U bent hier

Alberto Giacometti, 1901-1966 - Venetië II

Alberto Giacometti, 1901-1966 Venetië II
Alberto Giacometti, Venetië II, Brons, 122 cm, niet gesigneerd, niet gedateerd, Openluchtmuseum voor beeldhouwkunst, Middelheim, Antwerpen.

 

'Men kan denken dat het realisme er in bestaat te kopiëren... In feite kopiëert men nooit iets anders dan de visie die ons op elk ogenblik van iets overblijft, het beeld dat bewust wordt... de werkelijkheid (van een voorwerp) die zich voortdurend beweegt tussen zijn en niet zijn... Alle pogingen der moderne kunstenaars betreffen deze wil, iets te vatten en te bezitten dat ons voortdurend ontvlucht' (vraaggesprek tussen A. Giacometti en A. Parinaud).

 

Wat ons in dit beeld van Giacometti treft is zijn filigraan karakter. De figuur is uitgerokken, dun en lang, als een lemmer waarvan de punt het hoofd is. Het oppervlak is oneffen, pokkerig en daardoor lichtvangend en vormverterend. Wij worden niet verleid om de vorm te betasten, zoals dat het geval is bij een beeld van Brancusi, Arp of Giglioli. Alleen het oog is uitermate geboeid. Sartre beschrijft in een meesterlijk artikel (La recherche de l'absolu, in Situations III p. 299) hoe Giacometti aan zijn figuren een ingebeelde ruimte toebedeelt door ze voor te stellen als figuren die zich bevinden op een niet te herleiden afstand.

 

'Hij schept zijn figuur op tien of twintig passen, en wat gij ook doet, zij blijft er'.

 

Dit vrouwelijk naakt verschijnt aldus als een onaantastbare visuele werkelijkheid, een materie die slechts op afstand bekeken gestalte wordt en het fysisch contact vermijdt.

 

Het karakter van onaantastbaarheid wordt bekrachtigd door de hoge sokkel die deel uitmaakt van het beeld en door het schuin oplopend bovenvlak dat de figuur omhoogstuwt. Door deze beweging en door de geestelijke afzondering wordt de figuur sacraal. In dit beeld van Giacometti herkent men tot in de details een waarneembare werkelijkheid, doch het beeld is noch een loutere nabootsing noch een omschrijving der werkelijkheid.

 

Toch schuilt deze figuur als identieke waarneming ergens in onze voorraad flitsbeelden, in de zovele verrassende dingen die wij gezien hebben en die wij omwille van hun ongewoon karakter niet weerhouden hebben: de met hun schaduw versmolten gestalten op het strand bij avondzon, de voortschrijdende figuren bij tegenlicht op een plein. Onze waarneming is echter passief, wij verzamelen beelden zoals een fotomaniak die almaardoor foto's zou nemen doch zou nalaten de film te ontwikkelen. Bij de kunstenaar integendeel is de waarneming actief. Tussen kunstenaar en model ontstaat een dialoog omtrent de waarheid van het zien, voor Giacometti is kunst slechts een middel om te zien. 'Wanneer ik op het terras zit van een café, zegt hij, zie ik op het voetpad aan de overkant de mensen klein, hun natuurlijke grootte bestaat niet meer'.

 

De dialoog van de kunstenaar leidt niet tot het kennen zonder meer, doch tot het vatten van wat hij ziet in het beeld dat hij schept. Hoe kan hij deze visuele werkelijkheid vatten in zijn sculptuur?

 

'Hoe meer ik naar het model keek, hoe ondoorzichtiger het scherm werd tussen haar werkelijkheid en mij. Men begint de mens te zien die poseert, doch langzamerhand stellen zich tussen het model en U alle mogelijke sculpturen op. Hoe meer haar werkelijk aanschouwelijke voorstelling verdwijnt, hoe meer het hoofd onbekend voorkomt. Alles wordt onzeker, zowel de verschijningsvorm als de afmeting. In 1940 werden de hoofden heel klein met neiging tot verdwijnen. Ik zag alleen nog talloze details. Om het gans te zien diende ik het model steeds verder achteruit te doen gaan. Hoe meer het zich verwijderde, hoe kleiner het hoofd werd, het terroriseerde mij. Het gevaar dat de dingen verdwijnen...'

 

Wat de kunstenaar ver-beeldt heeft dus niets gemeen met een objectieve werkelijkheid, doch wel met een visueel en psychisch proces tussen model en kunstenaar, met een worsteling in de tunnel die ligt tussen beide en waarin zich de metamorfose voordoet van het onbestendige in de natuur naar het bestendige in de kunst. In deze tunnel der duisternis en der schepping botst de kunstenaar tegen de gestalten die achter zijn bewustzijn wonen en die zich door de beelden heen aan zijn bewustzijn opdringen.

