U bent hier

Het Coudenbergpaleis in Brussel - Van middeleeuws kasteel tot archeologische site

De vage contouren van het verdwenen hertogelijk paleis op de Frigidus Mons zijn na de lectuur van Het Coudenbergpaleis te Brussel ingeruild voor een veel scherper beeld. Een dertigtal onderzoekers reconstrueerden voor de vzw Paleis van Keizer Karel, meer dan twintig jaar na de laatste monografie hierover, niet alleen de Aula Magna, de gotische kapel, de woonvertrekken van de domus Isabellae, de labyrintische tuinen en het ceremoniële Baliënplein (dat door baliën, leuningen, was afgebakend), maar ook de hele hofwijk waar rijke families tegen de macht kwamen aanschurken.

 

Het vertrekpunt voor de reconstructies zijn de archeologische vondsten. Na de brand in 1731 werd nog veertig jaar naar de ruïnes verwezen als het Verbrande Hof tot het uiteindelijk helemaal werd afgebroken en bedolven onder de nieuwe Koningswijk.

 

De agressieve afbraakmethode - buskruit - bemoeilijkte de interpretatie van de brokstukken. Toch is op de archeologische site van de Coudenberg nog de dambordvloer van de grote zaal te bezichtigen zoals hij naar beneden is gestort. Historisch onderzoek van onder andere Paul Saintenoy, de architect van het art-nouveauwarenhuis Old England, bracht het oude paleis vanaf het eind van de negentiende eeuw terug in de belangstelling. Op de Wereldtentoonstelling van 1935 werd zelfs een replica gebouwd.

 

Voor het hof weer tot leven komt, wordt eerst het stenen verhaal verteld. Hertog Jan I verkoos Brussel boven Leuven als standplaats en reeds in 1300 begon hertog Jan II met de bouw van het later afgebrande paleis. Met het aantreden van Filips de Goede in 1430 kreeg de Coudenberg internationale allure. Hij liet het paleis uitbreiden met de Aula Magna op de top van de Coudenberg, een pronkzaal zonder zuilen, wat een onbelemmerd zicht op de tronende vorst mogelijk maakte. Uitbreiden deden, op hun beurt, Maria van Hongarije, landvoogdes van de Nederlanden, met de grote gaanderij, een arcade van vijftien bogen die op de tuinen uitgaf, en keizer Karel V met een vernieuwde en uitgebreide kapel, op een sokkel om het grote niveauverschil op te vangen. Met de domus Isabellae voorzag de nieuwe landvoogdes Isabella van Spanje in zalen voor de banketten en voor de zittingen van de Brusselse kruisboogschutters die de orde in de stad moesten bewaren.

 

Interessant om te lezen zijn de steeds wisselende verhoudingen tussen stad en hof, gesymboliseerd in de strijd om de skyline. Toch waren ze in de loop der eeuwen ook bondgenoten, zo maakten de wallen in de dertiende eeuw een ommetje om het hertogelijk hof binnen de muren van de stad te brengen.

 

We volgen de Geheime Raad, het adviescollege van het gezag, die twee maal per dag samenkwam, en de belangrijkste raadsman en eerste hofdame van landvoogdes Margaretha van Oostenrijk die vanuit hun hof van Hoogstraten een privé-toegang tot het paleis hadden. De conciërge van het hof baatte een herberg uit voor eerlijke lieden die niet mochten gaan zitten zodat ze niet bleven pakken. Rijkdom etaleren was een vorstelijke deugd en elkaar met kledij overtroeven gebeurde met geciseleerd fluweel uit Genua, goud- en zilverbrokaat en petit-gris (bont van de grijze eekhoorn). Hoge gasten mochten een blik werpen op de kostbaarste schatten ter wereld. Hoewel veel zeldzame wandtapijten, meubelen en schilderijen, o.a. van P.P. Rubens, in de vlammen opgingen, wordt het apocalyptische beeld toch wat bijgesteld. Een groot deel van de bibliotheek met duizenden drukken en handschriften werd gespaard en vormt nu de kern van de Koninklijke Bibliotheek van België. Ook de schatten en het archief van de Orde van het Gulden Vlies, de ridderorde van Filips de Goede, zijn vandaag nog altijd in Wenen te bewonderen.

 

De nieuwe Koningswijk maakte tabula rasa met de levendige wijk rond het paleis met herbergen en huizen van ambachtslui die regelmatig voor het hof werkten. Enkel de Borgendaalgang, oorspronkelijk het valleitje tussen het hertogelijk paleis en de residentie van de burggraaf (Oude Borch), blijft daar bovengronds nog van over. Na de aanleg van het Koningsplein was het de beurt aan het Warandepark en de neoclassicistische straten. In het Warandepark bevinden zich vandaag nog steeds keizerlijke bustes uit de grote gaanderij van het voormalige Coudenbergpark. Tegenover het Warandepark kwam het huidige koninklijk paleis, maar fascinerend zijn de veel ambitieuzere, onuitgevoerde plannen buiten de stad. Onder het bewind van Leopold II kregen de plannen van het definitieve koninklijk paleis vaste vorm, samen met die voor de paleizen voor Justitie en Schone Kunsten.

 

Soms mochten (tussen)titels wat wervender zijn dan 'Enkele historische gegevens', maar de kaderstukjes bevatten eeuwenoude verslagen die zeer lezenswaard zijn. Zo komen we bijvoorbeeld te weten waar 'een lans breken', hier ter ere van illustere dames en jonkvrouwen, vandaan komt. En met het spannende relaas over de grote brand van 1731 mocht gerust geopend worden. Was het komfoor van het kamermeisje van de landvoogdes de oorzaak, of werd de brand toch aangestoken? Merkwaardig is dat er slechts één bekend zicht van deze brand is overgeleverd.

 

Aan de hand van de vele schilderijen leren we het Coudenbergpaleis kennen vanuit alle hoeken. Een anoniem zicht waarop de infante Isabella in de tuin te zien is, had een boeiender cover opgeleverd dan de ondergrondse gang van de archeologische site. Op een van de doeken van hofschilder Barend van Orley gebeurt er iets vreemds: we zien de eerste stadsomwalling, de tuinen van het paleis en de kapittelkerk Sint-Michiel en Sint-Goedele vanuit een uitzonderlijk perspectief, namelijk het raam van een woonvertrek van het paleis. Op den duur gaan we ons inbeelden nog zelf in het Coudenbergpaleis te hebben rondgelopen.

 

An Devroe

 


Het Coudenbergpaleis te Brussel

360 blz

24,5 x 32,5 cm

45,00 euro

Snoeck Publishers

ISBN 978-94-6161-094-2