U bent hier

Kazerne Dossin in Mechelen - Herinneren om vooruit te kijken

Philip Aguirre y Otegui, ’15 augustus 1942, Lange Kievitstraat Antwerpen’ 2012 © Koen de Waal 2012

 

‘25.484 Joden en 352 zigeuners waren hier’ Kazerne Dossin brengt de Belgische holocaust in herinnering en onderzoekt tegelijk de mechanismen van hedendaags groepsgeweld.

 

 

zonder uitzicht

 

Tussen 1942 en 1944 gebruikten de nazi’s de achttiende-eeuwse legerkazerne Dossin ‘SS-Sammellager’ in Mechelen als transitgevangenis voor Joden en zigeuners uit België en Noord-Frankrijk. Minder dan vijf procent van de van hieruit naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerde Joden en zigeuners overleefde de oorlog. Op de mozaïeken met pasfoto’s van alle gedeporteerden die zijn aangebracht op de wanden van het museum zijn het de hunne die oplichten.

 

In een vleugel van de kazerne bevond zich sinds 1995 het Joods Museum van Deportatie en Verzet. Sinds december 2012 is het museumgedeelte van Kazerne Dossin, het Memoriaal, Museum en Documentatiecentrum over Holocaust en Mensenrechten, ondergebracht in een nieuwbouw van bOb Van Reeth en zijn bureau AWG Architecten. Het verrijst tegenover de oude kazerne, en heeft hetzelfde volume als de achtentwintig transporten die vertrokken langs het goederenspoor dat toen naast de kazerne lag. In de gevel is naar een aloud Joods gebruik de deur verwerkt van het oude arresthuis dat hier stond.

 

De ramen van het nieuwe gebouw zijn meteen weer dichtgemetseld, waardoor alle aandacht naar binnen is gericht. Toch schittert het bleke gebouw als een eeuwige vlam. In het museum leert de bezoeker dat de holocaust na de oorlog werd doodgezwegen, van traumaverweking zoals vandaag gebeurt, was nog geen sprake. Zo getuigt een overlevende dat ze haar kinderen nooit over haar verblijf in Auschwitz verteld heeft, maar wel haar kleinkinderen. Elke bezoeker is nu in zekere zin een (klein)kind aan wie de geschiedenis wordt doorverteld. In de kazerne zelf, waar sinds de jaren 1980 appartementen zijn ondergebracht, bevindt zich nu het Documentatiecentrum en het Memoriaal. Onophoudelijk weerklinken hier de namen van alle slachtoffers. De Antwerpse kunstenaar Philip Aguirre y Otegui ontwierp voor het Memoriaal een tafel gedekt met drie borden, maar de huisgenoten, vader, moeder en kind, liggen naast elkaar onder tafel, ze zullen nooit nog samen eten.

 

 

ruwe beelden

 

In het museum is veel ruimte voorzien, ideaal om groepen jongeren te kunnen ontvangen. In de inkomhal kunnen ze op meerdere schermen tegelijk naar het inleidende filmpje kijken. Het toont dat antisemitisme geen uitvinding van de twintigste eeuw is, dat er in de wereld ook vandaag nog op grote schaal gediscrimineerd wordt, maar ook hoe pesterijen tot een spiraal van geweld kunnen leiden. Voor jongeren zijn er op maat gemaakte gidsbeurten en interactieve workshops waarbij thema’s als vluchtelingen en migratie, daders en omstanders, propaganda en mediawijsheid, of het lot van zigeuners aan bod komen.

 

Een paar weloverwogen ingrepen brengen de vele dossiers, aangelegd door vaak al te gewillige Belgische ambtenaren, terug tot leven. Ook zigeuners werden als ras geregistreerd, en dat was geen initiatief van de Duitse bezetter, maar van de Belgische administratie. Op verschillende touchscreens kan men biografische gegevens opzoeken over iedereen die in de Dossinkazerne verbleef, soms enkele dagen, soms vele maanden, tot er weer een trein vertrok. 

 

Wat ook werkt, zijn een aantal parallellen die het museum trekt. Achter de triomfantelijke massa van het Neurenbergpartijcongres, gefilmd door Leni Riefenstahl, ziet men het publiek van Tomorrowland 2012, het outdoor dance-evenement in Boom. Hoe verschillend de context ook, dat massa opzwepend kan zijn, wordt hier wel heel aanschouwelijk.

