U bent hier

Geld en roem - Helene Kröller-Müller

 

De naam Kröller-Müller klinkt als een klok in de kunst- en museumwereld. Recent verscheen een wetenschappelijke biografie over Helene Müller van Eva Rovers, die kon steunen op onuitgegeven materiaal (3.500 brieven, een dagboek, documenten en foto’s) uit het bezit van huisvriend Sam Van Deventer.

 

Helene Müller groeide op in een ondernemersfamilie in het Rijnland. Haar opvoeding was gericht op de taak als echtgenote en hoofd van een huishouding. Die werd afgesloten in het chic meisjespensionaat Mademoiselle Schollmeyer in Ukkel, waar ze Frans leerde. Ze had toen al belangstelling voor literatuur (Lessing, Goethe, later Spinoza) en muziek. In 1887 trouwde ze in Düsseldorf met een jonge ondernemer, Anton Kröller, een internationale grondstoffenhandelaar, en vertrok op huwelijksreis naar Antwerpen vooraleer zich in Rotterdam te vestigen. Zij behoorde tot de financiële elite daar en later in Den Haag. Ze toonde pas belangstelling voor plastische kunst toen ze al ver in de 30 was.

 

Dat was een gevolg van het contact met de Nederlandse kunstpaus van toen, H.P. Bremmer. Deze had vooral oog voor de emotionele en spirituele dimensies van een kunstwerk. Helene nam hem parttime in dienst. Hij werd haar inspiratiebron en naaste medewerker voor de uitbouw van een collectie. Die was ervoor bestemd haar persoonlijke gedachtewereld te blijven uitdragen (haar kinderen waren daar niet voor geschikt). En zij speelde, als Duitse, al vroeg met de gedachte die collectie aan het Nederlandse volk te schenken.

 

Bremmer behoorde tot de vriendenkring van Toorop, Van Rysselberghe en Van de Velde en kende Les XX. Hij combineerde de belangstelling voor de Europese avant-garde met een grote bewondering voor de Haagse School en volgelingen. Belangrijker nog was zijn geloof in Van Gogh, van wie Helene ca. 150 werken kocht, tegen (toen al) hoge prijzen. Opmerkelijk is dat het zoeken naar een geestelijke dimensie Helene er toe bracht zowel vroeg abstract werk van Mondriaan te kopen als wat mysterieuze doeken van Degouve de Nuncques.

 

De rijkdom van Kröller-Müller leidde tot grote bouwprojecten: de tot de verbeelding sprekende residentie Sint Hubertus (Berlage) en ontwerpen voor een reusachtig museum in de Veluwe. Tenslotte werd het project van Henry Van de Velde (die al voor Karl Ernst Osthaus gewerkt had) in een bescheiden vorm gebouwd. In de crisisjaren (1930) werd alles immers moeilijker, zowel voor het bedrijf als de Nederlandse staat. Het museum werd in 1938 geopend. Het omvatte toen zonder twijfel een van de meest moderne en persoonlijke collecties in de wereld. Helene was al lang overtuigd van het belang van een kunstmuseum voor de ontwikkeling van een streek. Zij overleed een paar maand later en werd begraven op een heuvel in de Hoge Veluwe.

 

Eva Rovers brengt de geschiedenis van een bedrijf, van een familie en een collectie, in de internationale politieke en artistieke context. Het boek is verrassend leesbaar, zonder enige zucht naar goedkope sensatie. Het omvat een degelijk kritisch apparaat. Niet verwonderlijk dat het in Nederland een paar prijzen kreeg.

 

 

Joost De Geest

 


Eva Rovers

Helene Kröller-Müller (1869-1939) De eeuwigheid verzameld

608 blz., paperback

ISBN 9789035138896

39,95 euro

Bert Bakker