U bent hier

Ingenieuze verbouwing van het KMSKA - Het museum is dicht maar niet gesloten

Claus en Kaan Architecten uit Rotterdam ontwikkelden een plan dat het uitzicht van het negentiende-eeuwse museum niet verandert en de tentoonstellingsruimte met de helft vergroot.

 

Na de grondige renovatie van het Gentse Museum voor Schone Kunsten is het eindelijk de beurt aan het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen. Sinds 1977 staat Paul Huvenne aan het hoofd van het museum. In 2003 en 2009 verlengde hij zijn zesjarige mandaten. Tijd voor een terugblik en vooruitblik over Vlaanderens grootste museum. 

 

 

Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen is geen stadsmuseum zoals dat van Gent en de meeste andere musea in onze steden, maar hangt af van de Vlaamse Gemeenschap. Het bezit naast een schat aan Primitieven en een Rubensverzameling ook de belangrijkste Ensorcollectie in de wereld en tevens talrijke topstukken. Sinds begin dit jaar is het museum een verzelfstandigd agentschap geworden. Hierdoor maakt het geen deel meer uit van het Agentschap Kunsten en Erfgoed. Dat zal de dynamiek vermoedelijk alleen maar verbeteren.

 

Met 120.000 bezoekers per jaar staat het KMSKA niet onmiddellijk in de top tien van onze meest bezochte musea, maar bezoekersaantallen zijn voor de huidige directeur geen fetisj. Het museum lag aanvankelijk niet echt in de bovenste lade van de vroegere minister van Cultuur Anciaux. Het is pas op het einde van zijn legislatuur dat de hele renovatieproblematiek eindelijk tot beslissingen leidden. Met een verbouwingsbudget van 44 miljoen euro (of 1.7 miljard Belgische Franken) onderstreept de Vlaamse overheid dat dit museum "de schatkamer van de Vlaamse Gemeenschap is" (Jaarverslag 2008, Kunsten en Erfgoed). Voor de verbouwing van het MSK in Gent en de nieuwbouw van het MAS betaalde de Vlaamse Gemeenschap 'slechts' 20 miljoen euro. 

 

 

Hoe zal het museum verbouwd worden? 

 

Aanleiding van de verbouwing is de aanwezigheid van asbest in de klimaatregeling. Eerst moet die asbest verwijderd worden. We hebben een degelijk museumgebouw uit de negentiende eeuw, maar het nadeel is dat het werd gebouwd in een roostervorm. Er zijn dus zes grote blinde binnenplaatsen. Die hebben nu totaal geen functie en langs die verticale ruimten verliezen we ook enorm veel energie. Claus en Kaan Architecten uit Rotterdam ontwikkelden een ingenieus plan, dat het uitzicht van het negentiendeeeuwse museumgebouw niet zal veranderen en de tentoonstellingsruimte met de helft vergroot. 

 

In vier van die grote binnenschachten zullen extra verdiepingen gebouwd worden die onderling verbonden zijn. Hierdoor creëren de architecten een nieuw verticaal museum in het historische museum. De twee andere binnenschachten gebruiken we als technische ruimte. 

 

Waar nu alles horizontaal loopt en veel plaats inneemt, gaan we de volledige technische installaties in die twee verticale schachten laten lopen. Het is de bedoeling dat de asbest verwijderd wordt in 2011. Gedurende een korte periode zal het museum gesloten zijn. 

 

 

Wat staat er op het programma tijdens de verbouwingen? 

 

Onze kerncollectie, ongeveer 120 topwerken waaronder bijvoorbeeld onze Madonna met Kind van Jean Fouquet (ca. 1450), zal te zien zijn in het Museum aan de Stroom (MAS). Toeristen en het publiek dat voor deze kunstwerken naar ons museum komen zullen dus in het MAS terechtkunnen. Een aantal andere werken lenen we tijdelijk uit, zoals de Triptiek van de Zeven Sacramenten van Rogier van der Weyden die naar Leuven gaat, onze Breughelschool gaat naar Lier (o.a. enkele toeschrijvingen aan Pieter Brueghel III zoals de Aanbidding van de Koningen in de Sneeuw) en er zijn afspraken in de maak met andere musea zoals het Rockoxhuis en het kasteel van Gaasbeek. Die plekken gaan een soort atelierfunctie krijgen, een vitrine van Leuven tot Brugge als het ware. De Vlaamse Kunstcollectie (het samenwerkingsverband tussen Antwerpen, Brugge en Gent) en Bozar in Brussel zijn hierbij onze bevoorrechte partners. 

