U bent hier

Museum Albert Van Dyck in Schilde - Een monografisch museum is geen mausoleum

Museum Albert Van Dyck in Schilde
Albert Van Dyck, Franske in landschap, 1936, olieverf op doek, 95 x 65 cm, Museum Albert Van Dyck.

 

Twintig jaar lang heeft Albert Van Dyck in Schilde gewoond en gewerkt, tien jaar geleden werd er een museum met zijn ateliernalatenschap geopend. De schenking-onder-voorwaarden aan de Staat wordt er tentoon gesteld in een nieuwbouw, die ook de bibliotheek en het gemeentehuis van Schilde herbergt.

 

 

LOSGEWRIKT

 
'Ik schilder niet uit ambitie, maar omdat ik het niet laten kan'. Deze uitspraak tekent Albert Van Dyck (Turnhout 1902-1951 Antwerpen), een Kempische Einzelgänger die maar met de grootste moeite in een vakje te steken valt. Het is goed geprobeerd: 'een eigen beleefd en getransfigureerd impressionisme', of korter, 'introspectief werk', 'intimist'. Hij wordt gezien als de hoofdfiguur van de 'animisten', geen vereerders van bomen en struiken, maar een groep schilders die ageerden tegen en reageerden op de uitwassen van het expressionisme en een bloei kende sinds de beurskrach van 1929.
 
Zulke 'animisten' kwamen op in diverse kunststeden en ofschoon ze geen groep vormden stonden ze wel hetzelfde voor: de directe, bezielde en verinnerlijkte uitbeelding van de werkelijkheid. Dit credo werd in de praktijk herleid tot een individuele en intieme aangelegenheid. Voor Van Dyck kwam het er op neer dat hij zich had ontworsteld aan de invloed van Gustave De Smet, nochtans 'de meest poëtische en idyllische schilder van het Vlaamse expressionisme'. Hij was ook losgewrikt van Jakob Smits, zijn 'hoogvereerde meester'.
 
Zonder banier ging hij voortaan zijn eigen, eenzame weg. In zijn geboortestad Turnhout volgde hij de Stedelijke Tekenschool, daarna bekwaamde hij zich aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Antwerpen om zijn studies daar tot 1925 te voltooien aan het Nationale Hoger Instituut daarvan. Na ateliers gehad te hebben in Antwerpen en Kasterlee verhuisde hij in 1931 naar het - toen nog landelijke - Schilde om zich toe te leggen op landschappen, stillevens, naaktstudies en vooral kinderportretten. Dat laatste maakte de rijpere, maar ongetrouwde man verdacht. Ook in pre-Dutrouxtijd werd hij op de nodige argwaan onthaald.
 

 

ACHTERDOCHT

 
Van Dyck kon in de stad niet aarden, maar in Schilde zaten ze bepaald niet op deze vreemde snuiter te wachten. Kinderen schilderen, wie had er wat om het lijf, dat grut of dat werk? Na het bezoek van een vader van een model aan zijn atelier, waarin ook naakten stonden, leken de rapen gaar. Het kostte hem de grootste moeite de buren van zijn nobele intenties te overtuigen. In de oorlog wilde een boer hem van zijn land verjagen, terwijl hij juist een mooi landschapje aan het opzetten was. De man was er van overtuigd dat die vreemde gast zijn patatten wilde jatten.
 
Wisten zij veel wie Albert Van Dyck was? Toch was hij in de jaren twintig al opgemerkt door de kunstmilieus. In 1920 veroverde hij de Eerste Prijs tekenen naar levend model van de Academie, in 1923 kreeg hij zowel de Nicaise De Keyserprijs als de Theodoor Van Leriusprijs. Het was in de tijd dat hij aanleunde tegen Floris en Oscar Jespers. In 1932 kreeg hij heuse erkenning toen hem de Rubensprijs ten deel viel, aanmoediging genoeg om in datzelfde jaar zijn eigen Vrije Academie te stichten. Baantjes heeft hij altijd nodig gehad, want van zijn vrije werk kon hij niet leven.
 
Zo ontwierp hij 'om den brode' affiches en verzorgde boekillustraties, waaronder voor Emmanuel de Bom's vermakelijke 'Psychologie van den Antwerpenaar' uit 1929. Speelse pentekeningen, ver van stroming of richting. Allicht zonder het zelf te willen, wordt hij in de annalen vermeld als voorman van de Antwerpse animisten, waaronder verder doorgaans vergeten namen als War Van Overstraeten, Albert Dasnoy, Jozef Vinck, Hendrik Wolvens en Hubert Malfait.
 
 

VLAMMEN

 
In Schilde onttrok Albert Van Dyck zich aan invloeden en deed waar zijn hart naar uit ging: tekenen, aquarelleren, etsen, schilderen en een beetje boetseren. Stillevens en naakten zijn van onderschikt belang, hij maakte vooral landschappen en kinderportretten. Sinds haar zesde jaar en tot zijn dood was Gusta Hendrickx zijn favoriete model, zij leeft nog en blijft hem immer toegewijd. Op latere leeftijd poseerde ze voor hem en was ze zijn huishoudster, na zijn dood trok ze in bij zijn zus. Samen ontfermden ze zich over de ateliernalatenschap, die Van Dyck kort voor zijn dood aan zijn zuster testamentair had vermaakt.
 
