U bent hier

Het vernieuwde Middelheimmuseum - Landschap met landmijnen

 

Einde mei ging het vernieuwde Middelheimmuseum feestelijk van start. Door deze transformatie en uitbreiding is het helemaal klaar voor de 21ste eeuw.

 

 

heroïsche jaren

 

Je kon er in mei niet naast kijken. In het Antwerpse straatbeeld hingen diverse affiches die het feestelijk openingsweekend van het vernieuwde Middelheimmuseum aankondigden. Die toonden telkens een topstuk uit de collectie, zoals Rik Wouters’ Het zotte geweld, met daarbij een opschrift als ‘Kind met fiets’ of ‘Man met hond’. Als je goed keek, zag je inderdaad hoe in het parklandschap achter het kunstwerk een kind fietste of een man zijn hond uitliet. De campagne speelde doeltreffend in op de twee eigenschappen die dit museum zo uitzonderlijk maken. Zelfs zonder één kunstwerk zou de site van het Middelheimmuseum, de mix van een stadspark en een Engelse landschapstuin, een klein (nou ja, een van zo’n 30 hectare) paradijs zijn. Mét de kunstwerken erbij blijkt het een paradijs met weerhaken. Terwijl de ‘klassieke’ collectie, van pakweg Rodin tot in de jaren 60, zich mooi ‘voegt’ naar de idylle van de groene omgeving, zorgen de recentere aanwinsten, vooral die vanaf de vroege jaren 90, inderdaad wel eens voor een tegendraadse noot. 

 

De synergie die ontspringt aan dit ‘landschap met landmijnen’ is opmerkelijk. Terwijl het groen en de waterpartijen van de parkomgeving de geest en het lichaam tot rust brengen, bieden de kunstwerken een prikkelend esthetisch en intellectueel tegengewicht. Net dit inzicht lag mee aan de grondslag van dit museum. De ‘heroïsche’ jaren van het Middelheimmuseum waren ongetwijfeld die van de oprichting en de eerste tentoonstellingen, tussen 1950 en 1960. Het blijft fascinerend vast te stellen hoe de Antwerpse burgemeester Lode Craeybeckx erin slaagde om tussen de zomer van 1949 en die van 1950 een internationale beeldententoonstelling uit de grond te (laten) stampen met meer dan 160 beelden van 120 kunstenaars. Daarvoor had hij zijn mosterd gehaald bij de eerste beeldententoonstelling in het Arnhemse Sonsbeekpark van 1949. De Antwerpse tentoonstelling bleek met 125.000 bezoekers een ongeziene blockbuster. Het effect was zelfs zo gunstig dat men zich het park nog moeilijk zonder de beelden kon voorstellen. Meteen rees het idee om een permanente beeldencollectie aan te leggen. Het jaar daarop al wordt het museum geopend met stukken van Maillol, Bourdelle, Rodin, Renoir, Manzu, Marini en Gargallo. 

 

 

nieuwe beelden

 

Maar er zat nog een tweede idee in de pijplijn. Samen met de gereputeerde beeldhouwers Henry Moore en Ossip Zadkine werd het plan uitgedokterd om een tweejaarlijkse tentoonstelling te organiseren, kwestie van de vinger aan de polsslag van de eigentijdse kunst te houden. Van 1953 af zouden de Middelheimbiënnales telkens plaatsvinden in de zomermaanden van de onpare jaren (om niet in het vaarwater te komen van de Biënnale van Venetië). Waar de biënnales van de jaren 50 nog min of meer aansloten bij de recente trends van de organische abstractie en de humanistische figuratie, vertonen ze in de loop van de jaren 60 steeds minder voeling met de ontwikkelingen van de neo-avant-garde. De eerste minimal art is bijvoorbeeld pas met grote vertraging op de biënnale van 1971 te zien, terwijl de veel actuelere land art, arte povera en conceptuele kunst op datzelfde moment aan bod kwamen in de Nederlandse tentoonstelling Sonsbeek 71. Buiten de perken

 

Begin jaren 80 klinkt de kritiek op de aftandse biënnaleformule zo luid dat men overweegt ermee te stoppen. Dat gebeurt uiteindelijk pas tien jaar later, wanneer, in de context van Antwerpen Culturele Hoofdstad, een volledig nieuwe weg wordt ingeslagen. Bart Cassiman, aangesteld voor het luik beeldende kunst van het evenement, stelt voor de middelen van de biënnales te investeren in het uitbouwen van een internationale topcollectie. Dat pad wordt in 1993 effectief ingezet met Nieuwe Beelden, de presentatie van tien substantiële, site-specifieke aanwinsten van Richard Deacon, Isa Genzken, Per Kirkeby, Harald Klingelhöller, Bernd Lohaus, Matt Mullican, Juan Munoz, Panamarenko, Thomas Schütte en Didier Vermeiren. Het terrein Middelheim-Laag, dat gereserveerd was voor de biënnales, wordt nu ingelijfd als permanent museumterrein. Dat biedt de mogelijkheid de volledige collectie te herschikken en uit te breiden.