 

Dan creëren we ook tentoonstellingspakketten rond onze eigen collectie. Volgend jaar is er de Ensorexpo in Brussel met onze eigens Ensors en een selectie van het grafisch werk. We gaan nog andere pakketten samenstellen rond de zeventiende eeuw en rond de figuur van Rik Wouters. Dankzij het legaat van Van Bogaert is het fonds met het werk van Wouters het grootste en het belangrijkste ter wereld. Tot slot maken we kleine dossiertentoonstellingen, bijvoorbeeld rond restauraties, die we ook kunnen uitlenen. 

 

Het MAS? Ik weet ook niet of ze er in Antwerpen zelf nog in geloven. We zijn blij dat onze topstukken er kunnen hangen als ons museum gesloten is. Wat ze nadien gaan tonen is niet duidelijk. 

 

Wat met de educatieve werking? 

 

Die gaat gewoon door. Overal waar we aanwezig zijn op verplaatsing zal er een educatieve werking ontwikkeld worden. 

 

 

Wanneer gaat het museum opnieuw open en wat staat er dan op het programma? 

 

Als alles goed gaat, heropenen we in 2014 met een grote tentoonstelling over het Rubenisme. De invloed van Ruhens op tijdgenoten en latere kunstenaars - van Van Dyck tot Picasso - zal onder de loep genomen worden. Dat gebeurt in samenwerking met de Royal Academy of Arts uit Londen. Rond Quinten Metsys wordt ook een groot en interessant project op poten gezet in samenwerking met de Universiteit Gent en professor Maximiliaan Martens. Het Metropolitan Museum (New-York) en het Louvre (Parijs) doen vermoedelijk ook mee. 

 

 

Wat betekent de komst van het MAS voor het museum? 

 

Het Museum aan de Stroom biedt ongetwijfeld oportuniteiten en het is een prachtig gebouw. Het dwingt ons de stedelijke collectie in vraag te stellen, maar het is blijkbaar niet eenvoudig om er een museaal verhaal van te maken. Ik weet ook niet of ze er in Antwerpen zelf nog in geloven. Het gebouw is eigenlijk geen echt museum. Het heeft geen depot en natuurlijk licht dringt amper door tot de tentoonstellingszalen. We zijn blij dat onze topstukken er kunnen hangen als ons museum gesloten is, maar wat ze nadien gaan tonen is vooralsnog niet helemaal duidelijk. 

 

 

Heeft Antwerpen nood aan een Rubensmuseum? 

 

Neen, maar wel aan een Rubensprogramma. Het zou trouwens onmogelijk zijn zo'n museum samen te stellen. Denk maar aan al de schilderijen die in kerken hangen. Musea kunnen zeker meewerken aan de citymarketing maar het is niet aan ons om de toeristen naar hier te halen. Het moet een eerlijke wisselwerking blijven. 

 

 

Hoe evolueerde de Vlaamse museumwereld de laatste tien jaar? 

 

Er is zeker een enorme professionalisering geweest. Die was mogelijk dankzij de aandacht en de middelen van de sector. Gelukkig hebben veel musea hun wetenschappelijk potentieel gehandhaafd en niet alles ingezet op de evenementwaarde. Ik zie ook dat er een nieuwe generatie aan het werk is in de publiekswerking. Velen hebben Cultuurmanagement bijgestudeerd en benaderen op een andere manier de sector. 

 

 

Er is ook een groter verloop in de museumwereld? 

 

Ja, mensen blijven niet meer heel hun leven in het zelfde museum werken en dat is interessant. 

 

 

Hoe staan de musea tegen de 'vererfgoeding' van de sector? 

 

Het hele erfgoedverhaal heeft tekort gedaan aan onze musea als instellingen. De manier waarop men erfgoed interpreteert is veel te sociologisch. Volgens sommige sociologen kan ons geheugen maar drie generaties teruggaan . Het is een typisch postmoderne gedachte maar die periode lijkt nu gelukkig voorbij te zijn. We kunnen wel degelijk iets leren van ons verleden. Op een commissie vergeleek ik ooit het museumlandschap met een mooi woud vol oude eikenbomen dat het gehele erfgoedlandschap in pracht en waarde domineert en dat we ook moeten koesteren. In de musea blijven de voorwerpen centraal staan en vertrekken we niet vanuit een of andere mediatieke gadget. 

 

 

Zijn er niet teveel musea in Vlaanderen? 

 

Er kunnen nooit genoeg musea zijn, maar het is niet wijs de middelen te versnipperen. De tentoonstellingen mikken teveel op het evenement terwijl musea zich beter zouden concentreren op hun eigen verzameling. We proberen dat met ons tentoonstellingsbeleid in het KMSKA al lang te doen. 

 

 

Hoe kijkt het buitenland naar de werking van de Vlaamse musea? 