 

Op de derde verdieping is er een gang met aan de ene kant foto’s van Joden die pas in Birkenau aangekomen zijn, amper een halfuur voor de vergassing, en aan de andere kant foto’s van kamppersoneel met vakantie op een paar kilometer daarvandaan. We zien lachende ‘SSHelferinne’, wanneer ze eens geen cijfers over selecties en vergassingen doorgeven aan Berlijn. 

 

Op de eerste verdieping ‘Massa’ leren we over het leven van de Joden en de zigeunerbevolking in België tot aan de oorlog en de verplichte registratie in het najaar van 1940. Op de tweede verdieping ‘Angst’ zijn de persoonlijke verhalen te horen over de steeds toenemende discriminatie door de anti-Joodse maatregelen, de Jodenster en de internering in de Dossinkazerne. 

 

Een overlevende vertelt hoe een dertienjarige jongen in een Rex-uniform hem, een jongetje van elf, probeerde van de tram te gooien, en hoe geen van de omstanders het voor hem opnam. En er is de klacht van de eigenaar naar aanleiding van een gevorderde vrachtwagen waarmee mensen werden opgepakt tijdens een razzia in Antwerpen. Hij bekloeg zich bij het stadsbestuur niet over het feit dat er mensen mee vervoerd waren, maar dat hij schade had geleden omdat zijn vrachtwagen te zwaar was beladen.

 

In ons land verspreidde de antisemitische organisatie Volksverwering (Défense du Peuple), die overigens alleen in Antwerpen van de grond kwam, aanplakbriefjes zoals ‘Eerst werk voor EIGEN volk’. Het stereotype beeld van de rijke Joodse directeur in de diamanthandel, zoals die werd opgevoerd in spotprenten, wordt met foto’s en documenten ontkracht. In de diamanthandel waren de Joden de slijpers en winkeliers, het merendeel had moeite om te overleven in België in de jaren 1930. De link wordt gelegd tussen de vreemdelingen van vandaag en de Joodse migranten en vluchtelingen uit Polen, Hongarije of Duitsland. Slechts een minderheid was hooggeschoold, vaak met diploma’s die hier waardeloos waren, de overgrote meerderheid was arm en laaggeschoold. 

 

Op de derde verdieping ‘Dood’ zijn de achtentwintig transporten naar hun onafwendbare eindbestemming te volgen. Een briefje gedateerd 21 september 1943 werd door een dertienjarig meisje uit een van de treinen met bestemming Auschwitz-Birkenau gegooid, of de vinder het op de bus wilde doen. Ze schrijft haar laatste boodschap: dat ze in goede gezondheid zijn en dat ze zich in een wagon bevinden die hen waarschijnlijk naar Holland zal brengen.

 

Na elk van deze drie trajecten is er een uitgeleide ‘Mensenrechten’ over discriminatie in andere delen van de wereld en op andere tijdstippen. We zien de killing fields in Cambodja, de genocides in Armenië of Rwanda, en dichter bij huis, pesten op het werk, succesvolle en andere verhalen van Belgische migranten. Parallellen is wat bezoekers ook trekken na hun bezoek, zoals te lezen in het gastenboek: met ons ondoordacht consumentisme maken we ons schuldig aan kinderarbeid elders in de wereld.

 

 

nee

 

Met tal van voorbeelden wil het museum tonen dat men altijd nee kan zeggen tegen groepsagressie, zelfs in een nazistisch systeem. Een ijssalon dat zich na een klacht niet liet intimideren om Joden de deur te wijzen: “Het zijn ook mensen.” De Brusselse burgemeesters, op die van Jette na, die in 1942 weigerden om de Jodenster in te voeren. De sabotage van transport XX, de eerste ‘beestenwagen’ vanuit Mechelen, in Boortmeerbeek, een unicum in de geschiedenis van de Shoah. 

 

In België kon 55 procent van de Joden onderduiken en dat is heel wat meer dan de 20 procent in Nederland waar een echt verklikkerssysteem bestond. De kaart van België met de erkende individuele redders en barmhartige instellingen is een lichtpuntje op de verdieping van de dood.

 

Op de vierde verdieping is er een weids uitzicht over de stad, en een bovenaanzicht van de kazerne zonder dat de binnenkoer in beeld komt. De gruwelfilm die zich er afspeelde, zoals een getuige de vernederende fouilleringen en selecties beschrijft, ziet u toch.

 

An Devroe


Info

Kazerne Dossin

Open: maandag t.e.m. zondag van 9 tot 17 u

Goswin de Stassartstraat 153

2800 Mechelen

Tel. 015 29 08 76

www.kazernedossin.eu