U bent hier

Lucas Cranach de Oude - Portret van Dr. Johannes Schöner

Lucas Cranach de Oude - Portret van Dr. Johannes Schöner

Het portret, een schepping van de Oudheid, is later weer verloren gegaan. De middeleeuwers waren zozeer op het godsdienstige afgestemd dat er voor het individuele nauwelijks plaats overbleef. Pas in de loop van de 14e eeuw duikt het portret weer op en gaat een grote bloei tegemoet. Vooral in de 15e-eeuwse schilderkunst der Zuidelijke Nederlanden is het naar het leven geschilderde portret zeer in trek: de met schroomvallige preciesheid gepenseelde personages ademen nog in een religieuze sfeer. Vaak komen ze voor als vrome stichters van altaarstukken of zijn ze afgebeeld op een luik van een diptiek, waarvan de andere vleugel de Madonna voorstelt. De schenkers zijn meestal kooplui, hogere geestelijken of vertegenwoordigers van de adel of de hogere burgerij, die dikwijls met gevouwen handen hun vroomheid demonstreren. Na 1500 heeft er onder invloed van de Italiaanse renaissance een verschuiving plaats. Niet alleen uiterlijkheden als renaissance-ornamenten worden ingeschakeld, maar het portret in zijn geheel geeft blijk van een veranderde levensopvatting. Het maakt zich los uit het devote milieu: kooplui en burgers worden gedeeltelijk vervangen door wetenschapsmensen, reformatoren en humanisten, die met een geringe plaats in een stichtersportret geen genoegen meer nemen. De vrome middeleeuwer wordt opgevolgd door de zelfbewuste renaissancemens. Het portret wordt als het ware geseculariseerd. Zelfbewustheid lezen wij af uit de houding en de wezenstrekken van het door Lucas Cranach de Oude afgebeelde personage in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België te Brussel. De kop is fijn gekarakteriseerd. Zelfvoldaanheid, zelfs misprijzen spreekt uit het stroef gezicht van deze 16e-eeuwse humanist, die zich voordoet als een sluw en wilskrachtig man. Die karakteristieken worden nog versterkt door de op elkaar geklemde lippen en de plooien om de mondhoeken. Het accentueren van bepaalde wezenstrekken is eigen aan de realistische visie van Lucas Cranach, die het hoofd van zijn personage zeer scherp heeft waargenomen. De man kijkt de toeschouwer recht in de ogen en zijn blik verraadt een koel berekenaar. De fijne behandeling van hoofdhaar en baard is eigen aan de graficus, die Cranach toch was. De nadruk, die hij op dit hoofd legt, wordt verlevendigd door het bewuste weglaten van een met rekwisieten gestoffeerde achtergrond. De figuur tekent zich af tegen een neutrale grijsgroene wand, die de aandacht van de toeschouwer helemaal niet afleidt. De zelfvoldane humanist is voorgesteld ten halven lijve, driekwart naar links, de handen over elkaar gelegd. Hij is gekleed in een bruine met bont gevoerde tabbaard met brede opslagen van bont, die zijn rood met wit afgeboord onderkleed nauwelijks zichtbaar laten. Wie is die eigenwijze, statige figuur? Op grond van een toegevoegde aantekening in de linkerbovenhoek van het paneel 'Johannes Scheüring Dr.' hangt dit schilderij in het bovengenoemd museum onder de benaming 'Portret van Dr. Scheyring'. Het voorgestelde personage verschilt evenwel zeer grondig van een portret in de voormalige collectie Bourgeois te Parijs, evenals van de houtsneden, die Scheyring met zekerheid voorstellen. Door vergelijking met een prent uit Cranachs atelier menen Friedländer en Rosenberg het personage met Dr. Johann Schoner (1477-1547) te kunnen identificeren. Schoner was een beroemd aardrijkskundige, sterrekundige en wiskundige. Op grond van een ander portret van Dr. Schoner uit het Museum te Hannover heeft Sander beproefd de bewijsvoering van bovengenoemde auteurs te weerleggen. Hoewel de identiteit van de hier afgebeelde humanist niet met zekerheid werd achterhaald, mag toch worden beweerd dat dit paneel een representatief voorbeeld van Lucas Cranachs volmaakte portretkunst is. Lucas Cranach de Oude werd in 1472 - een jaar na Dürer geboren te Kronach (Oberfranken), naar welke plaats hij genoemd wordt. Hij zou aanvankelijk in het atelier van zijn vader Hans, eveneens een schilder, hebben gewerkt. In 1503 verbleef hij in Wenen en onderhield er nauwe betrekkingen met de geleerden der universiteit. Sedert 1505 werkte hij te Wittenberg voor de keurvorst Frederik de Wijze van Saksen en werd diens hofschilder. In 1508 bezocht hij de Nederlanden. Tot aan zijn dood (Weimar, 16.10.1553) bleef hij in Saksen werkzaam. Was Cranach niet alleen schilder - hij tekende tevens en graveerde - toch is het vooral aan zijn schilderkunst dat hij zijn vermaardheid te danken heeft. Hij penseelde bijbelse taferelen, mythologische en allegorische voorstellingen. Vóór alles was hij een uitnemend portrettist. In zijn realistische, sterk geïndividualiseerde portretten heeft hij talloze groten van zijn tijd uitgebeeld, zowel wetenschapsmensen, als staatslui: Johannes Cuspinianus, Maarten Luther, Philippus Melanchton, Albrecht van Brandenburg, Frederik de Wijze en andere Saksische vorsten. Welke plaats neemt Dr. Schöners portret in het oeuvre van Cranach in? De meeste zijner portretten ontstonden in de twintiger jaren en slechts enige daarna. Het Brusselse paneel vervaardigde hij eveneens in de periode van zijn grootste bedrijvigheid. Het dateert uit 1529 en kwam in hetzelfde jaar tot stand als o.m. de portretten van markgraaf Georg van Brandeburg-Ansbach (Philadelphia, Verz. Johnson) en van Joachim I van Brandenburg (Berlijn). Wat meer is, dit paneel is niet alleen gedateerd, maar tevens geauthentificeerd: aan de linkerschouder van Dr. Schoner is het voorzien van een gevleugelde draak, het kenteken van Cranach tot in 1537. We hebben dus met zekerheid te doen met een van zijn schilderijen. Dit mooi portret behoort onbetwistbaar tot de merkwaardigste, die hij in zijn rijpe jaren heeft gepenseeld. Niettegenstaande de onvolkomen identificatie, en misschien deels ook hierdoor fascineert het de toeschouwer. Als onvolprezen kunstwerk behoort het stellig tot de beste portretten die de 16e eeuw heeft voortgebracht.