 

Zo is b.v. de tunnel de afstand die steeds groter wordt tussen Giacometti en het model, de spanning die het hoofd, het meest persoonlijke, doet verdwijnen en al het waargenomene onzeker maakt. Ook wanneer Giacometti dit niet zegt, weten wij door zijn verhaal, dat die afstand ook het symbool is van zijn psychische afzondering en dat hij in het beeld meer zich zelf openbaart dan het model dat hij gadeslaat. Hoofdzakelijk wordt het beeld een psychische werkelijkheid die ons telkens opnieuw verplicht onze houding ten opzichte van mens en ding te bepalen.

 

De uitroep van Kandinsky 'Alles is toegelaten' betekent dat de kunstenaar in het arsenaal der uitdrukkingsmiddelen voortaan niet meer gebonden is aan normen.

 

De moderne kunstenaar is vrij om welkdanig middel of materiaal ook te gebruiken en vrij te kiezen uit de wereld der vormen. Deze vrijheid betekent, in het bijzonder, dat de westerse kunstenaar zich bevrijdt van de wetten die aan tijd, beschavingsgroep of traditie gebonden zijn. Uit dat oogpunt beschouwd betekent het beeld van Giacometti een breuk met de klassieke wetmatigheid. Het werk heeft naar geest en vorm een andere gereedheid. Het heeft geen verwantschap met de kunst van de onbetwistbare vormzekerheid, van de geestelijke rust, van het wetmatig en technisch beheersen van de figuur, van het scherm waarop de kunstenaar de werkelijkheid projecteert.

 

Het heeft wel verwantschap met een kunst die groeit uit de religieuze schroom, uit het zwichten voor de machten die het leven beheersen. De kunst van Giacometti maakt deel uit van de troebele wereld der innerlijke werkelijkheid, zij is doordrenkt met onzekerheid door de ervaring van de bestendige vlucht der werkelijkheid.

 

Daarom vinden wij in de beelden van Giacometti de verwantschap terug met primitieve beelden, met vroege Griekse en Etruskische sculpturen. Zo weerspiegelt de kunst van Giacometti de geestelijke houding van de moderne mens, het bewustzijn van zijn eenzaamheid.

 

Wat betekent de titel 'Venetië II' ? Giacometti schreef mij : 'In de lente 1956 had ik negen figuren of liever studies voor figuren gemaakt, een per dag. Aangezien ik in het Franse paviljoen der Biennale te Venetië zou tentoonstellen en ik absoluut mijn laatste werken wou tonen, stuurde ik deze negen figuren in gips. De laatste was pas klaar twee dagen voor de verzending. Daar ze in de zaal een groep vormden en voorheen nooit werden tentoongesteld hebben wij (Clayeux en ik) ze spontaan en eenvoudig 'De vrouwen van Venetië' betiteld, teneinde ze te onderscheiden van de oudere figuren. Ik vond deze titel trouwens mooi, zoals een herinnering'. Dit beeld is dus het tweede uit voornoemde groep.

 

Indien u de kunst van Giacometti in volle omvang wenst te ervaren moet u het museum bezoeken der Maeght-stichting te St. Paul de Vence.

 

Alberto Giacometti was in 1901, als zoon van een landschapschilder, te Stampa in Zwitserland geboren. Na zijn studies te Genève, vertrok hij naar Italië, waar hij de erfschatten van de antieke cultuur leerde kennen. In 1922 ging hij te Parijs bij Bourdelle in de leer, waarop hij zich definitief in de Franse hoofdstad vestigde. Giacometti was niet alleen beeldhouwer, maar een veelzijdig kunstenaar. Ook zijn schilderijen en tekeningen behoren tot de voornaamste scheppingen van de hedendaagse kunst.

 

Op 11 januari 1966 is Giacometti, te Chur in Zwitserland op vierenzestigjarige leeftijd overleden. Hij bezweek aan een hartaanval en ligt nu in zijn geboortedorp begraven. Enige tijd te voren had hij Parijs voorgoed verlaten, nog een vinnige kleine man, met wilde haarbos, en een gezicht doorgroefd als het maanoppervlak. Niet ongewoon was het hem 's avonds laat aan te treffen in een café aan de Boulevard Montparnasse. Hij zat er, in een druk gesprek gewikkeld, meestal voorovergebogen en in de blik waarmede hij opkeek en u herkende, zag u zijn innerlijke persoonlijkheid met haar eigen visie op de werkelijkheid.