U bent hier

Anthony Caro - Pompadour

Anthony Caro - Pompadour

Onnatuurlijk flets roze geschilderd, steekt de ijzerconstructie van de Engelse beeldhouwer Caro, als een giftig accent af tegen de bosrijke omgeving in het beeldenpark van het Museum Kröller-Müller op de Hoge Veluwe, typisch het produkt van een industriële massa-cultuur, verdwaald in de vrije natuur. Een aantal zo uit de ijzerhandel afkomstige standaardelementen, voornamelijk vierkante platen staal en U-vormige kokerbalken, zijn op het eerste gezicht haast toevallig, in een uiterst los verband, in de ruimte gegroepeerd. Over een breedte van ongeveer vijf meter zijn een vijftal grote vierkanten in vier verschillende evenwijdige lagen achter elkaar en op verschillende hoogtes, verticaal gemonteerd op een fragiel staketsel van platte buizen. Voor de toeschouwer die aan komt lopen, vormen zij een open, luchtige wand van steeds in een andere relatie voor en over elkaar schuivende vormen. Pas op een kleinere afstand bekeken, blijken zij in verschillende vlakken te liggen. Een zesde vierkant, dat schuin op de grond ligt, loodrecht op de richting van de vijf andere, verheldert de ruimtelijke onderlinge afstand. Drie 275 cm lange U-balken staan onder verschillende hoeken direct in het gras, met zware bouten aan de verticale vierkanten bevestigd. Zij vormen lineaire accenten, die de vlakken in de ruimte eveneens een duidelijk gemarkeerde plaats geven. Dunne, speels gebogen metaalstrips zorgen voor de verbinding tussen de verschillende elementen. Zij lopen van vierkant naar vierkant, of buigen onverwachts de omringende ruimte in. Dit samenspel van enkele eenvoudige industriële materialen, biedt de verbaasd er omheen lopende toeschouwer, een steeds wisselende aanblik van verschuivende relaties. Zo worden de vlakke vierkanten van opzij dunne lijntjes. Er ontstaat een spanning tussen het constante herinneringsbeeld, een gemakkelijk te onthouden voorstelling van vierkanten en de variabele visuele indruk daarvan. Ook is het mogelijk als in een decor door het beeld heen te lopen, aan alle kanten omgeven door de verschillende onderdelen die als verkeersborden de ruimte om ons heen markeren. Het is duidelijk dat dit 'beeld' niets te maken heeft met de traditionele sculptuur, die van ouds bestond uit een gesloten plastische vorm, uitgehakt of gekneed naar analogie van de menselijke figuur. Het 'beeld' van Caro is niet om een centrale as geconstrueerd, zoals eeuwenlang beelden in navolging van de bouw van de mens en al het groeiende, zijn opgevat, maar opgebouwd volgens een zich vrij in de ruimte uitstrekkend systeem van assen, zoals ook architectuur zich in verschillende richtingen kan ontwikkelen. Het gebruikelijke voetstuk, dat het kunstwerk van zijn omgeving moet onderscheiden als een esthetische klasse apart, ontbreekt. Integendeel, een open situatie wordt geboden, waarin de toeschouwer kan binnengaan. Die toeschouwer wordt geen enkele associatie met de zichtbare werkelijkheid gesuggereerd, nee de werkelijkheid zelf, de omringende ruimte wordt met enkele eenvoudige abstracte middelen helder gestructureerd. Die middelen zijn zo anoniem en onpersoonlijk mogelijk gekozen. Geen poging is gedaan het materiaal te verfraaien of kunstig te bewerken. Van de hand van de meester is in de uitvoering van het kunstwerk geen spoor te bekennen. De groepering moet het hem doen. Zoals een gedicht opgebouwd kan worden uit op zich zelf alledaagse woorden, die pas in een meer of minder vrij zinsverband hun betekenis krijgen, ontstaat dit ruimtelijke kunstwerk pas bij de gratie van de verbeeldingsvolle samenhang van zijn op zichzelf oninteressante bestanddelen. Monochroom is het metaal zo egaal mogelijk gespoten, als een machine of een landbouwwerktuig, ongetwijfeld in de eerste plaats om het tegen roest te beschermen, maar ook om de vormen zo duidelijk mogelijk als visueel contrast te doen afsteken en zo de ruimte er tussen helderder te