 

Onder leiding van Menno Meewis wordt nu volledig ingezet op tijdelijke tentoonstellingen en nieuwe aanwinsten, meestal aan elkaar gerelateerd. Belangrijke werken van topkunstenaars als Jessica Stockholder, Guillaume Bijl, Luciano Fabro, Lawrence Weiner, Henk Visch, Tony Cragg, Wim Delvoye, Patrick Van Caeckenbergh, Michel François, Carl Andre, Frans West, Jef Geys, Luc Deleu, Peter Rogiers, Honoré d’o, Leo Copers, Kati Heck, Pedro Cabrita Reis, Ann-Veronica Janssens, Timm Ulrichs, Dan Graham, Cory McCorkle, Chris Burden en, recentelijk, Erwin Wurm, vinden zo hun weg naar het museum. In 2000 kent het Middelheimmuseum een aanzienlijke uitbreiding aan twee zijden, waarvoor Michel Desvigne als landschapsarchitect voor aangetrokken wordt. Luc Deleu tekent een rechte weg die zijn containersculptuur verbindt met het nieuwe inkomgebouwtje van John Körmeling (het enigzins ironisch getitelde Artiesteningang is nu ook voltooid). Samen met het tegendraadse paviljoen van Atelier Van Lieshout en het strakke depotgebouw van Stéphane Beel maakt dit een intrigerend architecturaal ensemble. Er kan dus, zonder enige overdrijving, van een indrukwekkend inhaalmanoeuvre gesproken worden. 

 

 

middelheim wordt meesterwerk

 

Wat valt daar anno 2012 nog aan toe te voegen? Heel wat, zo blijkt. Architect Paul Robbrecht, goed thuis in de hedendaagse kunst, werd aangetrokken als ontwerper én gastcurator. Met zijn team Robbrecht en Daem ontwierp hij een nieuw paviljoen op de nieuwe uitbreiding van de voormalige bloementuin, die vijf hectare omvat. Het Huis, zoals de constructie genoemd wordt, is een strakke, halfopen showcase in staalplaat en traliewerk, gespoten in een groenachtige tint die de meetkundige vormen verzoent met de geometrische aanleg van het omringende landschap. Het wat ‘militair’ ogende bouwsel wordt ingehuldigd met een tentoonstelling van Thomas Schütte die oudere en recentere sculpturen toont. Bedoeling is er op deze wijze drie tentoonstellingen per jaar te laten plaatsvinden. Antony Gormley en Folkert de Jong hebben al toegezegd. Het bestaande Braempaviljoen van 1971 kreeg een opknapbeurt en kan nu volledig ingezet worden om de kleinere en kwetsbare stukken uit de collectie te tonen, en dit twee keer per jaar in een andere opstelling. Hiervoor nodigt men gastcurators uit. De modeontwerpers Bernhard Willhelm en Jutta Kraus zorgen als eersten voor een iconoclastischtrashy-hip-deconstructivistische opstelling die toppers van Archipenko en Kollwitz in een enigszins alternatief daglicht plaatst. 

 

Nieuwe toegangswegen en een leesbare signalisatie zorgen ervoor dat je makkelijker je weg vindt op het uitgestrekt domein. De kers op de taart wordt echter gevormd door de drie nieuwe aanwinsten. De Chinese activist Ai Weiwei ontwierp een gebogen houten brug die traditioneel oogt, maar tegendraads functioneert als een betreedbare allegorie over Oost en West. De Zwitserse absurdist Roman Signer bevraagt dan weer het statuut van het kunstwerk door de relieken van een ultra korte performance (een metalen vat met water werd van een 15 meter hoge steile schans naar beneden gerold om te pletter te slaan tegen de wand van betonnen constructie) als statische, permanente ingreep te bestendigen (Bidon Bleu). Op een meer subtiele wijze transformeerde de Belgische minimalist Philippe Van Snick de bestaande vijver naast het Braempaviljoen tot een sobere choreografie van steen, water en lucht (Poëzie). Tot slot is er het centraal gelegen witte kasteel dat – eindelijk!- al zijn troeven uitspeelt en integraal ingezet wordt in de werking van het museum. Op het gelijkvloers bevinden zich een nieuwe museumshop en een cafetaria, beide in een frisse vormgeving. Het caféterras is een oase. Lode Craeybeckx mag op beide oren slapen. Zijn geesteskind is opgegroeid en bevindt zich in goede handen. Het Middelmuseum is op weg een meesterwerk te worden.

 

Johan Pas


Info

Middelheimmuseum

Open:

  • dinsdag t.e.m. zondag, van oktober tot maart van 10 tot 17 uur
  • in april van 10 tot 19 uur
  • in mei van 10 tot 20 uur
  • juni en juli van 10 tot 21 uur
  • augustus van 10 tot 20 uur
  • september van 10 tot 19 uur

Gesloten: maandag

Middelheimlaan 61

2020 Antwerpen

Tel. 03 288 33 60

www.middelheimmuseum.be