Weliswaar had hij meer gezusters, maar hij wilde graag de boel bij elkaar houden. Na de oorlog vertoefde hij buiten de schijnwerpers van het officiële kunstgebeuren, een mooi eufemisme voor in de marge geraken. Daar is zijn ziekte debet aan, sinds 1946 kende hij ernstige gezondheidsproblemen (pas later bleek dat leukemie te zijn, waaraan hij in het huis van zijn zus Jeanne aan de Lange Leemstraat 204 zou bezwijken).
 
De gehechtheid aan eigen werk nam toe. De benoeming tot professor tekenen in 1949 bracht hem tot de opluchting: 'Nu zal ik niks meer hoeven verkopen'.
Eerder was hij overdreven kritisch op zijn eigen werk. Veel schilderijen en tekeningen die hij toen niet geslaagd achtte verbrandde hij, om er nadien spijt van te hebben.
 
In zijn armere jaren beschilderde hij dikwijls beide zijden van het doek. Modellen die graag de doeken van de vlammen wilden redden mochten ze niet meenemen: zeker een geschenk moest waardig zijn. Rijk is hij van zijn werk nooit geworden, maar een krent was het evenmin: zijn kindmodellen verwende hij met koek en snoep, appels en uitstapjes naar 't stad'. Blijkens getuigenissen hebben alle jongens en meisjes goede herinneringen aan Van Dyck.
 
 

GEVOELSKUNSTENAAR

 
Toch vonden maar weinigen het poseren als kind ook echt tof. 'Ik moest van mijn moeder, maar zodra het licht meezat moest ik stil zitten. Voor een kind is dat niet leuk, iedereen mocht buiten spelen maar ik niet. Van zodra ik kon lezen vond ik het niet zo erg meer', vertelt Gusta Hendrickx, die Van Dyck omschrijft als 'een stille man'. Allen die hem gekend hebben spreken van een teergevoelige, poëtische, weemoedige geaardheid en meditatieve ingesteldheid. 'Schuchter, in zichzelf gekeerd, zwijgzaam', zo de één, 'Een schuwe, contemplatieve dromer', de ander. 'Een gevoelsmens, een gevoelskunstenaar eigenlijk'.
 
In gezelschap sprak hij niet veel, 'maar wat hij zei was interessant'. Hij had wel degelijk vrienden, meer schrijvers dan schilders, was ook lid van een kwietenclub 'De Zevenslager' en van slechts één serieus genootschap, 'Kunst van Heden'. 'Hij was bepaald geen droogstoppel.
 
In 1930 zat hij zelfs in de jury voor Miss België'. Op de foto's zien we een pijproker die in de verte aan Godfried Bomans doet denken, al evenmin een onruststoker. Van Dyck was een serieuze man, die leefde voor zijn kunst en het ambacht beheerste: hij prepareerde zijn doeken en spande die ook zelf op.
Naar schatting maakte hij 1500 schilderijen en tekeningen, een vijfde daarvan hangt in Schilde. 'De mooiste werken zijn in particulier bezit', geeft de beheerder van de collectie ruiterlijk toe, 'maar toch zou hij trots zijn mocht hij hier rondlopen'. De schenkingsakte van 1973 aan de Staat beslaat 68 schilderijen, 5 aquarellen, 3 lithografieën, 121 tekeningen, 81 etsen, 72 etsplaten, 5 beelden en diverse meubelen, siervoorwerpen, foto's, documenten en geluidsbanden. Genoeg voor een wisselende opstelling en bovendien trekt het museum tentoonstellingen aan: 'Een monografisch museum is geen mausoleum'.
 
 
Bart Makken
 

Museum Albert Van Dyck

Brasschaatsebaan 30

2970 Schilde

Tel. 03 380 16 37

www.schilde.be

Vanaf Antwerpen Rooseveltplaats bus 412 of 610, halte Gemeentehuis 


 AFBEELDINGEN:

Te bekijken in PDF-formaat

  • Het Museum Albert Van Dyck in Schilde (foto)
  • Albert Van Dyck, Franske in landschap, 1936, olieverf op doek, 95 x 65 cm, Museum Albert Van Dyck
  • Albert Van Dyck, De Oude baan te Schilde, niet  gedateerd, olieverf op doek, 50 x 60 cm, Museum Albert Van Dyck
  • Albert Van Dyck,Zelfportret, ca. 1936, olieverf op doek, 40,5 x 36 cm, Museum Albert Van Dyck
  • Albert Van Dyck,Kinderkrans, 1950, olieverf op doek, 80 x 116 cm, Museum Albert Van Dyck