 

Ze zien hoe professioneel we werken en er is een grote bereidheid om samen te werken. We worden ook meer en meer gevraagd. We behoren tot de BIZOT-group, de club van de zeventig belangrijkste musea in de wereld. Ook werd  ik aangesteld tot lid van de Raad van Toezicht van het Amsterdamse Rijksmuseum, wat voor mezelf de mooiste prijs voor mijn carrière is. De buitenlandse musea staan wel te kijken hoe we met weinig geld toch veel kunnen doen. De budgetten blijven wat dat betreft onvergelijkbaar. 

 

Ik gebruik ons volledig aankoopbudget om werken te restaureren. Het heeft geen zin om met dat budget iets te proberen aan te kopen. 

 

Onze Vlaamse vertegenwoordigers in het buitenland moeten soms knarsetandend toezien hoe hun Nederlandse collega's gul geld kunnen geven aan initiatieven waar bij Nederlandse kunst tentoongesteld wordt? 

 

Vlaanderen geeft ook geld aan buitenlandse musea of tentoonstellingsmakers maar dat budget is relatief en de vraag is of iedereen dit weet. De Vlaamse Kunstcollectie doet haar best maar heeft te weinig middelen. 

 

 

Zou het Rubenianium hier niet een sterkere rol kunnen spelen? Beurzen geven aan studenten die zich interessen voor Vlaamse kunst, buitenlandse vorsers aanmoedigen enz ... ? 

 

Het Rubenianium zou vermoedelijk meer kunnen betekenen en er is geen duidelijk internationaal cultureel beleid vanuit Vlaanderen. Dat zou coherenter kunnen, maar daar staan dan weer middelen tegenover. 

 

 

Wat met de federale musea? 

 

Het zijn onze grootste en oudste musea maar de professionalisering is in Vlaanderen sneller gegaan. Ze zijn ook slachtoffer van hun omvang en van de politiek. Ze mankeren een groeiproces en kennisoverdracht. Het is afwachten hoe ze gaan evolueren in een veranderend politiek België. Maar ze krijgen wel nog steeds meer middelen. 

 

 

Hoe ziet je aankoopbeleid eruit ? 

 

Ik gebruik ons volledig aankoopbeleid om werken te restaureren. Het heeft geen zin om met dat budget iets te proberen aan te kopen. Dankzij een goed restauratieteam hebben we een succesvol restauratiebeleid dat ook heel wat publiek op de been brengt zoals voor de Zeven Sacramenten van Rogier van der Weyden waaraan we al sinds 2006 werken en die volledig gerestaureerd zal te zien zijn in Leuven dit najaar. 

 

 

Wat betekent het Topstukkendecreet voor jullie? 

 

Het is heel hoopgevend. De Vlaamse regering heeft hier goed werk geleverd met goede en belangrijke aankopen (o.a. Adriaen Brouwer, Oude man in een kroeg, voor het Antwerpse museum en een Ensor voor het Gentse MSK). 

 

 

 

Vele schilderijen in onze musea komen van legaten en gulle verzamelaars maar die tijd lijkt voorbij? Verzamelaars starten met eigen stichtingen en musea? 

 

Dat is een nieuwe evolutie en een uitdaging voor de musea. Het probleem bij onze collecties is dat de kwaliteit zeer hoog is en het moeilijk wordt voor een particulier om er nu nog iets aan toe te voegen. Voor de hedendaagse kunst is dat vermoedelijk anders.  

 

 

Wat is de rol van een museum in de komende decennia? 

 

Musea moeten een actieve rol in de samenleving spelen. Vooral hun kerntaken mogen ze niet vergeten: studie en vermaak. Het publiek is nog nooit zo groot geweest. In het hele erfgoedverhaal kunnen musea functioneren als een soort beeld archief. Als ware centra rond beelddenken. Niet alleen didactisch maar ook in onderzoek. Onze visuele cultuur wordt vanuit taal beredeneerd. Alles wordt omgezet in literatuur terwijl we toch in beelden denken of dikwijls zo boodschappen krijgen. Onze klassieke vorming draait nog volledig rond taal. Daar is voor musea zeker een rol weggelegd. Onze beeldcultuur is toch een van de belangrijkste erfenissen van de West-Europese kunstgeschiedenis. Leren kijken, begrijpen en formuleren. Zie naar het succes van Magritte. Het is een beelddenken verhaald in schilderijen. Bij Ensor bestaat het ook maar is het veel geJaagder en complexer. 

 

 

Wat kunnen musea ons leren in tijden van crisis? 

 

Kom eens kijken! Op vakantie in het buitenland bezoekt iedereen bijna obligaat een museum, maar in eigen land amper. Veel heeft met opvoeding en mentaliteit te maken. De jongeren uit de vroegere Oostbloklanden vinden musea bezoeken veel meer gewoon dan bij ons. Vandaar dat de samenwerking met de scholen zo belangrijk is en vooral met de leraars. Bij hen kunnen we beginnen met het verband te leggen tussen beeldcultuur en taalcultuur.

 

Peter Wouters