geleden. Kleur is eerder in de beeldhouwkunst toegepast als accent, maar nog nooit zo zelfstandig en agressief. Vorm en kleur zijn één, in die mate dat men van vorm geworden kleur of kleur geworden vorm kan spreken, een kleur die in haar uitgesproken onnatuurlijkheid karakteristiek is voor onze huidige cultuur. Het is geen verfijnde, door de kunstenaar, met zorg uit kostbare pigmenten gemengde kleur, het is een ordinaire, zo door de industrie in de handel gebrachte modekleur: Pompadourroze, een handelsnaam, die het beeld heel prozaïsch aan zijn poëtische titel heeft geholpen. Bewust maken van de ruimte met eigentijdse middelen van vorm en kleur, daarin kan Caro een pionier genoemd worden. Van oorsprong een figuratieve beeldhouwer uit de school van Henry Moore, heeft hij in het begin van de zestiger jaren, na een kennismaking met.de Amerikaanse kleurschilderkunst van Noland en Morris Louis, een nieuwe beeldtaal ontwikkeld van abstracte kleurvormen in de ruimte geprojecteerd. Zijn voorbeeld is richtinggevend geweest voor een hele generatie van jonge Engelse beeldhouwers, zijn leerlingen aan de Londense St.-Martin's school of Art: Philip King, David Annesley, Tim Scott, Michael Bolus e.a. Vooral de wijze waarop Caro onbelast door tradities van technische, esthetische of stylistische aard vrij met zijn materiaal omsprong, werkte stimulerend. Hij gaf geen abstracte compositievoorschriften, maar liet de creatieve verbeelding vrij spel. Ook 'Pompadour' van 1963 is geen compositie in de gebruikelijke zin van een zorgvuldig afgewogen harmonische eenheid, maar een improvisatie in drie dimensies, met behulp van een zo sober mogelijk gehouden beeldende 'woordenschat', gerangschikt in een vrij en poëtisch 'zinsverband'. 'Ik componeer niet, ik zet mijn materiaal op zoals het mij invalt en zie later het resultaat wel', heeft Caro eens gezegd. Ook als toeschouwer is het beter het voorbeeld van de kunstenaar te volgen en niet te componeren, maar de visuele ervaring over je te laten komen, bij voorkeur niet op een afstand er tegen aankijkend, maar liefst er midden in, op de wijze zoals de kunstenaar in zijn atelier het werk gemaakt heeft. Het is geen vrijblijvende kijkkunst, bestemd voor een voetstuk, maar structurering van onze omgeving. Om dit tot zijn recht te laten komen, moeten wij de distantie zo klein mogelijk maken. Dat is de reden waarom de kunstenaar zijn werk eigenlijk het liefst binnen ziet, in een besloten, nauwe ruimte, waarin het onmogelijk is afstand te nemen. Uit eigen ervaring weet hij dat het anders verleidelijk is toch weer in esthetische kijkpatronen te vervallen, het harmonisch evenwicht van de delen onderling, en ten opzichte van het geheel, te bewonderen en dat is nu juist hetgene dat hij wil vermijden. Onderga zo onbevangen mogelijk het samenspel van vormen in de ruimte, is Caro's advies. Wees zelf actief meespeler en merk dat door de kleinste eigen beweging de totale constellatie van de dingen om ons heen aan voortdurende verandering onderhevig is. Staar je niet blind op de ogenschijnlijk ordinaire materialen, maar wees gevoelig voor de rijkdom aan nuances die het steeds wisselende licht geeft aan op zich egale oppervlaktes. In 'Pompadour' krijgt het roze allerlei schakeringen, afhankelijk van de hoek waaronder het licht op het metaal valt, afhankelijk ook van de invloed van regen en vocht. Hoewel toegankelijk, open en naar menselijke maat gemaakt, is 'Pompadour' toch geen speel-object. Het noodt niet tot aanraken of manipuleren, het is bedoeld als een louter visuele ervaring, intenser en indringender dan normaal. Op de juiste manier ondergaan, leert het ons bewuster de hedendaagse wereld om ons heen te ervaren, niet alleen passief volgens geijkte patronen en conventies, maar actief meebouwend aan een nieuwe werkelijkheid, de werkelijkheid van een geheel door de mens geordende technische wereld, die alleen bewoonbaar kan blijven, als de verbeelding niet zoek raakt.