel waar hij in dienst trad in 1909. Zij trouwden in 1922. Het was de tijd van de dolle jaren ’20 toen de hele maatschappij herademde na de Eerste Wereldoorlog en de mensen na jaren van ontbering van het leven wilden genieten. Het is de periode waarin de art deco zich ontwikkelde en waarin tal van kunststromingen hun invloed lieten gelden. Het echtpaar Van Buuren was verslingerd op de kunst en ze ontvingen dan ook niet enkel hun zakelijke connecties maar ook tal van kunstenaars en kunstliefhebbers. Ze organiseerden regelmatig concerten voor hun eminente gasten. Ze onthaalden ze in deze salons. In feite gaat het om één grote ruimte die in drie delen is onderverdeeld. Elke ruimte heeft zijn eigen accenten en zijn eigen sfeer maar uiteraard vormen ze één naadloos en harmonieus geheel. Centraal is de grote muzieksalon, met links bij het binnenkomen de cosy corner en rechts de zogenaamde zwarte salon.

 

De cosy corner is de leeshoek en dankt zijn naam aan de speciaal ontworpen sofa in de hoek. Heel wat meubels in het huis zijn speciaal voor de woning ontworpen door de Studio Dominique. De initiatiefnemers van dit zeer succesrijke Franse ontwerpbureau, André Domin en Marcel Genevrière, kwamen persoonlijk naar Brussel om de inrichting van de villa te bespreken en hun samenwerking vast te leggen. David en Alice van Buuren behielden een zeer grote inspraak bij de inrichting en wilden hun zegje over elk detail. En dat het detail belangrijk was, wordt bewezen door de hele inrichting. De hoeksofa werd overigens voorzien van een lager gelegen kussen voor de hond van het echtpaar. Centraal in de cosy corner hangt een schilderij van Permeke, Marine bij nacht, waarvoor speciaal de schoorsteen in zwarte Labradormarmer werd ontworpen net als de twee vergulde, bronzen haardplaten van Dolf Ledel. De fauteuils zijn bekleed met Kabylisch fluweel, een mengeling van zijde en katoen. Jaap Gidding ontwierp het tapijt met geometrische motieven. De beide zijsalons hebben een wat verlaagd plafond met een balkenstructuur, het schept een meer intieme sfeer.

 

Daarnaast is de muzieksalon met de toch wel beroemde piano van Erik Satie. Het koppel kocht het instrument in Leipzig en liet de piano opnieuw aankleden door Studio Dominique zodat hij beter zou passen in het geheel. Het plafond is in deze ruimte iets hoger dan in de twee andere salons en dat is vooral om akoestische redenen. Ook hier heeft Jaap Gidding zijn gang mogen gaan met het tapijt en het opvallende pianokleed. Een andere blikvanger is de schitterende Vaas met parkieten van René Lalique. De grote ramen met lage vensterbanken in deze salon trekken de blik naar buiten, naar de zogenaamde ‘Pittoreske tuin’ ontworpen door Jules Buyssens.

 

De zwarte salon dankt zijn naam aan het behangsel met paardenhaar van de Franse stoeterij uit Saumur. De van Buurens hadden een eerder voorstel om de muren van deze salon met blauw of zwart wasdoek te behangen afgewezen.  Ook hier komt de hang naar harmonie en de zin voor detail van het echtpaar heel sterk tot uiting. Het is absoluut geen toeval dat het tapijt en het schilderij Denkende vrouw van Kees van Dongen qua tinten accorderen. Dit was een uitdrukkelijke wens van Van Buuren aan Gidding. Het werk De herder van Gustave van de Woestyne krijgt in deze salon een ereplaats. De beide heren konden het zeer goed met mekaar vinden, er was een duidelijke vriendschapsband.

 

 

Indrukwekkende kunstcollectie

 

In tegenstelling tot de trend die zich in de jaren twintig van de vorige eeuw manifesteerde om eet- en woonkamer in elkaar te laten overvloeien en dat als één geheel te zien, opteerde het echtpaar voor een afzonderlijke eetkamer met een eigen stijl.

 

Hier wordt het oog verleid door een combinatie van blank sycomoorhout en het zwarte van Makassaars ebbenhout. Het is de Mechelse ebenist Joseph Wynants die instond voor het houtwerk. De ingewerkte kasten hebben gewelfde deuren en de kleine vitrines bevinden zich zowat op ooghoogte van de etende gasten. Opvallend is de reeks van vijf tapijten die samen de Botanische Galerie vormen. Ze zijn ontworpen door Maurice Dufrêne en uitgevoerd in de ateliers van Aubusson. Ze werden nog in 1928 afgebeeld in het tijdschrift Art et Décoration. Tapijten die specifiek voor een bepaalde plaats zijn ontworpen zijn nu een grote zeldzaamheid.

 

Het zal de bezoeker opvallen dat in de eetkamer twee tafels staan. De kleine werd gebruikt voor het ontbijt of eenvoudige maaltijden met hun tweetjes, de grote als er gasten waren. Uiteraard werd ook veel aandacht besteed aan een met zorg gedekte tafel. Philippe Wolfers leverde het Mona Lisa-bestek dat eveneens in art-decostijl ontworpen is.

 

Tussen de balken hangen drie witglazen verlichtingselementen in de geliefkoosde stijl van de Amsterdamse school. Bij Gustave van de Woestyne werden een reeks stillevens besteld die elk in een eenvormige vergulde lijst worden gepresenteerd.

 

Op de eerste verdieping bevindt zich de studeerkamer van David van Buuren waar vooral het halvemaanvormige bureau de aandacht vraagt met een gedeelte in segrijn. Segrijn is een vondst van de foedraalmaker van Lodewijk XV, Claude Galuchat. Deze ambachtsman vond de techniek uit waarbij korrelige vissenhuiden, zoals van haaien en roggen, eerst werden getouwd en vervolgens ingekleurd. Die huiden werden in de achttiende eeuw gebruikt om kleinere voorwerpen mee te bespannen. De techniek verdween en kwam opnieuw in zwang toen het in 1912 voor het eerst op een meubel werd aangebracht. Het zeer luxueuze segrijn werd een symbool voor de verfijnde art deco.

 

In de villa bevindt zich een niet onaardige kunstcollectie en dat is een understatement.  Je vindt er liefst 32 werken van Gustave van de Woestyne. Na de aankoop van zijn eerste doek bleven de twee mannen vrienden voor het leven. Van Buuren kocht regelmatig werk en steunde de kunstenaar ook financieel. De doeken van Van de Woestyne zijn zeer herkenbaar en eigenzinnig. De overzichtstentoonstelling die vorig jaar in het Gentse Museum voor Schone Kunsten werd gehouden, toonde diverse werken uit de verzameling Van Buuren.

 

De collectie gaat ruimer. Van Buuren groeide op in een kunstminnend milieu en was zelf ook bedrijvig als amateur. In het huis is naast zijn studeerkamer dan ook zijn atelier te vinden met onder meer een verdienstelijk zelfportret. Hij verzamelde eigentijdse kunstenaars maar ook oude kunst. Hiervoor deed hij een beroep op experten. Eigentijds werk kocht hij in de galeries of rechtstreeks bij de kunstenaars, zo onder meer het expressieve werk van Van Dongen dat in de zwarte salon te kijk hangt.

 

 

De tuinen van Alice

 

Naast de villa en de inboedel is er natuurlijk ook de tuin. Eigenlijk gaat het om een aantal naast elkaar gelegen tuinen die hun vorm kregen door de reeds vernoemde Jules Buyssens en later door René Pechère.

 

Daar waar David van Buuren zich voornamelijk bezig hield met het interieur en de kunstcollectie, legde Alice zich toe op het ontwerp van de tuinen.

 

Jules Buyssens was in zijn tijd een bekende en gerenommeerde tuinarchitect die voor belangrijke opdrachtgevers zijn diensten bewees. Hij ontwierp onder meer de tuinen voor de Brusselse Wereldtentoonstelling van 1935. Toen het echtpaar Van Buuren in 1928 zijn intrek nam in de villa, waren de tuinen al klaar, de opdracht was al vier jaar eerder gegeven. De villa werd opgetrokken op een sterk afhellend terrein en Buyssens wist van deze natuurlijke situatie gebruik te maken om enkele tuinen op verschillend niveau aan te leggen. Buyssens maakte er drie: de gewone tuin, de pittoreske tuin en de rozentuin. In het begin van de jaren 1930 werd een tuinpaviljoen gebouwd dat gebruikt werd voor recepties en dansvoorstellingen.

 

Bij de dood van haar echtgenoot in 1955 hield de tuin op aan de romantische pergola van de rozentuin. Alice liet deed later een beroep op René Pechère om de tuinen verder uit te breiden met het labyrint, de tuin van het hart en de boomgaard. Pechère is een grootheid in de landschap- en tuinarchitectuur, hij heeft werk over heel de wereld en tekende onder meer voor de herinrichting van de Kunstberg en de Kruidtuin in Brussel.

 

Alice Piette stierf in 1973. Ze had geen kinderen en ze richtte in 1970 een instelling van openbaar nut op waaraan ze de woning met inhoud bij testament naliet. Op die manier is het Museum David en Alice van Buuren een privéstichting, de subsidiëring is bescheiden en het museum moet dus ook voor eigen inkomsten zorgen. De tuinen zijn dikwijls het decor voor huwelijksvieringen en recepties. Het huis biedt kansen voor kleine recitals en lezingen en is natuurlijk wel een gedroomde locatie voor fotoshoots.

 

We mogen het echtpaar Van Buuren oprecht dankbaar zijn voor zoveel moois. Het huis dat ze nalieten kan je niet echt een museum noemen, het is en blijft een (t)huis en dat mag best gezien worden als een eretitel.

 

Daan Rau

 


Info

Museum & Tuinen van Buuren

Open: woensdag t.e.m. maandag van 14.00 tot 17.30 uur

Gesloten: dinsdag

Léo Erreralaan 41

1180 Brussel

Tel. 02 343 48 51

www.museumvanbuuren.com

Bij het Mercatorfonds verscheen een bijzonder rijk geïllustreerde gids van de hand van Isabelle Anspach: ‘Museum en Tuinen van Buuren’ (te koop in het museum, 17 euro)